John Butcher & Gino Robair :: Apophenia

Als je je album vernoemt naar een fenomeen waarbij patronen of verbanden worden gelegd die er eigenlijk niet zijn, dan geef je natuurlijk al een en ander mee over je werkwijze. Het is een metafoor om het luisterproces te omschrijven, maar het suggereert meteen ook een openheid die weigert om zich zomaar aan banden te laten leggen of verklaard te worden.

Zowel de Brit John Butcher als de Californiër Gino Robair draaien al een paar decennia mee binnen de avant-garde en vrije improvisatie en kunnen een indrukwekkend cv voorleggen. Robair wordt al jarenlang beschouwd als een van de meest unieke en vernieuwende percussionisten, maakte muziek voor dans, theater en film, speelde met volk als Anthony Braxton, Tom Waits (Blood Money/Alice, net als die andere avant-gardist, Colin Stetson), Fred Frith en John Zorn, runt zelf het Rastascanlabel, schrijft regelmatig artikels over experimentele en elektronische muziek en heeft een paar boeken bij elkaar gepend. Butcher groeide de voorbije 25 jaar uit tot een van de meest gerespecteerde saxofoonvirtuozen van de Britse avant-garde, met een status die misschien enkel nog overschaduwd wordt door die van Evan Parker.

Met Robair heeft Butcher trouwens gemeen dat hij z’n talenten eerder zelden laat horen in conventionele context. Deze twee laten zich volledig leiden door een obsessie met geluid en hoe het gecreëerd en gemanipuleerd kan worden. Tijdens soloconcerten en op soloalbums is Butcher vaak in de weer met subtiele verschuivingen, microtonale harmonieën en ideeën die vaak even eenvoudig (door hun aangehouden uitvoering) als intellectueel uitdagend lijken. Zijn muziek vergt niet enkel van zichzelf een aanzienlijke inspanning, maar ook van de luisteraar, die gedwongen wordt om z’n verwachtingen opzij te zetten en mee te stappen in een verhaal dat zich afspeelt in een wereld waar regels overboord gegooid worden en een nieuw universum geschapen. From scratch.

Op Apophenia zijn de twee in de weer met muziek die radicaal de zelfopgelegde structuren wil afwijzen en volledig opgaat in de onderlinge relaties van geluid die spontaan opgebouwd worden. Saxofoon en percussie gaan een relatie aan waarbij textuurveranderingen, ritmische variatie en geluidsmanipulatie voortdurend alles op losse schroeven stellen. Daar komt dan nog eens bij dat de aanpak van meet af aan uitgebreid wordt met ‘stoorzenders’. Volgens de liner notes staat Robair immers niet in voor ‘percussie’, maar ‘energized surfaces’. De oppervlakken waar hij het over heeft zijn de trommels, cimbalen en andere elementen die doorgaans worden gezien als onderdelen van de drumkit. De ‘energisers’ zijn de brushes, ebows en mechanische speeltjes die hij gebruikt om de geluiden van de oppervlakken te manipuleren.

Dat leidt tot sidderende, zeurende, ratelende, rammelende, rinkelende, schurende, brommende en vibrerende effecten, die nu eens metalig agressief kunnen klinken en dan weer een zachtere, dienende rol spelen op de achtergrond. Butcher, die sowieso al een aantal technieken beheerst om de meest onwaarschijnlijke geluiden uit z’n saxen te persen, maakt tijdens twee van deze vier stukken ook nog eens gebruik van een gemotoriseerd speeltje, de Squiggle Wiggle Pen (geen grap), waarvan de resonantie veranderd wordt door het bespelen van de sax. Dat klinkt op papier redelijk geschift, en dat geldt net zozeer bij de beluistering: opener “Knabble” heeft iets van een droom waarin alle mechanische speeltjes in een doe-het-zelfwinkel of tandartskabinet tot leven komen. Het resultaat is verrassend en grappig, maar ook verwarrend, omdat je er maar het raden naar hebt wie voor welke geluiden verantwoordelijk is.

Tijdens “Fainéant” en “Jirble” doet Butcher het zonder speeltjes, maar zelfs dan zit je soms met de onzekerheid over wat er precies gaande is. Maar dat maakt niet uit, of meer nog: het maakt de ervaring bij momenten nog extravaganter, want de geluidendans die opgevoerd wordt, met z’n pruttelende uitspattingen en schurende scharnierimitaties, is soms van een onwereldse kwaliteit, volgestouwd met momenten waarbij je hoort hoe de muzikanten samen in het diepe duiken om te belanden bij een gemeenschappelijke taal. Dat de sound erg goed meevalt voor een live opgenomen radiosessie (komaan, Radio 1!), zorgt er bovendien voor dat je erg veel details te horen krijgt, van Butchers inademen tijdens z’n circular breathing tot het rammelen van de saxkleppen en de aanrakingen van Robairs attributen.

Apophenia is iets waarvoor je je tijd moet nemen, bij voorkeur in afzondering. Het is zo’n minutieus hoorspel en zo volgestouwd met nuances dat veel verloren gaat in minder ideale omstandigheden. Wie er echter de tijd voor neemt (alles samen is er minder dan 30 minuten voor nodig, dus dat moet lukken), die krijgt een fascinerend album van twee klankenmeesters te horen dat zich beweegt tussen stilte en lawaai, avontuurlijke openheid en intense concentratie.

Butcher en Robair spelen op 7 juni in de Parazzar (Brugge). Twee dagen later, op 9 juni, staan ze in Netwerk (Aalst), vergezeld van bassist John Edwards. Daar valt er ook een concert van Talibam! Feat. Alan Wilkinson te beleven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 5 =