Cloon :: Mostly Harmless

Maanziekte of lunatisme, zo leert nonkel Wikipedia, is een vermeende ziekte die bij volle maan voor mood swings zorgt. Engelse termen als ‘lunacy’ of ‘loony’ stammen van dit woord af. In de middeleeuwen was een middel tegen deze aandoening knolselder en dat is nu precies nodig bij zo’n kierewiete plaat als Mostly Harmless van Cloon. Knolselder is tevens een potentieverhogend middel, wat aardig meegenomen is: het album voelt ook speels, sensueel, ja zelfs los van zeden aan.

First things first: het Gentse Cloon — tot op heden een goed bewaard vaderlands geheim — begon dan wel als driekoppig instrumentaal project, de band stond pas echt op de rails toen zanger Tom Claus, een mafketel en hyperkineet van jewelste, de gelederen vervoegde. Claus is een frontman waarbij je denkt: inriemen en afvoeren, die kerel, en dat zult u ook op dit album geweten hebben.

Mostly Harmless uitbrengen was meer dan een olifantendracht want er moest een vijftal jaar op gewacht worden. In 2006 verscheen een ep-tje (Cloon), en de groep ging intens touren. Met succes overigens, en in 2008 werd het nummer “Phantom Days” – onder andere Suzanne Vega en Ozzy Osbourne zaten in de jury — genomineerd voor een “Independent Music Award“.

Een plaat die muzikaal van hot naar her stuitert, een avontuurlijke blend die naar vernuftige metal, onstuimige punk, crossover, funk en ander lekkers van een jaar of twintig geleden lonkt, dat is het geworden. Een balsturig maar ook kwiek en bijwijlen dansbaar plaatje, genreoverstijgend met harde muziek voor de meerwaardezoeker. Faith No More, hobbyprojecten van Mike Patton zoals Mr Bungle of Fantômas, Primus, Urban Dance Squad, Frank Zappa, Red Hot Chili Peppers, zo u enkele invloeden wil. Of hoe een plaat zou klinken als die malle Moammar Khadaffi enig muzikaal talent had. De in toom gehouden chaos knettert en zal u wellicht in een aangename trip down memory lane nog eens naar de twee Evil Superstars-albums doen teruggrijpen.

Zo gaat u toch niet beweren dat de waanzin van het uitbundig rond zijn eigen as tollende “Elohim” en het cartooneske “Beep Beep” kunnen worden bedacht door burgermannetjes die met het aktetasje en het kapsel netjes in de middenscheiding naar de hoofdstad pendelen of door bezadigde verzekeringsagenten met echtgenote (een Katrien), twee koters (zo’n aanstellerige “Matteo en Lena rijden mee”-sticker plakt de achterruit van de gezinswagen) en een jaarlijkse vakantie in Antalya. Hoewel, precies die types zijn het meest angstaanjagend maar u begrijpt waar we heen willen.

Soit, de dolheid wordt aangehouden in “Halftooth”, dat de ideale soundtrack bij een creepy broodjeaapverhaal lijkt: een psychopathische onderzoeker belt een moeder op en stelt onophoudelijk, in een eigengereide variant van het Engels, geschifte en impertinente vragen (“did he dance naked on the kitchen table covered in peanut butter with a broomstick up his ass?”) over haar overleden zoon. Al even dolgedraaid zijn buitenbeentjes als “La Rambla” (een bende mariachi’s na het ad fundum nuttigen van liters mezcal) en “Bingo” (carnavaleske zigeunermuziek of achtergrondmuziek tijdens een drinkgelag in een Servisch kamp na een raid op een kansloos Kosovaars dorp, we zijn er nog niet uit).

Op endless repeat stond de voorbije weken “Mostly Harmless”, een hoekige song en een song met een hoek af, en de Oost-Vlaamse rouwdouwers zijn op hun best op “The Itch”, een onbehouwen modderfokker van een song met het stormachtige meebrulrefrein “I bend and I pull / To cover up bad news / Become a believer / And I leave you confused”. “Bananas” blinkt uit door zijn compromisloosheid en het zwalpende “He Who Knows” is een verschroeiend, aan Tom Waits schatplichtig nummer.

Een uitzinnige frontman, fraaie gitaarlawines, een prominente bas en hitsige drums: Mostly Harmless eindigt met “The Doll” en “Your Lungs, My Air” bijzonder omineus — de gitaren sluipen als een roedel roofdieren dichterbij en maken met moordende efficiëntie de versteende prooi af — om over te vloeien in het geruststellende “My Vanishing Twin”.

Cloon is live en op plaat een bezweringsritueel, de innerlijke demonen vluchten bij bosjes uit uw brein. De tong wordt op Mostly Harmless stevig in de wang gedrukt en dat maakt het gevoel van vervreemding en dreiging net zo genietbaar. Niet alleen geflipt en wulps, die eersteling van Cloon; de muziek is ook treiterig, geinig, wanhopig, smerig, sinister en sussend. Het leven zoals het is, quoi? Hop, nogmaals Mostly Harmless in de cd-schuif. Schat, de knolselder, graag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 4 =