Xerath :: II

Candlelight, 2011
Bertus

Een eerste indruk is vaak van vitaal belang. Denk maar aan een
sollicitatiegesprek waarbij je tijdens het binnenkomen al voor een
groot deel je kansen bepaalt. Binnenslenteren op Converse sneakers
en in een gescheurde jeans is misschien very grungy en
cool, maar evengoed een onverstandige zet. Eerst, voor de
vrouwen onder ons, nog eens gaan shoppen en dan met een boel zakken
binnenstormen evenmin. Aan de hand van een eerste luisterbeurt,
zouden we als label niet staan springen Xerath te tekenen.
Candlelight heeft het toch gedaan. De band was hun opgevallen door
de titel van “beste ongetekende nieuwkomer” in metalmagazine
Terrorizer. Bij ons is het enthousiasme toch minder groot. ‘II’
sleept net als de vrouw met de winkeltassen te veel ballast mee
naar binnen. Het maakt het geheel moeilijk te bevatten en niet
meteen verteerbaar. Uiteraard bestaat er nog zoiets als een
groeiplaat (en vaak zijn dat soort plaatjes zelfs de beste), maar
na ettelijke rondjes blijft dit nog steeds ergens wringen.

Nochtans houdt dit Engels kwartet van een vernieuwende aanpak,
iets dat altijd een portie lof verdient. Naar eigen zeggen
combineren ze hun liefde voor filmmuziek met death, industrial,
progressieve en symfonische metalelementen. ‘II’ (de nogal logische
opvolger van ‘I’ uit 2009) gaat ook echt van start als een stukje
score dat zo uit ‘The Lord of the Rings’-trilogie
weggelopen lijkt te zijn. De voorliefde draait duidelijk rond
fantasyfilmwerk, allemaal strak uitgevoerd en alomtegenwoordig op
keyboard. De metalinvloeden komen aangedonderd in hopen polyritmes,
rondstuiterende riffs en uiterst strak drumgeroffel. De
technisch ingewikkelde gitaarlijnen refereren naar invloed Meshuggah, de duistere teksten
en diepe vertelstem zijn schatplichtig aan Dimmu Borgir.
Tijdens het krijswerk schiet Devin Townsend zoals hij
bij Strapping Young
Lad
tekeergaat door ons hoofd. Allemaal bijzonder straffe
groepen om mee vergeleken te worden. Nog meer reden om hier veel
van te verwachten is de productie die in handen gelegd werd van de
befaamde knoppendraaier Jacob Hansen. Zijn naam is met heel wat
sterke en legendarische releases verbonden. Xerath’s tweede is
dankzij de man gezegend met een fantastisch geluid. Wat hij echter
niet kon verhelpen is de enorme dichtheid van de muziek.

De toetsen zijn overduidelijk de waterdichte fundering van elk
nummer. Zij zorgen voor het filmisch karakter waar zo gretig mee
uitgepakt wordt. Het zijn spijtig genoeg ook die toetsen die elke
compositie zo volgepropt maken. Het maakt de muziek van de
Engelsmannen vooral vermoeiend om volledig uit te zitten. Hoe
groovend de gitaren ook inzetten, als het volledige pakket
losbarst, wordt de boel chaotisch en stuitert het alle kanten op.
Bij de eerste drie nummers van de plaat valt dat nog binnen de
perken, daarna slaat de experimenteerdrift los in een woeste
mengelmoes van invloeden. Dat hoeft geen struikelblok te zijn, maar
bij deze formatie raken wij toch vooral onherroepelijk de weg
kwijt. Als een klein kind wil je om je moeder roepen, maar in het
desolaat landschap van Xerath liggen enkel draken, trollen en
andere fantasycreaturen op de loer.

Vanaf ‘Sworn to Sacrifice’, ergens halfweg, verzanden de tracks
steeds meer in een ongerichte geluidsbrij. Het is vanaf dat punt
dat de koppijn en paniek lichtjes komt opzetten om zeurend aan te
zwellen. Spijtig, want de drie eerste composities kunnen wel
grotendeels de goedkeuring wegdragen. Opener ‘Unite to Defy’ is
gezegend met afwisselende en boeiende zanglijnen. Er worden plotse
wissels ingelast tussen de filmachtige muziek en de pure metal. In
tegenstelling tot de tweede helft van de schijf, werkt het hier wel
perfect en zonder plots de mist in te gaan. Ook van ‘The Call to
Arms’ is het echt wel genieten. Deze is sterk schatplichtig aan het
compositorisch talent van Textures. Opnieuw een
duidelijke verwijzing naar een invloed, maar beter een goede kopie
dan een slecht origineel.

‘Reform Pt. III’ begint alweer veelbelovend. Het nummer bevat
een enorm lekkere groove, is daarnaast enorm duister en
zwaar. Maar hier komt ook de grootste kwaal van de gehele plaat
voor de eerste keer echt naar boven: door het repetitieve karakter
tot in het vervelende, en door de vreemde wissels die je constant
het spoor bijster doen raken, gaat het halfweg de verkeerde kant
op. Echt goed komt het met deze release niet meer tot aan de twee
laatste tracks. ‘Numbered Among the Dead’ heeft een hoog Strapping
Young Lad gehalte. De drummer speelt vooral op zijn cimbalen en er
is ruimte voor een mooie gitaarsolo. Afsluiten doen ze met een
langzaam vervagende fade-out. Niet ons favoriete einde,
maar soit. Daarop volgt de epische afsluiter die in twee
hoofdstukken verdeeld werd. Vooral het tweede, meest brute, deel
kan onze goedkeuring wegdragen.

Het begin en einde van ‘II’ zijn uiteindelijk de sterkste
momenten. Ertussenin lijden de tracks aan een vervelende ziekte die
hoofdpijn veroorzaakt. Het ligt zeker niet aan de combinatie van
score en metal waar de mannen zo trots op zijn. In vergelijking met
het debuut zijn ze er enkel maar meer bedreven in geraakt. Het
geluid is echter te vol en overladen geraakt en de wissels te
abrupt. Maar de meest storende factor is eigenlijk nog het
repetitieve karakter van de plaat. Er kunnen heerlijke
vergelijkingen gemaakt worden met metalgrootheden, maar in
tegenstelling tot de voorbeelden wordt er hier veel te veel
herhaald. We snappen na het bijstellen van de eerste indruk al wat
beter de kracht van de band. Spijtig genoeg blijven de minpuntjes
van bij het begin tot nu evengoed hangen.

http://www.myspace.com/xerath

http://www.xerath.net

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 17 =