Low :: C’Mon

Subpop, 2011
Konkurrent

Wanneer heb je het gemaakt als artiest? Popnimfjes als Katy Perry zullen
gewagen van volle zalen en topposities in de charts, maar
het criterium van Low is minder dubieus: de groepsnaam van het trio
uit Duluth (Minnesota) is namelijk synoniem geworden met een genre.
In ‘slowcore’ zit ‘low’ en dat is geen toeval. De band is de
ultieme exponent van het genre en ‘Things We Lost in the Fire’ de
iconische blauwdruk van die typische sound waarmee Duyster elke
zondagavond heel wat melancholische zieltjes aan de speakers
kluisterde.

En of het vuur nog niet gedoofd is: hun negende studioplaat is
zo’n straffe staalkaart van hun grote kunnen dat het een gedroomde
zwanenzang zou zijn, ware het niet dat Low nog veel te relevant
klinkt om er het bijltje bij neer te leggen! In die 18 jaar dat Low
bestaat, hebben een karrenvracht acts zich in hun kielzog genesteld
(denk maar aan ons eigen Krakow). Het echtpaar
Alan Sparhawk-Mimi Parker laat zich echter niet naar de kroon
steken en met elke studioplaat slagen ze erin om hun navolgers te
overvleugelen. Dat is met ‘C’Mon’ niet anders: de songs bewegen
zich nog steeds aan een slakkengangetje voort, maar het
glinsterende slijmspoor dat ze achterlaten blijft oog- en
oorverblindend.

Maar hoewel de plaat een traditioneel rondje lowcore
is, klonk Low nooit gevarieerder als nu. Zo is de lieflijke
slaapkamerriedel van de gracieuze opener ‘Try to Sleep’ zo
weggelopen uit ‘The Great Destroyer’ en ook ‘Witches’ grijpt terug
naar de iets puntigere en gebaldere popsongs van hun laatste twee
platen. Andere songs graven dan weer een tunnel naar lang vervlogen
dagen. Luister maar naar het door Mimi Parker gedragen ‘You See
Everything’, een trage sleper die zachtjes tegen de oorhaartjes
instrijkt. En wanneer de stem van haar eega zich tegen haar
fluwelen zanglijnen schurkt, trekt er een siddering door onze
onderbuik die ons terugkatapulteert naar ‘Trust’ (hun plaat uit
2002).

Geen toeval, want net als die plaat is ‘C’Mon’ opgenomen in een
kerk in hun thuisstad Duluth. En of die locatie een invloed heeft
op de sound van de plaat: door de hoge gewelven baden de songs in
een natuurlijke reverb die ‘C’Mon’ een spookachtige schoonheid
verleent (zie ook de nieuwe PJ Harvey). Het beste
voorbeeld is ongetwijfeld ‘Nothing But Heart’, pièce de
résistance
van het album. Acht minuten lang schuurt deze
mantra het eelt van de ziel tot enkel de lillende essentie
overblijft.

‘Majesty/Magic’ en ‘Done’ grijpen dan weer terug naar de
begindagen van de band, tijden waarin Low enkel atmosferische
stemharmonieën en wat smeulende feedback op de achtergrond nodig
had om harten aan flarden te fileren. En het moet gezegd, die
spartaanse aanpak heeft amper aan poëtische zeggingskracht
ingeboet.

Ook na 18 jaar doet niemand Low zoals Low. Op ‘C’Mon’ klinkt de
band dan wel iets korter van stof, maar gelukkig niet van lont. De
plaat is een succulente synopsis van hun discografie, waardoor Low
nooit zo instant-genietbaar klonk. Het is smullen geblazen voor de
fans en Low-leken krijgen met deze plaat de ideale introductie
aangereikt. Iedereen content!

http://chairkickers.com/

Low palmt op 21 mei de Orangerie van de Brusselse Botanique
in.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + twaalf =