Josh T. Pearson :: Last of the Country Gentlemen

Dat godsdienst en religie soms in staat zijn mensen vreemde of
irrationele beslissingen laten nemen, moet u ons met een nog steeds
actuele geschiedenis vol kruistochten, massamoorden en
boekenverbrandingen niet meer bijbrengen. Maar het kan ook op
kleinere, meer individuele schaal. Neem nu de bizarre
carrièrewending van Josh T. Pearson anno 2001, toenmalig frontman
van het spacepostrocktrio ‘Lift to Experience’: de
diepgelovige Texaan interpreteerde de persoonlijke tragedies die
hij te verwerken kreeg na het undergroundsucces van ‘The Texas
Jerusalem Crossroads’ als een goddelijke revelatie. Zodoende werd
hun inmiddels tot cultplaat uitgeroepen meesterwerk meteen ook hun
zwanenzang. Voortgedreven door het lot leefde hij het
daaropvolgende decennium een zwerversbestaan in Berlijn, Parijs en
Texas. De enige opname daterende uit deze periode is een cover van
Hank William’s ‘I’m So Lonesome I Could Cry’, wat het één en ander
laat vermoeden over zijn gemoedstoestand destijds.

Maar zie, nu keert de met Leopold II-baard getooide Amerikaan
terug om het resultaat van een jarenlange existentiële crisis uit
te brengen onder de vorm van een solodebuut dat opgetrokken is uit
amper zeven songs. We hebben bijzonder lang moeten wachten op deze
‘Last of the Country Gentlemen’, maar het was elke nanoseconde en
iedere druppel bloed, zweet en vooral tranen die in deze
vervreemdende country-noir plaat gevloeid zijn waard.

Om meteen te starten met een waarschuwing: van begin tot eind
klinkt dit album alsof we getuige zijn van een oncomfortabel
persoonlijke biecht die zelfs Sigmund fuckin’ Freud een
krop in de keel zou kunnen hebben gegeven. Maar wegvluchten van
Pearsons zondebelijdenis is geen optie, de singer-songwriter dwingt
de luisteraar zijn ervaringen met hartverscheurende intensiteit te
ondergaan. Easy listening, it ain’t.

En dat enkel met wat onverbloemd akoestisch gitaargetokkel dat
zijn sombere, metastabiele stem ondersteunt, hooguit aangevuld met
een occasioneel likje viool van Warren Ellis of de
minimalistische pianotoetsen van Dustin O’Halloran,
twee heren die overigens beiden deel uitmaken van Nick Cave’s
Bad Seeds.
Maar net die breekbare eenvoud draagt bij tot de door merg en been
snijdende oprechtheid van het hele album. De openingstrack vormt
daar geen uitzondering op: uit de trillende arpeggio’s van ‘Thou
Are Loosed’ rijst het heroïsch klinkende gemijmer “I’m off to save
the world” op, maar de van onzekerheid doordrongen, afsluitende
woorden “… At least I can hope” schetsen veel beter de sfeer
waarin we het komende uur zullen baden. Idem voor het prachtige
‘Sweetheart, I Ain’t Your Christ’, waarin de ingetogen
instrumentatie op uiterst subtiele wijze Pearsons indrukwekkende
teksten vol devotie kracht bij zetten.

Zowel voorgaande nummers als hun opvolgers tikken gemiddeld af
op een tiental minuten, en toch blijven we geïntrigeerd aan ‘s mans
lippen hangen: hij manipuleert moeiteloos onze tijdservaring door
cruciale momenten te rekken tot ze aanvoelen als een eeuwigheid,
alsof hijzelf tussendoor een pauze nodig heeft om te bekomen van
zoveel emoties. Luister naar het schrijnende gesnik terwijl hij aan
het einde van het gelijknamige nummer “Woman when I’ve raised hell,
heaven knows you’re gonna know it / there won’t be a shadow of
doubt in your bright little mind” prevelt, de kans is groot dat ook
u tegen dan aan het vechten bent tegen de opwellende tranen.

En als u het hier al moeilijk had, zal de onwezenlijk mooie
climax ‘Honeymoon Is Great, Wish You Were Her’ waarschijnlijk de
doodssteek geven: een gruwelijke getuigenis over de mentale
foltering wanneer het besef opdoemt dat zijn droomvrouw niet zijn
echtgenote is. Met letterlijk adembenemende precisie en simplesse
worden tot krankzinnigheid drijvende wanhoop en frustraties
beschreven: “Whenever we make love, I’m made sadder every time/
’cause I feel like I am cheatin’ on a woman who is not my wife / I
feel like she can see me, like she’s starin’ right through your
goddamned eyes/ I kiss your lips and I feel her whisper back up
into mine/ (…) / I hope your honeymoon’s great honey, but I too
am wishin’ that I was your her.” Als de titaan Atlas het
hemelgewelf torst, draagt Pearson hier de hel op zijn
schouders.

Tegen de tijd dat de smekende slotsong ‘Drive Her Out’ haar
laatste noten had uitgekreund, zaten we met water in de ogen
verward voor ons uit te staren in het niets. Gedeelde smart is
halve smart, nietwaar. Hoe dan ook, de plaat klinkt als een vitale
afrekening met een vreselijke periode in Pearsons leven, wat de
essentie is van zoveel melancholische muziek die een baken van
troost vormt voor wie er nood aan heeft. Meer zelfs: deze ‘Last of
the Country Gentlemen’ kan zonder enige vorm van blasfemie tussen
Dylans ‘Blood
on the Tracks’ en ‘Pink Moon’ van Nick Drake in de platenkast voor
eenzame, duistere nachten worden gezet.

Tijdens een bijna spirituele queeste naar verlossing lonkt Josh
T. Pearson ons in de donkerste krochten van zijn ziel, waar zijn
innerlijke demonen (liefdesverdriet, eenzaamheid en verlangen)
proberen om aan de hand van hartverscheurend beklijvende
composities ook van onze geest bezit te nemen. Hoewel men onder de
prille zonnestralen nog maar net de eerste barbecues aan het
opstoken is, moet er nog veel meer worden gezegd? Plaat van het
(voor)jaar!

http://www.joshtpearson.co.uk

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − een =