Chad McCullough / Bram Weijters Quartet :: Imaginary Sketches

Hoes en titel spreken eigenlijk voor zich: dit album baadt in melancholische, nachtelijke stilte en moet het eerder hebben van edele penseelstreken dan van robuuste krachtdadigheid. Wie naar een lijzig jazzke snakt is dan aan het juiste adres.

Dit album is een co-productie van het in Seattle gebaseerde Origin Records en het Brugse W.E.R.F. (beide labels brachten trouwens een eigen versie uit), dat hier drie Amerikanen en een Belg samenbrengt: enerzijds trompettist Chad McCullough en bassist Chuck Deardorf met drummer/Origin-oprichter John Bishop en anderzijds de jonge Belgische pianist Bram Weijters. Die laatste is zich sterk aan het profileren op de vaderlandse scene, bij o.a. Fables Of Fungus, Dez Mona en Hamster Axis Of The One-Click Panther, dat onlangs nog sterk debuteerde.

Dit is echter heel andere kost. Terwijl het bij het Antwerpse kwartet vooral over een avontuurlijke, soms baldadige boeg gegooid wordt, staat alles hier ten dienst van ingetogen lyriek, tedere melodieën en zachtheid die grenst aan de breekbaarheid. De vier kiezen tijdens het merendeel van de composities resoluut voor in grijstinten verpakte introspectie, logische samenhang en vriendschappelijke interactie. Op en top luistermuziek dus, iets dat meteen ook duidelijk gemaakt wordt door McCulloughs mooie “Imaginary Folk Song”, dat de plaat opent met een dromerigheid die meer dan eens wat doet denken aan RVHG’s “Twee Meisjes”. Weijters spel’ is hier bijzonder gevoelig, net als dat van de trompettist, die kiest voor zachte, spontaan vloeiende lijnen.

Het gros van de plaat wordt bepaald door composities van Weijters, die in dezelfde vijver vist: “Burning Question” en “Another Dark Ballad” zweren bij lage tempo’s en hebben alle ingrediënten in huis die passen bij het soort classy weemoed dat hoort bij een lounge bar na middernacht: de gedempte trompet roept wazige beelden van pastorale raadselachtigheid op, terwijl de solo’s van Deardorf al even subtiel en verfijnd klinken. Nu en dan is het wel opletten om niet te gaan vervelen, iets waar de vier zich soms aan bezondigen. Een track als “Restless” is wel mooi, maar door het wegvijlen van de (potentiële) oneffenheden en de erg cleane productie komt het album soms wel erg dicht bij een artificiële schoonheid, eentje die de oren wel zalft, maar weinig nazindert.

Met het flukse, tegen de pianopop aanvleiende “Free As Poetry” wordt even iets meer pit geïntroduceerd en dat gaat het kwartet zeker goed af. Het lijkt wel alsof je kan horen hoe goed het de ritmesectie bevalt om eindelijk ook eens iets meer drive in een nummer te kunnen stoppen. Ook McCullough, die nergens de behoefte lijkt te voelen om het laken naar zich toe te trekken, kan daar iets meer van z’n kunnen laten horen. Bijna even goed is “Speeding”, dat meteen uitpakt met een thema dat niet misstaan had op een vroege Blue Note-plaat, ook al heeft McCullough niet die diepe wortels in de blues.

Het afsluitende “Late Night, Long Drive” herhaalt tenslotte nog eens wat aan het begin te horen viel: een nachtschets met verlangende melodieën en een grote aaibaarheid. Het is meteen ook de wegbereider van de conclusie: Imaginary Sketches mag er best zijn, al had iets meer pit zeker voor een sterker en consistenter album kunnen zorgen. Nu is het vermoedelijk wat saai voor wie het sowieso al moeilijk heeft om bij de les te blijven en ook voor de liefhebbers van het fluwelen werk misschien net iets te eentonig om de volle vijftig minuten te blijven boeien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 2 =