Larry Polansky :: The World’s Longest Melody

Dit album werd getrakteerd op erg lovende recensies (o.a. ook in het gerenommeerde avant-gardemuziekblad The Wire, waar het opdook in de eindejaarslijst) en laat bovendien een aantal Belgische muzikanten aan het werk horen. Dat het uiteindelijk toch zo lang duurde voor het tot op deze site geraakte heeft alles te maken met het weerbarstige karakter van de plaat.

Polansky heeft altijd een bijzondere plaats ingenomen binnen de avant-garde. Als muzikant, componist, uitgever en docent was hij immers niet enkel begaan met de uitvoering, maar ook met het strikt vormelijke aspect, dat het opvallendst is door zijn bijdrage aan de uitvinding van de zogenaamde Hierarchical Music Specification Language (HMSL), een programmeertaal voor muziek die uitgaat van composities gebaseerd op algoritmes. Daardoor zit Polansky vaak op de grens van muziek en wetenschap, met een nadruk op formalisme en soms wiskundig uitgedokterde structuren, iets dat je bvb. ook kon aantreffen bij Xenakis of, iets dichter bij de bekende rock- en improvisatiewereld, Elliott Sharp.

Bijgevolg doet The World’s Longest Melody soms erg intellectualistisch, afstandelijk en academisch aan. Dat had nog versterkt kunnen worden door het feit dat deze stukken dateren van verschillende tijdstippen (tussen 1978 en 2009) en opgenomen werden met steeds variërende bezettingen. Zo zijn er een paar stukken voor sologitaar, heb je schetsen die uitgevoerd worden door het Belgische ZWERM-kwartet, maar net zozeer een paar stukken waarbij er een saxofoonkwartet of elektronica opduikt. Dat er toch een zekere coherentie in steekt en de fascinatie nooit wegdeemstert is een verdienste van de componist en de uitvoerders, waarvan gitarist Toon Callier de meest prominente is.

Een geslaagd (en toegankelijk) voorbeeld van Polansky’s methode is “Ensembles Of Note”, dat volledig geconstrueerd wordt op een zich steeds herhalend clavespatroon. Daarop zorgen gitaren, saxen, drums en elektronica voor een steeds expressiever wordende reeks variaties die culmineert in een hoekig kluwen. Het is een compositie die door z’n basisstructuur meteen een aantal beperkingen oplegt aan de muzikanten, maar die krijgen vervolgens wel de kans om met een schier oneindige reeks aanpassingen te werken, waardoor de muziek vrij toegankelijk kan zijn en toch zeer avontuurlijk wordt. De compositie staat daarmee haaks op de acht tooaytoods, kringelende gitaarstukjes van 12 tot 32 seconden die meest van al doen denken aan de onvoorspelbare doedels van Derek Bailey.

Sommige stukken, zoals de solocomposities voor gitaar (waarvan er enkele worden uitgevoerd door Callier en eentje door Polansky zelf) lijken op te gaan in hun eigen minutieuze details, maar het zijn de grote bezettingen die de boeiendste opdrachten toebedeeld krijgen. Het imponerende drieluik “for ben, jim and lou”, dat opgedragen werd aan voorgangers/mentoren James Tenney, Ben Johnston en Lou Harrison, en uitgevoerd wordt op gitaar (Callier), harp (Jutta Troch) en percussie (Jeroen Stevens van o.m. I Love Sarah), laat ongemeen fascinerende spelletjes horen met alternatieve stemmingen, die dan nog eens aangepast worden (door de percussionist!) tijdens het uitvoeren van de dromerige, verwrongen stukken. Soms krijgen die zelfs een Oosterse flair, zeker in het middenstuk, met zang van W. Victor.

Het titelnummer komt als slotdeel van die trilogie voor, maar ook in ensembleversie, met meerdere gitaren en saxen. Ook hier is de maatsoort gebaseerd op een mathematisch uitgedokterd systeem, al komt het door de volle sound en rijke instrumentatie dichter dan ooit bij de werelden van rock en jazz. Al even treffend is “Ontslaan (toontood)”, een stuk voor het gitaarkwartet dat vertrekt vanuit een diffuse melodie, maar al snel dreigt te zullen imploderen, iets dat uiteindelijk heel geleidelijk aan gebeurt, als een narcose die het bewustzijn langzaam overmeestert, tot je uiteindelijk belandt bij een haast spookachtige instrumental à la Gary Lucas.

De zeventig minuten van The World’s Longest Melody zijn potentieel erg lange minuten voor wie voeling noch interesse heeft voor hedendaagse muziek, maar voor wie er in slaagt om de rock-, jazz- en klassieke conventies even van zich af te zetten is dit een prikkelende, soms bevreemdende en steeds eigenzinnige muzikale ontdekkingstocht zoals je ze zelden te horen krijgt. Bovendien zijn er nog de uitvoerige liner notes voor wie er zich graag in vast wil bijten en/of snakt naar bijkomende lees- en luistertips.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + 15 =