Rango




Er is hier op enola al heel wat gebakkeleid over de (on)zin van
3D, een discussie waarin vooral Dennis – onze verzuurde
thirtysomething met migraine – zich geprofileerd heeft als
onverbiddelijke non-believer. Zelf ben ik evenmin een
grote fan van wat Tinseltown tot op heden aan driedimensionale drek
heeft uitgepoept, maar het lijkt mij wel voorbarig nu al te
besluiten dat dit nieuwigheidje ons nooit meer zal bieden dan
schele koppijn en dom spektakel. In het verleden hebben andere
evoluties immers een soortgelijke periode van schaamteloze
uitbuiting ingeleid : zo bracht de komst van geluid in het begin
vooral beroerde musicals met zich mee en zorgde de introductie van
kleur de eerste jaren steevast voor oversaturatie. Nog het best te
vergelijken met de huidige 3D-hysterie is wellicht de lancering van
widescreen begin jaren vijftig. Ook dat snufje werd in het
leven geroepen om de cinemaervaring te promoten (concurrentie
televisie) en leverde aanvankelijk enkel megalomane meringues op
als ‘War and Peace’, ‘Around the World in 80 Days’ en ‘Spartacus’.
Pas toen het nieuwe er mid-fifties af was en het gebruik
van het grote scherm op zich niet meer volstond om het publiek
omver te blazen, ging onder meer Hitchcock creatiever omspringen
met de extra inches. Resultaat: absolute eye candy als ‘To
Catch a Thief’, ‘Vertigo’ en ‘North by Northwest’. Waarvoor dank,
Alfie.

Het is dus best mogelijk dat 3D ook zo’n parcours zal afleggen,
al blijft het voorlopig wachten op die ene, visionaire regisseur –
Burton? Scott? Nolan? Verheyen? – die de ogen van het volk zal
openen. Wel lijkt de blinde extase rond het hele ding stilaan weg
te ebben en plaats te maken voor een meer gereserveerde houding.
‘Toy Story 3’, bijvoorbeeld, weigerde zijn verhaal te plooien naar
de technologie en ‘Despicable Me’ greep de dimensie³ op zijn beurt
aan om fijne dieptecomposities te fabriceren. In diezelfde lijn:
‘Rango’, dat er bewust voor kiest géén 3D te gebruiken omdat die,
aldus Verbinski, de iconische vormgeving van de film alleen maar in
de weg zou staan. Dat moet zowat de beste keuze zijn sinds Paus
Johannes Paulus II in 2005 vooralsnog besloot te sterven, want
‘Rango’ bevat een karrenvracht aan visuele pracht die in drie
dimensies inderdaad veel minder goed tot zijn recht zou zijn
gekomen. Hier dus goggles noch gloom, maar wel
wonderschone en haarscherpe plaatjes, opgeleukt met fijne
geestigheden en – ola, compadre – een kwartet mariachiënde
uilen. En o ja, bijna vergeten, er was ook nog een grotendeels
geplagieerde plot.

Die ging als volgt: een slungelige huishagedis (Johnny Depp)
slijt de dagen in zijn terrarium met het opvoeren van
zelfgeschreven monologen, intussen mijmerend over een meer roemrijk
bestaan. God is hem gunstig gezind, want tijdens een verhuis wordt
hij uit de wagen geslingerd en belandt hij in de verraderlijke
Mojavewoestijn. Op aanwijzen van een stuk roadkill belandt
hij in de grensstad Dirt, een gehucht dat wordt bevolkt door gore
knaagdieren, mank gevogelte en afstotelijke schubhuiden. Het
reptiel besluit dat zijn tijd eindelijk is gekomen, werpt al zijn
acteertalent in de strijd en stelt zich aan het plaatselijke
gepeupel voor als Rango, the mythical man of many
epitheta
. Wanneer hij per abuis een havik omlegt, wordt hij
tot zijn grote vreugde zelfs aangesteld als sheriff van de negorij.
In die gedaante gaat hij moedig op zoek naar de oorzaak van de
aanhoudende droogte die het hol al een tijd kwelt en al snel komt
hij de louche praktijken van de burgemeester, een lamme schildpad,
op het spoor: de snoodaard dumpt systematisch water in de woestijn
om zo de waardeloos geworden gronden voor een prikje op te kunnen
kopen, in de idee er ooit een luxueus wooncomplex op neer te poten.
Rango groeit aldus uit tot kwelduivel van het lokale geteisem, dat
geërgerd op zijn scalp begint te azen. Maar vreest niet, gij allen,
want ain’t no one’s gonna tango with the Rango!

Juist, het narratief is een samenraapsel van enkele
legendarische verhaallijnen – vooral uit ‘Star Wars’ en ‘Chinatown’
worden serieuze lappen plot gekopieerd. Al die bits and
pieces
vormen in ‘Rango’ weliswaar een nieuw geheel en de
vondst om de bekende personages te vervangen door afgeleefde fauna
is best origineel, maar daar houdt het ook op: sommige referenties
zijn zo expliciet dat je onvermijdelijk het gevoel hebt naar een
stamppot van gerecycleerde ideeën te kijken. Echt meeleven met de
protagonist doe je dan ook niet, wat behoorlijk sneu is voor een
verhaal dat volledig steunt op de Bildung van dat
karakter. Het ontbreken van een degelijk verhaal is eens zo jammer
omdat aan alle andere aspecten van ‘Rango’ wél voldoende aandacht
(en geld) is besteed. Tekenend: voor het inspreken van de stemmen
speelden de acteurs op sets en in kostuum hun scènes na om zo meer
sfeer en naturel in hun vertolking te kunnen leggen. De hele klus
heeft dan ook kleine maand in beslag genomen, terwijl de
lines van pakweg ‘Despicable Me’ – nochtans ook een
degelijke prent – in vier dagen opgenomen werden. Het is alleszins
een investering die rendeert, want alle buitenissige creaturen
praten in vocalen die perfect matchen met hun curieuze
uiterlijk.

‘Rango’ is echter vooral op visueel vlak zeer te pruimen. De
animatie is werkelijk spic and span: wat Industrial Light
& Magic – het bedrijf dat George Lucas zelve uit de grond heeft
gestampt om de special effects van ‘Star Wars’ te
verzorgen en sindsdien de CGI heeft verzorgd voor kleppers als
‘Pirates of the Caribbean’ en ‘Avatar’ – hier in zijn eerste
geanimeerde feature toont, is behoorlijk indrukwekkend. De
decors zijn tot in het kleinste detail uitgewerkt, de excentrieke
mormels bewegen stuk voor stuk erg natuurlijk en ook de kleuren
zijn superbe. Daarnaast is alles grandioos ‘gefilmd’, in een stijl
die vooral herinnert aan poëtische klassiekers as John Fords ‘Three
Bad Men’ en Sergio Leone’s ‘The Good, the Bad and the Ugly’. Men
durft al eens vergeten dat er ook in animatie diep nagedacht wordt
over mise-en-scène, montage en shotkeuzes, maar in ‘Rango’ kan je
daar echt niet meer omheen: de manier waarop de fantastische
setting tijdens de saloonscène wordt uitgelicht of hoe
achtergronden er bewust onscherp zijn gemaakt om de latente
spanning voelbaar te maken, dat is gewoonweg magnifiek. Het is
wellicht voor het eerst dat een grote animatiefilm zijn vorm zo
expliciet als voornaamste troef uitspeelt, een gedurfde zet waarbij
het genre – dat ondanks zijn succes nog altijd met de nek wordt
aangekeken – alleen maar gebaat kan zijn.

‘Rango’ doet dus een bescheiden Tarantinooke: deze
prent gaat niet zozeer over de zelfontplooiing van een hagedis,
maar veeleer over hoe graag Verbinski wel naar westerns mag kijken
en over hoe fantastisch de zevende kunst ook in pixels kan zijn.
Het heeft dan ook geen zin hier erg scherp uit te halen naar het
makke verhaal, omdat je
gewoon aan alles ziet dat de makers nauwelijks bezig zijn geweest
met wat ze wilden vertellen, maar vooral met hoe
ze dat precies in beeld wilden brengen. Dat ze dat vervolgens
weergaloos gedaan hebben, maakt van ‘Rango’ in principe een erg
geslaagd filmpje. Kortom: mits iets meer body zou de
volgende langspeler van het ambitieuze ILM grote broers Pixar en
Dreamworks wel eens een serieuze kater kunnen bezorgen. En dat
terwijl ‘Puss in Boots’ in de steigers staat: er zit hier een zeer
flauwe woordspeling aan te komen. Miauwkes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + vijftien =