Made in Dagenham




Misschien wel meer dan eender welk ander land in de Westerse
wereld, is Groot-Brittannië er nog steeds één waar er een sterk
besef van een sociale klassenverdeling bestaat. Een mens wordt
geboren in een bepaald milieu, en dat bepaalt wel zo ongeveer hoe
hij zijn leven zal leiden. De laatste twintig à dertig jaar zijn er
wel meer social climbers gekomen, maar echt
vanzelfsprekend is dat nog steeds niet. Die manier van denken wordt
op z’n minst gedeeltelijk weerspiegeld in de Britse literatuur en
cinema, waar elke sociale klasse zijn eigen subgenre lijkt te
krijgen. Er zijn de verhalen over het koningshuis en adellijke
figuren (‘The Queen’, ‘The King’s Speech’). Dan is er de
bourgeoisie, die vertegenwoordigd is in verhalen als ‘A
Room with a View’, ‘Howard’s End’ en ‘The Remains of the Day’. En
uiteraard is er de working class, die met het meeste volk
zijn en bijgevolg het grootste canon aan films hebben. Het oeuvre
van Ken Loach en Mike Leigh, maar ook een schier eindeloze reeks
feel good sociale tragikomedies, genre ‘The Full Monty’,
‘Brassed Off’, ‘Billy Elliot’ en nu deze ‘Made in Dagenham’.

Regisseur Nigel Cole, die zich enkele jaren geleden al aan een
film in hetzelfde genre waagde met ‘Calendar Girls’, vertelt het
ware verhaal van de vrouwenstaking in de Fordfabriek van Dagenham,
anno 1968. De directie van Ford maakte er sowieso al een gewoonte
van om vrouwen minder te betalen dan mannen in de fabriek. Wanneer
het management de dames ook nog eens degradeert tot “ongeschoolde
arbeidsters” om hun loon nog lager te kunnen houden, komt het tot
een treffen met de vakbond. De vrouwen leggen het werk stil tot ze
gelijk loon krijgen. Na een tijdje ontaardt de staking in een
uitputtingsstrijd tussen Ford, dat dagelijks handenvol geld
verliest omdat de productie is stilgevallen, en de arbeidsters, die
tijdens de vakbondsactie geen inkomen hebben en bijgevolg al snel
zwarte sneeuw zien.

Dat alles is gebaseerd op ware feiten. Om een stevige narratieve
structuur aan de film te geven, verzonnen de makers het fictieve
personage Rita O’Grady (een goeie Sally Hawkins), die als
aanvoerster van de stakers symbool moet staan voor verschillende
vrouwen die destijds bij de actie betrokken waren. Zij wordt
gesteund door haar chef Albert (Bob Hoskins in knuffelbeermodus) en
trotseert misogyne bazen, konkelende vakbondbonzen en zelfs
deurwaarders die haar koelkast in beslag komen nemen.

Het zal een knappe zijn die kan zeggen dat dit verhaal niet meer
relevant is. Zelfs in België liep er nog niet zo lang geleden een
actie om mensen te sensibiliseren voor het feit dat een vrouw
gemiddeld vanaf 15u05 gratis werkt, als je haar loon naast dat van
een man legt. En dan spreken we over 2010. Cole’s benadering van
het materiaal valt in principe perfect te verdedigen: hij geeft ons
een enkel hoofdpersonage waar we mee kunnen sympathiseren.
Eenvoudige tegenstellingen tussen goeie en slechte figuren, met
relatief weinig ruimte voor nuance, zodat het altijd duidelijk is
voor wie we moeten duimen. Een strak tempo, nostalgische hits op de
soundtrack, een lach en een traan. Het is een formule die al werkte
in ‘The Full Monty’ en al die andere working class
dramadies,
en hij werkt hier opnieuw. Tot op een bepaald punt,
dan toch.

Maar ondertussen wordt het ook steeds meer voelbaar dat die
zelfde formule al één keer te vaak is gebruikt. ‘Made in Dagenham’
is degelijk gemaakt, goed geacteerd en altijd onderhoudend, maar
het is ook een film die op voorspelbare wijze alle obligate nummers
afwerkt. In zekere zin is een prent als ‘Made in Dagenham’ het
Britse equivalent van een Amerikaanse sportfilm à la ‘Rocky’, of
recenter ‘The Fighter’: een inspirerend bedoeld drama dat zich
ontwikkelt aan de hand van een onveranderlijke serie conventies.
Leuk entertainment? In de meeste gevallen wel. Opvallend of
verrassend? Zeer zelden. Elke plotwending valt lang op voorhand te
voorzien, en elke confrontatie tussen de personages komt op exact
het moment dat we die verwacht hadden. (Verbaast het u dat Rita na
ongeveer een uur in de film ruzie krijgt met haar man?) Tijdens het
laatste half uur beginnen de hoofdfiguren trouwens onophoudelijk
melige speeches af te steken – Rita predikt drie, vier keer opnieuw
dat “we just want what’s fair!”, terwijl Miranda
Richardson opduikt in een bijrol als minister voor tewerkstelling
Barbara Castle, en op haar beurt een monoloog mag houden over het
belang van vrouwenrechten.

Wat bij dat alles verloren gaat, is een zekere authenticiteit.
Ik kan me perfect voorstellen hoe Ken Loach dit zelfde verhaal zou
vertellen: met een minder gepolijst scenario, een ruwere
beeldvoering en plattere dialogen – maar ook échter. Minder
schatplichtig aan Hollywood, en meer aan de arbeiderswijken van
Liverpool, Birmingham, Dagenham en andere industriesteden.

Niet dat ik al te veel wil klagen: zo lang hij duurt, is ‘Made
in Dagenham’ een sympathieke film, waarin vooral Sally Hawkins de
kans krijgt om haar acteertalent te bewijzen. Ze speelde eerder al
degelijke bijrollen in films als ‘An Education’ en (binnenkort bij
ons te zien en echt niet te missen) ‘Never Let Me Go’, maar hier
mag ze volop in de spotlight staan. Ze weet een overtuigend portret
te geven van een vrouw die zichzelf overstijgt, met een onvermoed
talent als vakbondsvoorvechter. Mooi, hoe ze tijdens een eerste
vergadering haar mond opent en zelf versteld lijkt te staan van
wat ze allemaal zegt. De andere acteurs blijven grotendeels in haar
schaduw staan. Miranda Richardson is net iets te theatraal als
Barbara Castle, terwijl Bob Hoskins een warme vertolking geeft als
chef, maar halverwege de film plotseling uit het verhaal
verdwijnt.

Moet u nu gaan kijken? Ach ja, u zult zich niet vervelen en je
hebt nu eenmaal mensen die gemakkelijk mee zijn met dit soort
crowdpleasers. Anders zou het ook geen
crowdpleaser zijn. Maar voor mijn part maakt ‘Made in
Dagenham’ zich er wat al te makkelijk van af door gewoon de
conventies van het genre te volgen, zonder meer. En oh ja, aan het
einde van deze film het liedje ‘You Can Get It If You Really Want’
laten horen, om te knipogen naar de overwinning van de vrouwen, is
effenaf onvergeeflijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =