The Cave Singers :: No Witch

Tegelijk sinister klinken én een pastorale inslag laten horen. De sfeer van een drugroes oproepen, maar evengoed op het eerste zicht brave folksongs brengen. The Cave Singers gaan op hun derde plaat verder en dieper dan ooit.

Een jaar of vier is het ondertussen geleden dat The Cave Singers debuteerden met het veelbelovende Invitation Songs. Wat toen nog een vreemde zet leek van enkele voormalige lawaaimakers van onder meer Pretty Girls Make Graves, is enkele platen later uitgegroeid tot een vaste waarde in het folky genre.

Veel nieuws is er niet onder de zon opNo Witch, maar de kwaliteit van de songs is ook ditmaal huizenhoog en gezien het feit dat The Cave Singers vreemd genoeg onder de radar lijken te blijven, verdient de plaat het absoluut om even in de spotlights gezet te worden. Als The Low Anthem er mee wegkomt een niet echt indrukwekkend vervolg te maken op zijn doorbraakplaat, dan is er geen enkele reden waarom No Witch niet opgehemeld zou mogen worden.

Alleen al de manier waarop de plaat opent met “Gifts And The Raft” zou immers moeten volstaan om The Cave Singers in de armen te sluiten. Over een glasheldere gitaarrif, die beelden oproept van een zonsopgang boven een van de door Band Of Horses zo geliefde Amerikaanse landschappen, weerklinkt een van de mooist denkbare samenzangen. Dat blijkt echter nog maar de voorbode van een langzaam openbloeiende song. Subtiele drum, een ritmische viool en dan even plots als het begon: gedaan en op naar de volgende song.

Net zoals die openingstrack openbloeit, ontpopt ook The Witch zich langzaam maar zeker. “Black Leaf” is zowaar een southern rocker zoals Kings Of Leon ze helaas niet meer maken. “Falls” laat dan weer de meer sinistere kant van The Cave Singers naar boven komen. Het nummer balanceert tussen akoestisch en elektrisch en heeft een geladenheid meegekregen die bij beluistering in uitgestrekte, desolate landschappen onvermijdelijk tot paranoia-aanvallen lijdt. Dat Pete Quirk met zijn vocalen voor een dreigende, licht dronken inslag kiest, draagt uiteraard bij aan het ongemakkelijk sfeertje dat de song uitstraalt.

Die lijn wordt doorgetrokken in “Outer Realms”, dat door zijn percussie herinneringen oproept aan de meest psychedelische kant van The Doors. Door zo openlijk te flirten met de meer donkere kanten van het folkgenre, weet The Cave Singers zichzelf van een uniek plaatsje in de huidige revival te verzekeren. Al staat ook dat ronduit mooie songs als “All Land Crabs And Divinity Ghosts” niet in de weg.

Die veelzijdigheid toch tot één geheel smeden, dat zich bovendien makkelijk laat beluisteren, is wat The Caves Singers tot een van de meest interessante bands in het genre maakt. Is de eerste indruk nog dat de muziek meer van het zelfde biedt en een beetje oubollig aandoet, dan blijkt luttele luisterbeurten later No Witch een avontuurlijk plaatje met tijdloze allures.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − een =