De Staat :: Machinery

Geef toe: als er de laatste vijftien jaar een muzikale hype van boven de landsgrenzen kwam aangewaaid, zoals dat nu met De Staat gebeurt, was het meestal kwestie van lang genoeg te schuilen tot het onweer weer veilig ging liggen.

Want artiesten als Heideroosjes, Krezip, Anouk, Kane of Within Temptation slaagden er misschien wel in om allerhande met bakvissen en ander tienergrut bevolkte parochiezalen en festivalterreinen plat te spelen, artistiek erg hoogstaand kon je het allemaal toch niet noemen. Om van veredelde charmezangers als Guus Meeuwis, Acda en De Munnik en Van Dik Hout nog maar te zwijgen. Het was iets om je als kleine Belg in te verkneukelen, dat we toch in iets beter waren dan die arrogante Nederlanders.

De licht geniale lolbroekerij van De Jeugd Van Tegenwoordig even buiten beschouwing gelaten, moet je zelfs bijna twee decennia terug in de popgeschiedenis voor je nog eens op écht interessante en spannende muziek uit het land van Maas en Waal stuit. Dertigers zullen zich nog wel herinneren hoe bands als Urban Dance Squad, The Scene en Bettie Serveert het begin jaren negentig tot in allerlei buitenlanden schopten met fantastische platen en al even hoogstaande concerten. Maar in de jaren daarna was het duidelijk armoe troef boven de Moerdijk.

Je kan de golf van opluchting die momenteel doorheen de Nederlandse popscene rolt dan ook bijna tot bij ons horen. Want met De Staat is er na twintig jaar eindelijk nog eens een rockband opgestaan die dat provinciale niveau helemaal overstijgt. Een beetje zoals bij ons met dEUS gebeurde, een jaar of vijftien geleden. En chauvinistisch als die Nederlanders dan zijn, rollen ze meteen over elkaar heen met allerlei superlatieven. Helemaal onterecht is de hype deze keer echter niet. Eindelijk heeft Oranje nog eens een popband die waardig de landsgrenzen kan oversteken om allerlei vreemde bastions te veroveren.

De vijfkoppige band komt immers probleemloos weg met de niet evidente combinatie van lekker rauwe en toch gesofisticeerde rock. Openingstrack "Ah, I See" bijvoorbeeld is een mokerslag die wordt opgeluisterd door spooky backing vocals en een verdwaald klinkende mondharmonica. "That’s how we roll now", zingt Torre Florim. En inderdaad: het nummer maakt meteen duidelijk wat te verwachten. Erg repetitieve en machinaal klinkende rock: donker maar niet depri, dansbaar maar niet op dwaze wijze.

Zo doet single "Sweatshop" denken aan Devo, aan dEUS’ "The Architect", maar vooral aan de Ghost Rock die Mauro Pawlowski met zijn Grooms voortbracht. "I’ll Never Marry You" had ook op Era Vulgaris van Queens Of The Stone Age kunnen staan en "Old MacDonald Don’t Have No Farm No More" lijkt wel een kruising tussen Battles, Les Tambours Du Bronx en Screamin’ Jay Hawkins. In "I’m A Rat" hoor je flarden van de funk die Prince, Beck of Jamie Lidell produceren: ijle stemmen, gebalde gitaarriffs en retestrakke drums. "Keep Me Home" lijkt dan weer geleend van Nick Cave en Grinderman.

Machinery is een boeiende plaat die zelfs behoorlijk Europees klinkt. Even uitleggen: anders dan veel Nederlandse rockacts uit het verleden — Shocking Blue, Golden Earring, Anouk, om er maar een paar te noemen — spiegelt de band rond Torre Florim zich minder aan de typische Amerikaanse stadionrock. De band lijkt eerder beïnvloed door de ’Belgische’ manier van werken: allerhande fijn gekozen invloeden uit de popmuziek worden in een trommel gegooid en op zulke wijze flink geklutst tot het resultaat origineel genoeg klinkt en voldoende uitstraling heeft om ook in allerlei buitenlanden potten te breken.

En dat lijkt zelfs redelijk goed te lukken. De groep uit Nijmegen mocht na het uitbrengen van zijn debuutplaat zelfs meteen de John Peel Stage van Glastonbury openen én er met een knipselmap vol lovende kritieken in de Engelse pers huiswaarts keren. Deze keer moeten ook de VS eraan geloven, dixit frontman Torre Florim. Met een sterke plaat als Machinery onder de arm mag het niet mislukken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + negen =