Wye Oak :: Civilian

Met al twee langspelers en een E.P. op de teller, beschouwt Wye Oak deze Civilian toch als zijn eerste echte plaat. Het duo uit Baltimore zet een volwaardig groepsgeluid neer en vindt een comfortabel plekje tussen folk, dreampop en shoegaze.

Met Civilian al meer dan een week in de cd-speler, kunnen we stellen dat dit een album is dat blijft boeien, maar ook een dat ons voorlopig weigert in een bepaalde richting te duwen. De breed uiteenlopende arrangementen van Jenn Wasner (zang/gitaar) en Andy Stack (drums/toetsen) beperken zich tot de essentie om de nummers ook op het podium te kunnen brengen, waar Stack nu al de armen moet verdelen tussen drum en keyboard. Drie songs ver staan er al drie verschillende invloeden op ons papiertje, van ambitie gesproken.

Zo doet opener “Two Small Deaths” een beetje denken aan Beach House, misschien vooral omdat ze ook uit Baltimore komen. Het is in ieder geval een verdienstelijk en melodieus folknummer, waarbij vooral de ijle zang van Wasner opvalt. Het zweverige en psychedelische “The Altar” voelt zich meteen thuis tussen het oeuvre van Pink Floyd en als we de openingsakkoorden van “Holy Holy” horen, komen we zonder nadenken bij Pixies uit. Voor u Wye Oak een gebrek aan een eigen gezicht verwijt: ‘t is veeleer een teveel aan gezichten op dat moment.

Als we dan toch één nummer ter referentie moeten serveren, vinden we dat zoals op ieder goed menu in het midden. “Civilian” is vanaf de eerste luisterbeurt het vlaggenschip dat deze armada aanstuurt, een boeg die er niet voor terugdeinst om tegen een tsunami in te beuken, kortom een stuk waar je mee naar de oorlog kan. Op zich is het geen wereldveranderend nummer, maar het is de stem van Wasner die zich als een supermancape rond de schouders van een zondagsheld hult. Met een timing die het ritme uitdaagt, als een Britse toerist de Spaanse zon, zingt ze: ”I wanted to love you like my mother’s mother’s mothers did …” De hoekige Neil Young-gitaarsolo stuwt het nummer een intense finale in.

Er heerst de hele plaat door een soort ongemakkelijkheid, zoals wanneer je bij een bevriend koppel te eten wordt gevraagd en ze al van voor de soep aan het ruziën slaan. “Plains” start als een doorsnee postrocknummer, maar zet een spanning en gelatenheid neer die door het uitstekende samenspel tussen Wasner en Stack voelbaar wordt. Een vrolijk plaatje is dit niet, zo verraadt de titel van het ingetogen “Doubt” ook: veel vragen, twijfels en spijt soms. Neem een artiest zijn of haar miserie weg en het zou toch allemaal een pak moeilijker lopen aan de schrijftafel. “ When the days run long and late, darkness brings me pause, when I lie awake” klinkt het in het knappe “Hot As Day”.

De opties open laten voor een volgende plaat, niet kiezen voor een definitieve richting. Moet u dan persé een conclusie voor een album met een open einde? Wye Oak geeft ons veel met Civilian. Veel referenties, veel om over na te denken, veel muzikale accenten die nog uit het album moeten geschud worden zoals het laatste restje ketchup uit die fles. Civilian is in ieder geval een plaat die prikkelt, van een drum-gitaarduo dat is uitgegroeid tot een echte band. En zo schiet Wye Oak voort wortel, net zoals hun state tree.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 15 =