The Cave Singers :: Invitation Songs


“Oh my darling we’re meadowing now / oh love is bold in the
cricketing fields”
: blijkbaar verworden de pastorale heiden
langzamerhand tot enclaves van grillige artiesten, want na
Goldfrapp laten ook The Cave Singers zich na een carrière in een
lawaaierige sector van muziekland inspireren door het verstilde
bladergeritsel van arcadische vlaktes. Waar Alison Goldfrapp met
Seventh Tree
de promiscue lapdances van Black Cherry en
Supernature
inruilde voor zweverige pasjes rond de psychedelicaboom, keren The
Cave Singers langs het dichtbegroeide postpunkwoud terug in de tijd
naar de open plek van de ingetogen countryblues. De leden van de
band hebben een verleden in acts als Pretty Girls Make
Graves
, Cobra High en Murder City Devils, maar op ‘Invitation
Songs’ worden de elektrische gitaren achterwege gelaten ten
voordele van hun akoestische soortgenoten. Hun nummers zijn dan ook
niet langer legeringen van staal en roestig ijzer, maar in
amberkleurig hars gedoopte struiken waarvan de wortels zich tot
diep in de sixties hebben vertakt en gretig de rijke geschiedenis
van blues en folk opzuigen.

Toegegeven, de schaduwdansen die deze band op de rotswand tovert,
zijn niet zo innemend dat we Plato’s allegorie van de grot in de
praktijk zouden omzetten, maar de bewegende muurschilderingen van
folkgitaren en slepende vocale melodieën evoceren een trance die
een halfuurtje lang de enige werkelijkheid van de luisteraar vormt.
Daar is de psychedelische repetitiviteit van The Cave Singers niet
vreemd aan. Het stemgeluid van Pete Quirk doet soms vermoeden dat
een stevig verkouden Richard Ashcroft de microfoon ter hand genomen
heeft, maar niettemin vallen zijn doorleefde zangpartijen bezwerend
te noemen. Wanneer de man in het defaitistische ‘Helen’ dan nog
eens toenadering zoekt tot een opstijgende synth om de vloek van
zijn condition humaine mee te delen, is het moeilijk om de
voetzolen niet te verschroeien aan de emotionele dodentocht van
‘Invitation Songs’.

Ook de akoestische gitaarklanken vormen in veel nummers een web
waaruit het moeilijk ontsnappen is. In ‘Royal Lawns’ druppelen ze
als een flinterdunne regen onzichtbaar neer op een heldergroen
grasveld, terwijl tijdens het intrieste ‘Cold Eye’, een urban
hymn
die The
Verve
vergeten te schrijven is, het zuiverende vocht voor het
eerst verruild wordt voor zure regen die menig houthakkershemdje
zou doen verschrompelen. Under the folding branches valt
immers niet steeds rust te vinden. Dat wisten The Veils al en ook
bij The Cave Singers waait een ongedurige wind tussen de bomen.
“Lay me down in the echoes of seasons, with your hands over my
eyes”
, smeekt Quirk in het traag ontluikende ‘Elephant
Clouds’, maar de intrieste toon van de song verraadt dat de takken
hun onderhevigheid aan natuurlijke wetten niet tarten door
menselijke smeekbeden.

Hoewel The Cave Singers aan het plunderen gaan in de diepste
krochten van de verstilde countryfolk, komt het drietal ook af en
toe iets steviger uit de hoek. In ‘Seeds Of Night’ mag een
elektrische gitaar zich als een teek vastzetten in de kampvuursfeer
en op het ritme van een stuwende groove marcheren de termieten vol
zelfvertrouwen naar het kerkhof om dan met een verboden
choreografie de doden tot leven te wekken. Een angstaanjagende
danse macabre it ain’t, maar de song bewijst dat The Cave
Singers niet alleen met zachte briesjes indruk kunnen maken.

Wie het bedaarde hoefgetrappel van Band of Horses of
My Morning
Jacket
aan de borst drukt en het niet op een lopen zet bij het
aanhoren van nasaal geneuzel, zal deze muzikale uitnodiging
moeilijk kunnen afslaan. ‘Invitation Songs’ is namelijk een fijne
collectie songs van een band die weet waar haar kwaliteiten liggen
en die dan ook ten volle uitbuit. Met dit plaatje in de cd-lader
blinken de sterren ‘s nachts iets feller in dit ondermaanse en is
het gras aan de andere kant voor een keer iets verdorder. Dat
gebeurt ten slotte ook niet elke dag.

http://www.myspace.com/thecavesingers

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =