The Joy Formidable :: The Big Roar

Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch. Voilà, hij is eruit, de langste plaatsnaam in Europa. Het dorp ligt in Wales, en laat nu ook het trio The Joy Formidable van dit landsdeel afkomstig zijn. De geboorte van hun debuutplaat heeft wat voeten in de aarde gehad, maar nu ligt ie er, na drie jaar, toch: The Big Roar.

Het triumviraat bestaat uit de meer dan bekoorlijke zangeres-gitariste Ritzy Bryan, die de spil van de band vormt met bassist Rhydian Dafydd (geen uitstaans met Dafydd the only gay in the village Thomas uit Little Britain, want the lucky bastard danst op tijd en stond horizontaal met zangeres Ritzy). Een zekere Matt Thomas zit achter de drumkit en laten we het nu al aanstippen: diens gespierd drumwerk verdient het zeker om in the spotlight te worden gebracht. De band pakte eerst uit met een mini-album (A Balloon Called Moaning) en een live-album (First You Have To Get Mad) en uitspraken als "the next best thing" en "the ones to watch" waren de voorbije jaren niet van de lucht, maar we raden u aan: believe the hype toch maar een beetje.

Het is een gevarieerd, intrigerend en vaak verrassend album geworden: sexy, dartel, hartverwarmend en emotioneel zonder te veel suiker. Bescheiden uitzinnig en bij vlagen ook verontrustend, kil en flirtend met de grens van de bombast. Kortom, de hooggespannen verwachtingen worden grotendeels ingelost. Hyperventilerend de straat oprennen en "eureka, een meesterwerk" uitroepen, doen we echter nog niet: "A Heavy Abacus" blijkt namelijk een weinig geïnspireerde song te zijn en hangt wat ineengezakt in de hangmat der eentonigheid. Het dromerige en symfonische "The Greatest Light Is The Greatest Shade" (de titel had van de hand van Billy Corgan kunnen zijn), dat handig gebruik maakt van de introspectie/uitbarsting-techniek, weet ons tot op heden nog niet ten volle in te palmen. En ook het met een brok Weltschmerz ingevette "Llaw=Wall", met Dafydd aan het vocale roer, is een twijfelgeval.

De band weet een indrukwekkende wall of sound neer te poten en vuurt quasi achteloos energieke, met geen stokken uit het brein weg te slane melodieën af. De eighties, maar nog meer de nineties worden soms aardig opgesmukt door de shoegaze en indie poprock van The Joy Formidable en haar hang naar melodieuze postpunk. De liefde voor Siouxsie and the Banshees valt evenmin te ontkennen. De band doet menigmaal als epische Blood Red Shoes met de drift van Sleater-Kinney aan en door de grungy riffs, die nooit echt gruizig worden, komen sommige nummers ons al eens voor als versies van Pretty Girls Make Graves- of Pains Of Being Pure At Heart-songs met meer vlees aan. We worden somtijds terug naar de tijd van vergeten bands als Magnapop en Belly gekatapulteerd, wat toch een klein genoegen is. En niet vergeten; Ritzy Bryan is als een speels kattinnetje met haar kirrende en stoeierige maar soms snerende en dreigende vocals. Miauwkes.

"The Everchanging Spectrum Of A Lie" klinkt als een statement (hier zijn we, take it or leave it) en is een ontdekkingstocht; de toon wordt gezet met heelder lappen noisegitaren in een nummer met laagjes dat van dreigend (de intro die als een mythisch monster uit de Welshe nevelen in fast motion op je afkomt) naar opzwepend, overrompelend en monumentaal gaat. "The Magnifying Glass" is een bitsige rocker, zoals ook Juliana Hatfield ze uit haar mouw kon schudden toen ze nog niet weggedeemsterd was, en "I Don’t Want To See You Like This" is een zalven-en-slaan-nummer dat drijft op krijgshaftige drums. "Austere", een song met weerhaakjes à la Yeah Yeah Yeahs, kent dan weer een pesterig Pixies-baslijntje en hoge lokkreetjes. Een nummer als "Whirring" kan niet genoeg bewierookt worden, vooral als het uitloopt in een superbe Sonic Youthiaanse gitarenbrij en "Buoy" begint sinister en majestueus als Nine Inch Nails om daarna in dat heerlijke spooky sfeertje te blijven hangen waarmee de enigmatische dames van The Breeders, toen ze nog in topvorm verkeerden, voor de dag mee konden komen. Nog andere diamantjes om mee af te sluiten: het opgewekte, lichtjes extatische "Cradle" of pandoering "Chapter 2".

Een groep met potentieel die hard labeur, volharding, optimisme en spelplezier moeiteloos lijkt te combineren, dat is The Joy Formidable. Met een plaat als The Big Roar op zak zou de driekoppige band — een pittige livereputatie en een loyale schare fans heeft ze al — wel eens een stadionvuller kunnen worden. Ook met de timing ervan zit alles perfect: steekt daar niet een lentegevoel de kop op?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + zestien =