The Joy Formidable :: Wolf’s Law

Ah! Daar is de ‘moeilijke tweede’ weer. Elke band moet die lastige kaap voorbij en zelfs voor de lieve jongens en meisjes van The Joy Formidable is dat niet gemakkelijk. Met een laconieke flair waar Tom Boonen nog een puntje aan kan zuigen, kwamen ze voor het eerst met hun blijde boodschap in 2011, maar nu slaan ze met hun tweede album Wolf’s Law de bal vaker mis dan raak.

Het power trio heeft een rijke geschiedenis. Van The Jimi Hendrix Experience tot Minutemen en Nirvana. De opstelling dwingt eerlijkheid af en legt vaak de nadruk op een frontman met een moeilijk omschrijfbare aantrekkingskracht. Laat het trio in kwestie nu met Ritzy Brian een poolster van een frontvrouw in huis hebben, die alle opgeblazen rock-intensiteit met één halve glimlach kan ontmijnen. Voeg daar hun ambachtelijke popsongs aan toe en je begrijpt de aantrekkingskracht van deze Welshmen.

De ingrediënten zijn er dus bij The Joy Formidable, zoals ze op hun debuutalbum The Big Roar al hebben bewezen. Die plaat klonk alsof Kristin Hersch de Pixies had overgenomen en een batterij van fuzz en delay had laten aanrukken om alle pop met tapijten van shoegaze te bombarderen. Zet tracks als “Austere”, “Whirring” en “The Greatest Light Is The Greatest Shade” nog maar eens op en maak een leuke uitstap naar de allerprilste prehistorie.

Kunnen ze zichzelf overtreffen op de nieuwe? Qua stadiongevoel alvast wel: de nieuwe plaat wilt bigger than life klinken, wat tijdens openingstrio “This Ladder Is Ours”, “Cholla” en “Tendons” al meteen duidelijk wordt. We kunnen ons met gemak de eindeloze rijen effectentracks en overdubs voorstellen op de computerschermen van hun studio in Maine. Jammer genoeg heeft TJF de ziel van die nummers niet mee opgenomen. Behalve bij de straffe riff van “Cholla” (die dan weer tot in den treure wordt herhaald) pakt de mayonaise totaal niet tijdens dit eerste kwartier.

Het is wachten op “Little Blimp” om in één klap terug te weten waar ze zo goed in zijn. Het is niet het allercoolste nummertje ter wereld, maar wel zo fucking oprecht. Een half foute, maar onweerstaanbare Yes-gitaarriff maakt deze vitalistische ontploffing compleet. Dat ze precies dit nummer uitkiezen om hun bijzondere banddynamiek te huldigen in de lyrics, is de kers op de taart. “It’s taken time/Two ends are starting to tie /We’ve traded off/It’s friction that’s given us heart/We’ll ride this/Easily/We’ll ride this/Surely”. Het is een zeldzaam hoogtepunt van de plaat, waardoor we het vertrouwen in de groep op de lange termijn kunnen bewaren. Gelukkig.

Op “Silent Treatment” horen we de keerzijde van dezelfde emotie, misschien een uitloper van de beëindigde relatie tussen Ritzy Bryan en bassist Rhydian Dafydd. Het is een broos liedje waarin twee gitaren de godverlaten stem van Bryan gezelschap komen houden en samen hopen een betere dag.

Dan is er nog “The Turnaround”, dat een ode brengt aan Ritzy’s overleden grootvader en daarvoor de passende vorm kiest van een emotionele ‘trage’, gebracht door met een vooroorlogs balorkest en een cymbaal teveel. Denk aan iets dat Ash ook wel eens durfde doen of aan “The Universal” van Blur, maar helaas veel minder straf. Tenslotte komt hidden track “Wolf’s Law” nog een meubel redden, maar dat is dus eerder een salontafeltje in een leeg appartement.

Het is goed zoeken naar wat lekkers in deze barokke brokkenpap en al bij al is het gewoon een tegenvallend album, maar het valt ons in dit geval toch zwaar om negatief te zijn, omdat er iets in deze doodeerlijke popgroep zit dat we niet willen verraden. Je hoort met vlagen dat ze tot heel wat in staat zijn.
The Joy Formidable blijft dus nog wat krediet behouden, maar deze plaat heeft gewoonweg teveel bombast en te weinig goeie songs in huis. Geef uzelf daarom liever The Big Roar cadeau en laten we maar doen alsof deze Wolf’s Law nooit heeft bestaan. “A DENIAL/A DENIAL/A DENIIIAAAALLLL!”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =