Dustin O’Halloran :: Lumière

Fat Cat, 2011
PIAS

“Without light, there is no colour.” Een citaat dat Dustin
O’Halloran zich in de zijlijn van zijn nieuwe album ‘Lumière’ liet
ontvallen. Waar artiesten vaak kiezen voor enigmatische teksten en
complexe meloritmische structuren, opteert de Amerikaanse pianist
schijnbaar voor eenvoud en transparantie. O’Halloran klinkt
vanzelfsprekend, storende elementen vallen nergens te bespeuren en
zijn muziek is bestemd om het publiek emotioneel te raken. Hoewel
hij makkelijk in een rij naast andere minimalisten wordt geplaatst,
blijft O’Halloran een vreemde eend in de bijt. Met een verleden bij
Devics, een Amerikaanse droompop-groep, is hij niet de typische
classicus die de grenzen van de traditie doorbreekt.

‘Lumière’ is een ingetogen schimmenspel, een muzikaal prisma dat
een lichtstraal splijt in een veelvoud van kleuren. Het kan
beschouwd worden als een logisch vervolg op de twee delen met de
titel ‘Piano
Solos
‘, hoewel O’Halloran zijn composities hier toch een
duidelijkere thematische onderbouw heeft meegegeven. Wat
onmiddellijk opvalt, is de heerlijk gedetailleerde registratie van
het pianospel: tijdens ‘The Great Divide’ hoort de luisteraar hoe
de kleine hamertjes in een piano de verschillende snaren aanslaan
en een melodie tot leven brengen. In ‘Fragile N.4’ wordt dat zelfs
versterkt door het pianogeluid te ontdubbelen: het contrast tussen
de voor- en achtergrond legt een heerlijk nuanceverschil bloot.

Het is moeilijk om echt onbewogen te blijven bij een
opeenvolging van nagenoeg perfect gebalanceerde composities. In
ieder klein detail zit een exact uitgeklaarde reden en de timing
waarmee de verschillende lagen in elkaar vloeien is goed afgemeten.
‘Lumière’ voelt aan als een open en makkelijk te absorberen geheel,
zonder echt het woord harmonie in de mond te moeten nemen.

Iedere compositie verkent een eigen terrein zonder trekken van
herkenbaarheid te verliezen. Bij ‘Quartet N.2’ ligt het zwaartepunt
bij het strijkkwartet, maar het nummer voelt allesbehalve als een
lacune in een pianogedreven omgeving aan. ‘Opus 43’ illustreert op
fantastische wijze hoe O’Halloran aan de slag gaat met een treffend
motiefje dat in de herhalingslus meermaals gemuteerd wordt.
Melodie, interval en spectrum zijn losse variabelen in een strakke
ritmische structuur. Hoewel O’Halloran soms wiskunde lijkt te
beoefenen, klinkt het resultaat begeesterd en bij momenten zelfs
adembenemend.

‘Lumière’ is de ultieme herwaardering van berusting en
sereniteit in muziek. Er wordt geflirt met het impressionisme (denk
bij ‘Opus 55’ maar aan Debussy), maar vooral liefhebbers van Philip
Glass (onder andere van het album ‘Solo Piano’) zullen zonder enige
moeite het werk van Dustin O’Halloran kunnen smaken. Zeker vanwege
zijn vermogen om een ongeziene opwinding en sensatie in de
composities te verwerken: het pianospel van ‘Opus 55’ werkt als een
katalysator en laat enkel maar smachten naar meer.

De minimale opzet van het album wordt fijnzinnig uitgewaaierd
door gebruik van subtiele soundscapes (‘We Move Lightly’)
en de onversneden kracht van de strijkers (‘Quartet N.2’). Dat
laatste is goed voelbaar bij ‘Quintette N.1’: viool en piano
penetreren afwisselend de ziel in een door melancholie overspannen
compositie.

Een lichtpunt in een door duisternis omgeven wereld: ‘Lumière’
baadt in tijdloze en onbezoedelde schoonheid en is zowel voedsel
voor de geest als balsem voor de ziel. Het meest toegankelijke en
beklijvende van Dustin O’Halloran tot nog toe.

http://www.dustinohalloran.com/

http://www.myspace.com/dustinohalloran

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 20 =