The Low Anthem :: Smart Flesh

Zaten ze daar op hun dooie gemak zelfgemaakte albumhoesjes te schilderen en voor ze het wisten was The Low Anthem een van de revelaties van 2009. Met de spots op hen gericht, fel genoeg om elke vezel van hun katoenen ruitjeshemden uit te lichten, levert de band een moedige opvolger af, maar helaas ook niet meer dan dat.

Het bewierookte Oh My God, Charlie Darwin was aanvankelijk, net als het debuut, een album dat in beperkte oplage en in eigen beheer werd uitgebroed, tot de folkies uit Providence, Rhode Island aan Britse belangstelling wonnen. Zowel Nonesuch als Bella Union brachten de plaat, lichtjes bijgeschaafd, opnieuw uit, en diezelfde zomer al stond de band op gerenommeerde festivals als Lollapalloza, Bonnaroo en Glastonbury. Niet zonder reden: het trio bracht een geslaagd huwelijk tussen ingetogen ontwaakfolk en nachtelijke bluesrock.

Ook de Belgische bodem is de band niet vreemd, na een doop op de eerste editie van Crossing Borders en onder andere passages op het verjaardagsfeest van Duyster en de Marquee van Pukkelpop. Kortom, de band staat al een tijdje in de spotlight, wordt soms in één adem met Fleet Foxes genoemd en mag van podia proeven die te groot zijn om met één kampvuur te verwarmen. Nu The Low Anthem op de muzikale wereldkaart staat en er voor het eerst sprake is van verwachtingen, keken we er toch naar uit hoe de band daar rond de schrijftafel mee om ging.

Om te beginnen werd met Mat Davidson een vierde groepslid en multi-instrumentalist aangetrokken. In een melodieus oeuvre als dat van The Low Anthem is dat nooit een overbodige luxe, al blijft in dat opzicht de klarinet van Jocie Adams allicht het grootste wapen. Zo zijn er maar weinig dagen dat wij niets geven om haar subtiele bijdrage op “Ticket Taker”, een van de betere nummers op Oh My God, Charlie Darwin. Een kunstje dat ze op deze Smart Flesh enkele keren herhaalt. “Wire” is zelfs meer een klassieke compositie dan een song.

Bij de eerste luisterbeurt zijn we vooral opgelucht dat de band de lokroep van het stadiongeluid laat voor wat hij is en zich verder concentreert op haar intieme aanpak. Slechts sporadisch worden de versterkers boven het eerste streepje gedraaid: in “Boeing 737” lijkt het alsof Bruce Springsteen even een Arcade Fire-concert overneemt en “Hey, All You Hippies!” is het bravere broertje van “The Horizon Is A Beltway” van op de vorige plaat, maar nog altijd uitbundig genoeg om het trage tempo te breken. In het algemeen is Smarth Flesh meer samenhangend, maar telt het minder uitschieters.

Want dat leren de volgende luisterbeurten ons: hoewel we blij zijn dat The Low Anthem trouw blijft aan het eigen typerende geluid, dat zeker nog niet helemaal uitgediept is, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het materiaal moeite heeft om het niveau van Oh My God, Charlie Darwin te halen. “Love And Alter” kan met de falsetto van Ben Knox Miller nog wel naast “Charlie Darwin” staan, maar vooral in het tweede deel van de plaat missen we een “Ticket Taker” of “To Ohio”.

Het afsluitende titelnummer, dat met meer dan zeven minuten toch om een ankerfunctie smeekt, is op z’n mildst te omschrijven als ‘gewoon mooi’, maar weet in realiteit nooit over de ganse lijn de aandacht te houden. Net als “Burn” doet het ons te weinig, ook als er een zingende zaag wordt ingezet. Het mag dan wel zingen, het is nog altijd een zaag. Daar kan ook Mike Mogis (Bright Eyes) in de mix niets aan veranderen.

Is The Low Anthem het slachtoffer van te hoge verwachtingen? Hoewel we op meer hadden gehoopt, zou het te makkelijk zijn om al het toegeworpen krediet van twee jaar geleden nu weer van de band af te pakken. De Amerikanen kropen voor Smarth Flesh een oude pastasausfabriek in en kwamen buiten met een resultaat dat hun visie op muziek — en op klank — weerspiegelt. Een minimaal en authentiek geluid, dat misschien soms meer aandacht kreeg dan de songs zelf.

Op zondag 3 april speelt The Low Anthem in de AB.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =