Arc Iris :: Arc Iris

Wat gebeurt er als je een kind loslaat op een doos kleurpotloden? Het antwoord op die vraag valt goed te illustreren op de eerste plaat van Jocie Adams.

Jocie Adams, voormalig lid van The Low Anthem, vond het vorig jaar welletjes geweest bij haar voormalige kompanen en laat nu onder het pseudoniem Arc Iris haar eerste soloplaat op de mensheid los. Daarbij haalt ze invloeden van Grizzly Bear tot Miles Davis aan, en na een korte inspectie van het bijbehorende boekje blijkt dat er ook op het vlak van instrumentarium kosten noch moeite gespaard werden. Adams is duidelijk tegenstander van de these ‘less is more’. Ook bij The Low Anthem was men er niet vies van een waaier aan instrumenten aan te spreken, maar een eerste luisterbeurt leert toch dat de zangeres op haar debuut alle mogelijk wegen bewandelt, behalve het pad waar The Low Anthem zich op bevindt. Haar geluid sluit meer aan bij de generatie freakfolkers van tien jaar geleden. Spijtig genoeg leveren de toverwoorden ‘freakfolk’ en ‘eclectisch’ niet altijd goeie plaatjes op.

Het begint nochtans vrij goed met een triumviraat van relatief sterke nummers. In “Money Gnomes”, “Lost On Me” en “Whiskey Man” is wel ook meteen duidelijk dat Arc Iris het vat van muzikale ideeën tot op de bodem leeg heeft geschraapt. De songs lijken soms uit drie nummers tegelijk te bestaan, maar niet elk verwerkt idee is natuurlijk even goed. Zo overtuigt opener “Money Gnomes” wel, maar dat walsje dat af en toe de kop opsteekt kunnen wij missen als kiespijn. Ook “Swimming” mist een rode draad, waardoor het nummer wat heen en weer stuitert zonder ooit echt van de grond te komen. Op “Lost On Me”, waar mooie piano- en celloklanken de smachtende stem van Adams ondersteunen, zijn de twee delen gelukkig wel gelijkwaardig. Pas als de zangeres aan stijloefeningen begint te doen, stuikt haar plaat echt in elkaar. Op “Singing So Sweetly” en “Ditch” probeert ze krampachtig respectievelijk een cabaretmadam en een croonster neer te zetten, wat nummers oplevert die je liefst zo snel mogelijk achter in de tuin begraaft. Niet dat folkartiesten altijd moeten fluisteren, maar Adams’ stem is gewoon niet gemaakt voor dit soort nummers. Een irritant schetterende trompet haalt de songs daarna finaal onderuit.

In “Powder Train” probeert ze de traditional “Cocaïne” naar haar hand te zetten, maar lieve bloemenmeisjes die met zoete stem over verslaafden, zwervend door de straten op zoek naar hun witte goud, zingen, klinkt even geloofwaardig als een ambientplaat van Skrillex. Bovendien leunt de stem van Adams soms zeer dicht bij die van Joanna Newsom. Op “Canadian Cowboy” en “Honour Of The Rainbow”, met hun vocale bochten, levert dat echter songs op die op zich niet slecht zijn, maar die toch vooral als tweederangs Newsom aanvoelen. De nummers proberen met een heel scala aan instrumenten de aandacht van de luisteraar te pakken te krijgen, maar dwalen toch vooral rond zonder ergens wat te raken. De oude freakfolkgolf is ondertussen al weer een tijdje gepasseerd, waardoor de nummers ook wat anachronistisch aanvoelen.

De plaat voelt bij momenten dan ook haast kinderlijk aan. Als je een kind loslaat op een doos kleurpotloden krijg je wel een tekening met veel felle kleuren, maar in het Louvre zal het niet snel te vinden zijn. “Whiskey Man”, het meest traditionele en naar de Low Anthem neigende nummer van de plaat, toont echter dat de zangeres haar beste nummers schrijft als ze zich in haar natuurlijke habitat bevindt. De bescheiden aanpak van een akoestische gitaar, een mooie cello en Adams die haar stem wat weet te beheersen, werkt beter dan alles wat ze elders uit de kast probeert te halen. Arc Iris een echt slechte plaat noemen, is misschien wat overdreven, maar de middelmaat overstijgen doet ze zeker niet. Hopelijk hebben die van The Low Anthem haar stoel vrijgehouden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 12 =