Islaja :: Keraamin Pää

Afgaande op haar biografie mag het een wonder heten dat Islaja, artiestennaam voor Merja Kokkonen, nog steeds een goed bewaard geheim heet. De jonge dertiger komt uit de juiste contreien (Finland) en is zeker niet onaantrekkelijk. En hoewel haar mix van folk en etnische muziek veeleer als apart bestempeld mag worden, zou dit net voor haar dienen te pleiten.

Een belangrijk verschil met andere groepen uit dezelfde contreien (voornamelijk Denemarken en IJsland) is echter dat Islaja net zoals haar labelgenoten (Es, Kiila,…) te graag stoorzenders in haar album plant. Tegenover elk nummer dat de luisteraar lonkt, staat een song die alleen de meer ervaren muziekliefhebber over de streep zal trekken. Door een spel van aantrekken en afstoten bleef Islaja voornamelijk een snoepje voor wie van gedurfde folkuitstappen hield en zich niet liet afschrikken door dissonante klanken.

Keraamin Pää (keramisch hoofd) is het vierde album van Islaja op Fonal Records (in 2008 verscheen Blaze Mountain Recordings op Ectstatic Peace) en laat op het eerste gehoor een stijlbreuk horen met het oudere werk. De nummers op de plaat voelen zich niet alleen meer thuis binnen het keurslijf van de “reguliere song”, ze krijgen ook een electro-injectie die de rol overneemt van het grillige en steeds wisselende instrumentarium van de vorige platen. Dat neemt schijnbaar de angel uit de plaat waardoor een groter publiek binnen het bereik komt te liggen. Bij meerdere luisterbeurten wordt toch duidelijk dat eigenzinnigheid nog steeds het predicaat is dat Islaja het beste past.

Kosmische Musik vormt de rode draad doorheen “Suzy Sudentika” dat ruimtelijke keyboardgeluiden en zacht aangeslagen pianoklanken (inclusief enkel klavecimbelflarden) met elkaar verweeft. In de andere nummers is de invloed hiervan minder duidelijk te horen, al maakt een song als “Otakun Uhkaus” meteen hoorbaar dat het niet volledig verloochend is. Veeleer lijkt het er op dat de taal en klankkleur overgenomen is en vertaald naar het universum van Islaja zelf. Dat komt nog treffender tot uiting in “Dadahuulet” dat een grillig parcours aflegt en rekent op verknipte keyboardflarden.

De onderbroken klanksporen en wisselende stemmingen blijven met andere woorden ook op Keraamin Pää meer dan aanwezig. Bij “Joku Toi Radion”, het meest rockende nummer, weet de mozaïekstructuur nog een coherent geheel te vormen dankzij de verschillende instrumenten (percussie, blazers, etc.) maar voor het sjamanistische “Ajanlaskun Aatto” geldt dat al veel minder. Als koortsige new age baant het nummer zich een weg door donkere rituelen om pas rust te vinden in het pianogestuurde “Yövalo”, een zwaarmoedige ballade die rommelende achtergrondgeluiden niet blijvend weet te weren.

De melancholische saxofoon uit Yövalo” dook eerder al op in het intrigerende “Pimeyettä Kohti” dat zich eveneens geruggensteund weet door een piano en zich ergens in een vergeten uithoek van de jaren tachtig ophoudt, waar pop en avant-garde stiekem intieme momenten delen. Het Reagan-tijdperk steekt ook de kop op in het ondefinieerbare “Rakkauden Palvelija” dat net zo goed als een verwrongen popsong klinkt als dat het een absurde tempelzang kan zijn. De ondefinieerbaarheid ervan wordt niet doorgetrokken in het etherische “Ihmispuku” dat zijn buitenwereldse karakter veel duidelijker afbakent.

Keraamin Pää kent een vertrouwdheid die de vorige albums van Islaja ontbeerden. De grillige songpatronen en een veelvoud aan instrumenten die paradoxaal een minimalisme uitademen, zijn nog meer naar de achtergrond verdwenen. Het verleent aan het album een vals gevoel van openheid die bij meer aandachtige luisterbeurten afgestraft wordt. Islaja komt even aan het raam piepen maar nog voor de gedachte van een groter publiek zich genesteld heeft, is ze alweer verdwenen. Geduld en standvastigheid blijven de codewoorden voor wie haar wonderlijke wereld betreden wil.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vijf =