Islaja :: Uluial YYY

Tijdens zijn reis door Peru merkte Friedrich Ritter op hoe zelfs in dikke lagen van gipsachtige pulp bepaalde cactussen erin slaagden te groeien. De genoemde cactussen, van de familie Islaya, leken wars van elke logica toch voort te bestaan en toonden eens te meer aan hoezeer zelfs binnen een schijnbaar onherbergzame omgeving iets moois kan ontstaan.

Hoewel de term "Islaja" volgens Merja Kokkonen, de vrouw achter de groep, niets betekent, kan aan de gelijkenis met de plant niet voorbij gegaan worden. Net zoals de cactus die in weerwil van zijn omgeving blijft voortbestaan, creëert ook Kokkonen nu al drie jaar intrigerende songs die een onherbergzaamheid oproepen die zelfs naar Finse normen niet voor de hand liggend is.

Op haar albums speelt Kokkonen zoveel mogelijk zelf in, al wordt nu en dan een drum- of saxofoonpartij verzorgd door een bevriende muzikant. Nadat ze in 2004 onmiddellijk faam verwierf met het mooie maar grillige (weird) folkalbum Merite volgde een jaar later al het iets meer voldragen Palaa Aurinkoon. Met Uluial YYY brengt ze haar derde en misschien wel beste album tot op heden uit.

Kokkonen, die ook actief is bij Avarus, zweert nog steeds bij een minimale en bezwerende toon die gelijkenissen vertoont met de dronende folk van Fursaxa en de vreemde wereld van Es. Het geheel krijgt een extra, onbedoeld surreële toets doordat Kokkonen alle nummers opnieuw in het Fins zingt. Wie de taal machtig is, kan overigens de teksten volgen in het bijgeleverde boekje.

In het spookachtige "Kutsukaa sydãnta" verjagen een hol klinkende piano, een ontstemde gitaar, zwevende synths en vooral het ijselijke gezang van Kokkonen alle demonen opdat "Sydãnten ahmija" onder een gunstiger gesternte mag starten. In dit tweede nummer wordt een slepende jazzgroove gekoppeld aan kermisklanken en een ijlende zang. Toch weerklinkt in weerwil van de waanzin een berusting die in het eerste nummer nog ontbrak.

Kokkonnen heeft duidelijk haar draai gevonden, want het mantrisch rockende karakter van "Pete P" laat zelfs een stotterende drum toe en roept herinneringen op aan het knappe optreden dat ze in januari dit jaar in Brussel gaf. Zo het album al een breekijzer nodig heeft, is het deze song wel, want "Laulu jo menneestã" grijpt terug naar het oudere werk met een klagerige zang die steunt op een minimaal ingevuld "kerklied" dat een wrede en ongevoelige god eert.

De zacht voortkabbelende bas op "Pysãhtyneet planeetat" zorgt voor een levenslijn waaraan de luisteraar zicht vastklampen kan, de sirenenzang van Kokkonen lonkt en schrikt tezelfdertijd af. De spaarzame klanken die haar hierbij begeleiden, bieden referentie noch zekerheid. De poor man’s free jazz van "Muusima" zorgt daarna voor een valse noot binnen het tot op heden vreemde maar fascinerende geheel. De grilligheid die voorheen charmeerde, enerveert deze maal door zichzelf vast te rijden in vrije associaties.

Wie doorsnelt naar "Varjokuvastin" hoort gelukkig hoe het wel moet: de stemmen worden door elkaar geweven en de bas legt samen met nauwelijks aanwezige percussie en al even onhoorbare gitaren het fundament voor een ritme en melodie die volledig bepaald worden door de verschillende stemmen. In "Muukalais-silmã" staat Kokkonnen er opnieuw en haar meeslepende karikatuur van een zeemanslied klinkt hartverscheurend en wreedaardig. Het bijna tien minuten durende "Suru li" is een epische afscheidsgroet die rustig zijn tijd neemt en na een viertal minuten overvloeit in woudgeluiden, op een vreemde manier kan het album niet anders eindigen.

Islaja heeft met de cactussoort waarmee ze de naam deelt gemeen dat niet iedereen ontvankelijk zal zijn voor de intrinsieke schoonheid die ze herbergt. De grilligheid en buitenwereldse vreemdheid vragen niet alleen geduld en toewijding, maar ook een andere manier van kijken en beleven. Wie bereid is om in de wereld van Islaja binnen te treden, doet er goed aan met Uluial YYY te beginnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =