Tennis :: Cape Dory

Fat Possum, 2011

Onze voorspellingen voor 2011 zijn nog niet helemaal koud, of
daar is de debuutplaat van Tennis al. Nu, een boude voorspelling
was het niet echt, want dat Tennis dit jaar potten zou breken was
een sure bet. ‘Cape Dory’ is de naam geworden, en gezien
onze hoge verwachtingen wilden we daar uiteraard bij zijn.

Niets zo dankbaar voor een recensent als een plaat waar een
interessant verhaal aan vast hangt, want zo’n recensies schrijven
meestal gewoon zichzelf, zo ook deze. Patrick Riley and Alaina
Moore, wederhelften in zowel het muzikale als het burgerlijke
leven, besloten in 2009 om gedurende een klein jaar te gaan zeilen
langs de East Coast van de VS. De naam van hun zeilboot? De ‘Cape
Dory’. In het ruim? Enkel man- en vrouwlief, afgesloten van de
normale wereld. Geen muziek, geen instrumenten, geen externe
invloeden, enkel zichzelf. Het bleek de ideale situatie voor het
koppel om hun eigen sound te ontdekken.

Dat die eigen sound zo nauw aanleunt bij de momenteel zo
populaire sand between the toes, lo-fi zomerige
dirtpop lijkt ons dan weer iets té toevallig om helemaal waar te
zijn. Maar af en toe moet cynisme plaats maken voor naïviteit, want
dat de muziek overeind blijft is natuurlijk nog steeds het
belangrijkste. En die muziek is misschien nog het beste te
vergelijken met de typische sixties girl group
sound
, maar met een twist. Want Tennis serveert dat
lichtvoetige geluid in een troebel glas. Deze de laatste jaren zo
populaire korrelige, lo-fi aanpak zorgt hier echter zeker
voor een toegevoegde waarde aan hun reisverslag.

Die combinatie van lichtvoetig en lo-fi zorgt er wel
voor dat Tennis met ‘Cape Dory’ een bijna de facto zomeralbum
presenteert. En ook al is er midden januari nogal weinig warmte op
het gezicht te ervaren, dan compenseren ze dit met meer dan warme
bries in de oren. Zo zorgt bijvoorbeeld ‘Marathon’ voor een heuse 3
minuten durende kniepeesreflex. Vanaf het moment dat de synths en
de vingerknippen je oren binnen sluipen, wordt het bijna onmogelijk
om de benen stil te houden. Vluchtig, licht en dartelend verleiden
ook ‘Baltimore’ en ‘South Caroline’ je voeten tot een licht
ritmisch getik. Enkel het zand tussen de tenen ontbreekt nog.

Bovendien heeft Alaina Moore een uiterst aangename stem, met een
charmant timbre, ook al is ze misschien niet dé beste zangeres. Ons
favoriete moment op ‘Cape Dory’ is misschien wel wanneer ze op
‘Long Boat Pass’ zingt ‘please let me through, we must return to
sea’ en op het woord return de toon nog even verhoogt. Het is iets
waar een betere zangeres haar hand waarschijnlijk niet voor zou
omdraaien, maar hier klinkt Alaine Moore zo breekbaar, alsof de
toonvastheid haar elk moment zou kunnen ontsnappen, dat dit ene
zinnetje dagen in je geheugen blijft ronddraaien.

Echt zwakke songs kent ‘Cape Dory’ niet, en dat strekt absoluut
tot eer, ook al is het album op zo goed als geen enkel vlak echt
vernieuwend. In hoeverre je dat mag verwachten van een nieuwer dan
nieuw groepje op hun debuutalbum is natuurlijk een andere vraag.
Tennis brengt op ‘Cape Dory’ een 28 minuten durend voorproefje van
de zomer, en als die zo aangenaam wordt als hier aangekondigd, dan
staan ons in 2011 nog leuke tijden te wachten.

http://www.facebook.com/tennisinc

http://myspace.com/tennisinc

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + twintig =