The Decemberists :: The King Is Dead

Met de literaire folkrock-opera The Hazards Of Love leverde The Decemberists in 2009 een album af waarvan je wist dat het niet meteen een vervolg zou krijgen. Positieve kritieken waren er genoeg, maar het sprookjesachtige liefdesverhaal blijft simpelweg het mooist wanneer het uniek kan blijven in de carrière van de band. Voor The King Is Dead ruilde The Decemberists Britse folk in voor Amerikaanse bluegrass en eighties gitaarpop, en dat levert een album op met meer duidelijke muzikale referenties dan originaliteit. Dat resultaat zou wel eens een veel groter publiek kunnen bereiken.

Voor de opnames van The King Is Dead trok de Amerikaanse groep naar de Pendarvis Farm in de buurt van thuisstad Portland. Daar vindt elk jaar het Pickathon Festival plaats, een countryfestival waar afgelopen zomer Black Prairie op het podium stond, een nevenproject van enkele Decemberists. Die prairie is ook meteen te horen bij de eerste noten van The King IsDead, wanneer een opzwepend ritme en een mondharmonica zoals je ze van Springsteen kent, als een frisse wind in je gezicht blazen. "Here we come to a turning of the season," zingt Colin Meloy in opener "Don’t Carry It All" en daar lijkt het ook op: een nieuw seizoen met meer licht en meer kleur. Ondanks de naam van de band is de ware kleur van december (een soort zilvergrijs, toch?) hier in geen velden te bespeuren.

De bluegrass-invloeden zijn nadrukkelijk aanwezig en met "Rox In The Box" en "All Arise!" gaat The King Is Dead zelfs even de pure western-toer op en brengen banjo en viool de begingeneriek van Deadwood akelig dichtbij. Maar dit album is meer dan een kleurrijk portret van het land tussen de Rocky Mountains en de Appalachen, een eeuw geleden. Het zijn net de talrijke andere referenties die van The King Is Dead de plaat met het hoogste popgehalte van The Decemberists’ oeuvre maken. De niet zo subtiele knipoog naar The Smiths in de titel van het album komt tot leven in "Calamity Song", een song die enkel de stem van Morrissey mist om op diens The Queen Is Dead te kunnen staan. En de kans is groot dat je na het beluisteren van "This Is Why We Fight" met "Cemetry Gates" in je hoofd blijft zitten. Bij "Down By The Water" denken we dan weer terug aan hoe R.E.M. halfweg de jaren tachtig klonk, maar ook dat lijkt geenszins toeval. R.E.M.-gitarist Peter Buck neemt immers op drie tracks de gitaren voor zijn rekening.

Behoorlijk veel namedropping, dat is waar, maar er zit ook gewoon veel The Decemberists in deze plaat. Het duo "January Hymn" en "June Hymn" zijn twee pure folkparels die je eraan herinneren hoe mooi respectievelijk een winterse zondag en een eerste zomerdag kunnen zijn. Ook afsluiter "Dear Avery" is zo’n bloedmooie brok melancholie die bij de stem van Colin Meloy past als een knetterend haardvuur bij een ijskoude winteravond.

In de huidige revival van folkrock-met-baard-en-ruitjeshemd is The King Is Dead geen origineel klinkend album, daarvoor hebben bands als The Low Anthem en vooral Mumford and Sons het pad te glad geëffend. Wat het album wel is, is een waardevolle aanvulling bij die laatste twee en The Decemberists’ meest toegankelijke plaat tot dusver. Binnen vijfentwintig jaar zullen er geen cd-recensies aan The King Is Dead refereren, maar toen de groep in de opnamestudio zat amuseerden de heren zich zo kostelijk dat een klassieker creëren op geen enkel moment de ambitie zal geweest zijn.

The Decemberists speelt op 13 maart in Trix.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 15 =