The Decemberists :: Hazards Of Love

Dat The Decemberists ooit een conceptalbum zouden maken stond met
fluo-gele drukletters in de sterren geschreven. Frontman en
songschrijver Colin Meloy schilderde al sinds het debuut
miniatuurverhaaltjes in zijn songs en het vorige album van de
band, ‘The Crane Wife‘, was ook al losjes opgebouwd rond een
concept. Geïnspireerd door een gelijknamige ep uit 1964 van Engelse
folkie Annie Briggs, was het de oorspronkelijke bedoeling van Meloy
om één nummer te schrijven met de titel ‘The Hazards Of Love’, een
idee dat uitgroeide tot een rockopera van 17 nummers.

Bij gewone albums is er een oordeel te vellen over de songs an
sich, over de samenhang van de plaat, over de muzikale invulling en
het pad dat de band in kwestie voor zichzelf heeft uitgestippeld.
Bij een rockopera of een conceptalbum komt daar nog één belangrijke
factor bij: het verhaal dat de rode draad vormt doorheen alle
nummers. Nu durven conceptalbums nogal eens af te schrikken door
hun kwalijke reputatie en roepen ze spontaan referenties op naar
progrock acts als Yes en Alan Parsons Project. Anderzijds valt er
toch ook wel een mooie lijst op te stellen met uistekende
conceptalbums en als één band van de huidige generatie een
dergelijk album in zich zou kunnen hebben zijn The Decemberists een
voor de hand liggend antwoord.

Colin Meloy schreef een bucolisch shakesperiaans sprookje bij
elkaar met een boskoningin, een van vorm veranderende held
(William), een wat ruggengraatloze heldin (Margaret) en een
harteloze schurk (The Rake).
Alles begint wanneer Margaret een gewond hert in het bos vindt. Dat
hert verandert in een man, William. In plaats van te doen wat
iedereen zou doen – zo hard mogelijk maken dat je weg komt – wordt
Margaret onmiddellijk verliefd en ligt ze wat later al te
rollebollen met een man die vijf minuten eerder nog een hert was.
En daar herten geen broekzakken hebben om condooms in mee te
nemen, kan u het gevolg al raden: onze heldin raakt zwanger.
Maar geen sprookje zonder een boze heks/stiefmoeder/koningin. Colin
Meloy nam hier de optie ‘koningin’, zij het niet het doorsnee
wuivend ornament aan de arm van een Von Saxen-Coburg-telg maar de
koningin van het bos. Zij vond William als baby, adopteerde hem en
betoverde hem zodat hij deels als hert door het leven moet en hij
nooit ver van haar weg kan. Mama blijkt dan ook verre van gelukkig
als ze ontdekt dat zoon/hertlief onkuise dingen doet op de
bosgrond. De confrontatie tussen moeder en zoon blijft niet uit.
William krijgt de toestemming om Margaret nog één nacht te zien,
maar de stiekemerd is van plan om dan de benen/de poten te nemen
met zijn geliefde.
De titel van boze sprookjeskoningin verdien je natuurlijk niet
zomaar: de koningin geeft The Rake, een kindermoordenaar zonder
scrupules, de opdracht om Margaret te ontvoeren. The Rake neemt
haar mee naar zijn schuilplaats aan de andere kant van Annan Water,
een onoversteekbare rivier (The Rake raakt aan de overkant met
behulp van de boskoningin). William slaagt er toch in om de rivier
over te steken, vermoordt The Rake en bevrijdt zijn meisje. Wanneer
ze de rivier opnieuw proberen over te steken, eist de rivier voor
de vorige veilige passage van William nu wel zijn lichaam op. Beide
geliefden worden, terwijl ze elkaar eeuwige trouw beloven,
verzwolgen door de golven.

Je valt voor dit soort verhalen of je vindt het onzin hors
catégorie. Meloy’s schrijfstijl, die zelfs native speakers tot
beredeneerde gokken over de inhoud dwingt, maakt wel dat de inhoud
vrij hermetisch blijft. En bij sprookjes, die je natuurlijk niet op
hun geloofwaardigheid moet gaan beoordelen, is meegesleept worden
in de fantasie cruciaal. Maar daar zijn dan de helden niet heroïsch
genoeg voor en de slechte koningin is nu ook weer niet zo
angstaanjagend. The Rake jaagt nog het meeste schrik aan, misschien
omdat het een personage van vlees en bloed zou kunnen zijn, die
voortgedreven wordt door aardse lusten.
Colin Meloy’s hang naar maniëristisch 19e eeuws taalgebruik helpt
dan ook niet bepaald om veel vlotheid en drive te geven. Op enkele
occasionele leukigheden na (‘the little death’ uit ‘Isn’t It a
Lovely Night?’ zou zo een verwijzing zijn naar la petite morte, het
post-orgasme moment) gaat Meloy’s Victoriaanse stijl flink
tegensteken en wordt het eerder een irritante, vrij pretentieuze
gimmick. Opnieuw weet enkel ‘The Rake’s Song’, het relaas van de
über-slechterik dat niet zou misstaan op Nick Cave’s ‘Murder
Ballads’, echt te beklijven.

Mastodon bewees nog pas recent met ‘Crack in The Skye’ dat je met
een niet erg geweldig concept wel een geweldig lap muziek kunt
maken. Heel wat albums en songs gaan nergens over of slaan
inhoudelijk op niks, maar weten wel te overtuigen door de kracht
van de muziek. Maar ook hier weten The Decemberists zelden te
overtuigen. De goed in het oor liggende folky rocksongs waarmee de
band naam maakte zijn hier niet aanwezig. Het eerste deel van het
album staat in het teken van de opbouw van het verhaal en sleept
zich voorbij. Zo dient ‘The Hazards Of Love 1’ op de eerste plaats
om het verhaal te situeren en te schetsen met als resultaat dat er
veel verteld wordt en daar maar weinig song tegenover staat. De
passage van Becky Stark (Lavender Diamond) die met een onschuldige
kleine meisjes stem de rol van Margaret op zich neemt in ‘Won’t
Want for Love’ is ook al geen lichtpunt. Het enige ‘memorabele’ op
het eerst deel van de plaat zijn de zware metalriffs in ‘A Bower
Scene’ die gevolgd worden de proggy bluesrock van ‘Won’t Want For
Love’. Pas bij het achtste nummer is er sprake van enige opwinding.
‘The Wanting Comes in Waves / Repaid’ is een song in dialoogvorm
tussen de held William en de boze boskoningin, die gestalte krijgt
door de stem van Shara Worden (My
Brightest Diamond
). Het door Meloy gezongen deel wordt begeleid
door een klassiek klavecimbel en gaat na een rustige opbouw
richting Arcade Fire. Het stuk dat Worden voor zich neemt is haast
volledig opgebouwd uit hardrock riffs en contrasteert hevig met het
vorige deel, maar de band weet beide extremen op een fantastische
manier met elkaar te verbinden.
Door de clash tussen zanger en zangeressen wordt ook de zwakte van
Meloy pijnlijk duidelijk. Voor een door liefde gedreven held klinkt
hij weinig passievol en als slechterik The Rake (‘The Rake’s
Song’) is hij niet dreigend. De conclusie is dat Colin Meloy het
best is als verteller en dat een stevige back up zang noodzakelijk
is om zijn emotioneel beperkt stembereik te helpen kleuren.

Ook in de tweede act van het verhaal zijn er weer nummers die
vooral het verhaal dienen en vergeten om een volwaardige songs te
zijn: ‘The Abduction Of Margaret’ lijdt hier zwaar onder. ‘The
Queen’s Rebuke’ evolueert van pompeuze rocksong naar een finale die
weggelopen lijkt uit een Deep Purple-album. Ondertussen zijn we al
meer dan 40 minuten ver in ‘The Hazards Of Love’, en de attention
span krijgt het dan ook zwaar te verduren na het bombastische
‘Margaret in Captivity’ en ‘The Hazards Of Love 3’, inclusief
kinderkoor. Wanneer William en Margaret eindelijk de pijp aan
Maarten geven is dat haast een opluchting, het album is
gedaan.

The Decemberists vergalopperen zich stevig met ‘The Hazards Of
Love’: het is een album dat veel te vol is van zichzelf, dat
pretentieus en beredeneerd is. De dramatische liefdesgeschiedenis
ontbreekt ziel en passie, terwijl de hardrock, metal en
prog-invloeden vooral lijken te zeggen: ‘kijk eens wat een clevere
en inventieve band The Decemberists is.’ Colin Meloy rijdt
zichzelf vast in zijn eigen slimmigheid en de logische evolutie van
de band vindt hier een weinig geslaagd eindpunt. Het valt te hopen
dat The Decemberists zich uit deze ingeslagen richting kunnen
bevrijden want ‘The Hazards of Love’ bevestigt alle
verschrikkelijke clichés van het conceptalbum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 4 =