Emily Jane White :: Ode To Sentience

Schaars verlichte herenhuizen met galmende gangen, krakende vloeren en openslaande ramen vormen de klassieke setting voor zogenaamde “old dark house”-films, een subgenre van de horrorfilm waarin statige huizen doordrongen van eeuwige schaduwen de hoofdrol spelen en krakende deuren de geluidsband leveren.

Het vraagt weinig om in deze setting de fantasie op hol te laten slaan en dat te zien wat er niet is, net zo vergt het geen verbeelding om specifiek in deze setting jonge vrouwen in nood te horen gillen terwijl onbestemde dreigingen hen vanuit het duister beloeren. Sfeerschepping is alles bij dit soort verhalen en dat beseft Emily Jane White als geen ander. Niet dat de Amerikaanse chanteuse zich aan een film of toneelstuk gewaagd heeft, maar in haar nieuwe album Ode To Sentience weerklinkt net als in zijn voorganger Victorian America een gotisch Amerika dat zich bij voorkeur ophoudt in dit soort huizen.

En dus weten langoureuze melodieën zich verzekerd van een bed van strijkers (met opnieuw een glansrol voor de cello) waartegen Whites akoestische gitaar en smachtende stem zich afzetten. In de wonderschone opener “Katherine” zorgt dit voor een weemoedige reflectie op het eigen leven waarbij de dood nooit ver af is. In de op country-leest geschoeide zelfmoordballade “The Cliff” steelt de lapsteelguitar weliswaar de show, maar zorgt de ritmische melodie voor het aanstekelijke fundament waarop het nummer gebouwd is. Het ijle “Black Silk” steekt hier schril tegen af, maar legt tezelfdertijd de grootste kracht van White bloot: haar inventieve teksten met een vaak grimmige beeldspraak.

Mocht de dood nog in de vorige twee nummers optreden dan is dit niet minder dan een angelieke ode aan de duivel zelf: “And Lucifer has made a bed, for wicked words to rest themselves in. Go to sleep and we’ll all give in.” Samen met “The Black Oak” vormt de song een vage terugkeer naar de eerste plaat waar White grotendeels terugviel op haar stem en gitaar of piano om haar gotische droombeelden auditief kenbaar te maken. Die terughoudendheid is nergens voor nodig, zo bewijst het spaarzame maar toch bombastische “I Lay To Rest (California)” dat de piano-, cello- en vioolmotieven tot een verraderlijk web bij elkaar spint.

Ook “Requiem Waltz”, met uiteraard een walsmotief, baadt in een veelvoud van klanken, zij het dat ditmaal geregeld een ademruimte gelaten wordt voor de piano (en viool) alvorens de pompende drum opnieuw naar het voorplan treden mag. De andere songs opteren evenwel voor een meer omfloerste aanpak zoals onder meer het dromerig slepende “Broken Words” dat in tegenstelling tot het introverte “Clipped Wings” niet over de hele lijn overtuigt. Want waar de eerste song opnieuw door country-wateren baadt zonder echt rimpelingen te veroorzaken, weet “Clipped Wings” wel zijn doel te bereiken dankzij een trage maar mooie aanloop die resulteert in een samenspel van drum, viool, cello, piano en gitaar zonder ooit druk over te komen.

In dit soort songs laat White zich pas echt kennen als songschrijver en arrangeur die perfect aanvoelt wanneer een song meer of net minder inkleding vergt. Dat een nummer als “The Law” slechts met mondjesmaat piano en cello toelaat, maar nooit in die mate dat het de akoestische gitaar overtreft, mag als exemplarisch gelden, evenals het echoënde “The Preacher” dat ietwat atypisch steunt op (louter) een elektrische gitaar en geen andere instrumenten duldt.

Met Ode To Sentience kiest White voor een verdere verdieping van het geluid dat al te horen viel op Victorian America waardoor het album als geheel niet zoveel anders klinkt dan zijn voorganger. Een belangrijk verschil echter is dat waar op Victorian America de nummers onderling niet altijd even sterk waren , het bij Ode To Sentience veel moeilijker is om er een favoriet uit te pikken. Van bij de start is de teneur van de plaat immers bepaald. Het lijkt ernaar dat White haar niche gevonden heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − elf =