Pop Winds :: The Turquoise

Arbutus, 2010

De meeste trends blijven niet gek veel langer dan een jaar duren
(ook al keren ze na verloop van tijd wel altijd terug). Zo was
vorig jaar duidelijk het jaar van de rammelige lo-fi rock
en de springerige afropop, terwijl anno 2010 eerder de synthesizer
en verkapte vocale experimenten centraal staan. De tijden gaan snel
en al zijn er zeker ook zaken die blijven plakken (chillwave gaat
nog niet meteen ergens naartoe en rammelen met gitaren doen ze al
sinds die van The Velvet Underground het stopcontact in de garage
ontdekt hebben), het is en blijft moeilijk om mee te blijven in een
muzieklandschap dat sneller evolueert dan de garderobe van Lady
Gaga.

Pop Winds heeft daar enigszins last van. ‘t Is niet dat de
hipsters uit de undergroundscène van Montreal geen mooie songs te
bieden hebben – wel integendeel – maar soms krijg je de indruk dat
ze misschien toch een jaar te laat zijn gekomen. ‘Bitte Orca’, ‘All
Hour Cymbals’ en vooral mijlpaal ‘Merriweather Post Pavillion’
hebben pop nu eenmaal veranderd. Een nummer als ‘Owl Eyes’ is op
haar meest basale niveau ‘My Girls’ met een sax, terwijl ook ‘Feel
It’ teruggaat naar David Bowie en zodoende aanvoelt als iets van
een ingehouden LCD Soundsystem met een berg meer tierlantijntjes
dan hun gewoonlijke Spartaanse sound. Het weirde
‘Perennial’ had dan weer een elektronisch verknipte song van Silver
Mt. Zion kunnen zijn, inclusief onzinnige mantra’s en nasale
chants.

Het spreekt wél voor Pop Winds dat ze ondanks de overduidelijke
invloeden – en dat dient u vooral te onthouden – overeind blijven.
‘The Turquoise’ zit overladen met geluiden, effecten en
instrumenten, maar werkt zelden storend. De knotsgekke
speelgoednoise en tribale feeststemming heeft iets weg van Dan
Deacon en hoeveel ‘Owl Eyes’ zoals gezegd ook (heel erg) aan Animal
Collective doet denken, het nummer werkt en is catchy as all
fuck
. Plus: de sax die her en der komt opdagen, zorgt voor een
welgekomen bevreemdend sfeertje – wereldmuziek, maar toch ook net
niet. Alle invloeden die er soms storend hard opliggen, worden dus
wel samengesmeed tot iets dat misschien niet origineel is, maar wel
onmiskenbaar Pop Winds.

‘The Turquoise’ is met andere woorden niet zonder fouten, maar
ik betrap mezelf erop dat ik er steeds weer naar teruggrijp, en dat
is uiteindelijk de belangrijkste parameter van allemaal.
Wereldmuzieknoisepop met een saxofoon: als Pop Winds misschien niet
mee kan met de grote kleppers van de indie, hebben ze in ieder
geval hun eigen niche gevonden. Mij best.

http://www.myspace.com/thepopwinds

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + achttien =