Motek :: Dragons

Noisesome Recordings, 2010.
EMI

We schrijven zeven november 2008. De Singel in het Antwerpse
wordt klaargestoomd voor een culturele bezoekersgolf van jewelste.
Heel wat intellectueel gespuis trotseert ongeduldig de lange files
om gepast de nacht toe te juichen. ‘De Nachten’ heeft kaas gegeten
van het aantrekken van boekenwurmen, maar iedere muziek- of
filmfanaat vindt er tevens optimaal zijn gading. Ware het niet dat
‘t Stad die bewuste vrijdagavond hoog bezoek zou krijgen van een
wervelwind aan aanstormend talent.

Tussen de literaire vragenrondes en voorlezingen door, bevonden
wij ons – amper bakvissen indertijd (of zo lijkt het toch) – in wel
zeer comfortabele zeteltjes. In afwachting van literaire grootheden
als godbetert Herman Brusselmans en Marc Reugebrinck werd er
besloten om een streepje muziek mee te pikken. Motek heette de band,
uit Erembodegem. Onze nieuwsgierigheid was groot, onze kennis van
zaken echter heel wat minder, al was ons wel, zoals het ware
liefhebbers van De Afrekening betaamt, reeds de hitsingle ‘Tryer’
ter ore gekomen.

Die bewuste vrijdagavond in een novembermaand uit vervlogen
tijden wilden onze oren eeuwig gespitst blijven en onze oogleden
nimmer knipperen, uit schrik om ook maar één noot of beeld mis te
lopen. Onze harten waren volledig veroverd door deze sterke
staaltjes visuele postrock. Amper een week nadien liepen wij iedere
platenboer in het land af in een doldwaze zoektocht naar ‘Port Sunshine‘ en de rest
is zonder twijfel geschiedenis.

Exact twee jaar min twee dagen na datum verschijnt de waardige
opvolger van ‘Port Sunshine’. Het mythische beestje wordt ‘Dragons’
gedoopt, naar één van de meest tot de verbeelding sprekende nummers
op de plaat,’Dragons Are Forever’. Het resultaat mag er wezen:
Motek bracht zo-even op vijf november een sfeervolle, sublieme en
tegelijk verrassende plaat uit.

De band drukte zijn stempel wederom door in het Belgische
postrocklandschap, maar bewijst meer te zijn dan een kloon van
Mogwai en
aanverwanten. Motek overstijgt zo de muzikale term die zij tegen
wil en dank steeds als label opgeplakt kregen. Dat er twee jaar
over gegaan is tussen het nooit verwachte maar terechte succes van
‘Tryer’ en deze nieuwe langspeler, komt de benevelende
soundscape enkel ten goede. Er is intens nagedacht over
‘Dragons’. Iedere gitaaraanslag is het resultaat van ellenlang
intensief jammen, zodat de cd één lange geïmproviseerde rustgevende
roes lijkt.

Waar ‘Port Sunshine’ over het algemeen nog vrolijk gejubel voor
de fijnproever bevat, speciaal verzorgd dankzij opgewekte nummers
als ‘Immer Blei’ en ‘Combi Collina’, is ‘Dragons’ heel wat droever
gestemd. Er zit een zekere warmte in die noten, een ontbeerbare
eerlijkheid die de gemoederen bedaart. We kunnen er niet van
onderuit dat Motek meer verdoken paden placht te betreden. Als
vanouds is het heerlijk wegdromen op zielsroerende liedjes, maar we
merken een duidelijk verschil tussen de gelukkig stemmende noten
die frequenteren op hun voormalig album en de neerslachtigheid van
geest die deint te overheersen op ‘Dragons’.

Waar ‘Resist’ als opener van ‘Port Sunshine’ geen druppel
melancholie op zijn rug torst, klinkt ‘Motives’ zwaarmoedig ondanks
een deels hoopvolle tekstuele boodschap. Het zwartgallig opdreunen
van de lyrics mag dan een meerwaarde bieden aan de sferische
inborst van ‘Dragons’, het album zou evengoed stand kunnen houden
zonder die vocale toets. Motek draait vooral om de schoonheid die
instrumenten teweegbrengen kunnen. Veel ruimte voor passende
liedjesteksten wordt er niet gelaten, en wanneer er dan toch
gezongen wordt, lijkt het vaak zelfs deels overbodig. ‘Dragons’ zou
evenzeer zijn mannetje kunnen staan zonder het zangtalent van
Steven Biebaut.

De tracklist van ‘Dragons’ telt talloze verrassingen.
‘Abused’ werd eens naar voor geschoven als de nieuwe ‘Tryer’. Maar
waar ‘Tryer’ in se een melodieus liefdesliedje vormt, bijt ‘Abused’
van zich af als een nijdige wolfshond. Het is een gulzig spelen met
elektronica, driftige lyrics en een frappant dreigende opbouw die
geen seconde afzwakt. ‘Orbit’ toont dan weer de weg naar de
sterrenhemel, dankzij zoetgevooisde drumslagen die wel zeer raak
uit de hoek durven komen. ‘Kobenhavn’ vormt echter een sereen
hoogtepunt midden in de woestenij. Afsluiter ‘9 5 2 Jam’ gaat terug
op de herkomst van het album: epische trips onder drie vrienden,
jams die nooit voor publicatie vatbaar leken maar zich toch
vertalen naar een bedaarde slotnoot.

“Every great passion ends in the infinite,” zo luidt de
openingszin van Moteks biografie die op hun website prijkt. Dat
motto was mij twee jaar geleden niet ontgaan en blijkt nog steeds
te gelden. Dankzij een intens voorbereiden vertaalt Motek de
joie de vivre van een jammend postrockcollectief naar een
gevarieerde plaat. Motek is gretig, gierend, baldadig als het even
kan en soms evenzeer harmonieus berustend op krak hetzelfde moment.
Paradoxen genoeg om muzikale fijnproevers immer tevreden te
stellen.

http://www.motek.be/

Motek zakt nog op 23 november af naar het STUK te Leuven
voor de cd-voorstelling van hun ‘Dragons’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =