Tweak Bird :: Tweak Bird

Je hebt van die platen die ondanks hun gebreken toch genoeg sympathie weten op te roepen om (tijdelijk) de spons te vegen over die tekortkomingen. Tweak Bird is geen klepper, verre van zelfs, maar toch moesten we ons er op betrappen dat we het ding drie, vier keer na mekaar beluisterden. Dat moet toch iets betekenen.

Dat de plaat uitermate kort is (niet eens achtentwintig minuten), zit daar natuurlijk ook voor iets tussen. Tien songs in minder dan een half uur, dat laat meteen al weten dat songlengte vermoedelijk geen onoverkomelijk probleem zal zijn. Acht van die songs klokken hier af onder de grens van drie minuten, een verademing tussen al die bands die niet van ophouden willen weten. Nu en dan wordt bovendien uitgehaald met voldoende power voor meerdere songs tegelijk.

Ashton en Caleb Bird spelen immers van de distortion stijf staande grooverock waarmee ze intussen een sterke livereputatie hebben opgebouwd. Het is de bekende verwoestingstactiek die met hun beperkingen geconfronteerde duo’s (zie ook: Black Cobra, Vandal X, Sardonis e.a.) wel vaker tevoorschijn halen, maar dan toch anders. De eigenzinnige twist komt er vooral door de ultracatchy, zelfs zonnige zanglijnen en de hoge stemmen, die bijna aan de heliumexploten van The Residents en Melvins doen denken. Het geeft de potige rock een luchtige charme die rechtstreeks uit de Westcoast pop komt, een sfeer van hippienaïviteit, die overigens ook in de hoes terug te vinden is.

Door die combinatie van stevige riffs en poppy zang krijgt het geheel een onbezorgd en lui gevoel dat eigenlijk een en ander gemeen heeft met de woestijnrock van Brant Bjork, die ook met het soort wietmuziek afkomt dat hier wordt gepresenteerd. Gevoelige vrouwen en jazzfanaten zal je er ook niet mee voor het hoofd stoten. Songs als “The Future”, het door een onweerstaanbare riff aangedreven “Lights In Lines” en “Tunneling Through” zijn uitmuntende no nonsense-songs die hun kracht uit hun eenvoud halen.

Dat niveau wordt echter niet altijd gehanteerd. Daarenboven heb je dan nog eens twee overbodige stukjes (“Round Trippin” recycleert “Lights In Lines” en “Hazement In The Basement” is het obligate experimentje na te veel drugs), al kan dat de pret amper drukken. Iets avontuurlijker gaat het er aan toe in “A Sun/Ahh Ahh” en afsluiter “Distant Airways”, waar sax binnengesmokkeld wordt, wat het trippende karakter van de band nog eens benadrukt.

Kortom, Tweak Bird is een weinig opvallende, maar slinks charmerende plaat. Ze is niet bijster avontuurlijk en is na aftrek van het zwakke materiaal en een fade out eigenlijk nog maar een goeie EP, maar heeft net dat randje excentriciteit waarmee het duo zich kan onderscheiden. Voorlopig volstaat dat, al zullen ze met volgende releases wel moeten laten horen meer (of anders) in hun mars te hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =