Interpol :: Interpol

Voor hetzelfde geld keerde Interpol na Our Love To Admire terug met een compleet nieuw geluid zoals Editors vorig jaar deden. Niets is minder waar op deze titelloze vierde. De “strakste mannen in pak” baden nog steeds in het donker, ondoordringbaar bad waarin ze tien jaar geleden de neus aan de oppervlakte staken. Het resultaat is een fijne, maar weinig vooruitstrevende plaat.

Even was het schrikken toen Interpol drie jaar geleden onderdak vond bij major label Capitol. De band – die tot dan toe dé perfecte mix van new wave en postpunk creëerde – zou mainstream worden, met Our Love To Admire als wapen om verschroeiend mee uit te halen. Dat Interpol met de weinig passionele songs van die plaat aan karakter inboette, was een domper op de feestvreugde na goed onthaalde voorlopers Turn On The Bright Lights en Antics. Van een bende karakterkoppen was het viertal verworden tot een stel strak aan de leiband gehouden honden. Hooguit tijd om dat – overgeproducete – stadiongeluid achter zich te laten en alle twijfels weg te nemen.

Op het eerste gehoor lijkt de band sterker dan ooit terug te komen, maar na een handvol luisterbeurten wordt al snel duidelijk dat Interpol niet langer over dezelfde efficiëntie beschikt als enkele jaren geleden. Klassiekers als “PDA” of “Public Pervert” zijn op Interpol niet terug te vinden, maar toch houdt de kille stem van Paul Banks de luisteraar nog steeds in haar greep. Op geen enkel moment overstijgt de band echter het niveau van Turn On The Bright Lights of Antics. Er wordt gedaan wat verwacht wordt, maar ook niet meer.

Interpol probeert té hard om terug te keren naar de mystieke sfeer van vroeger. Zo duurt het even voor opener “Success” werkt. Het gitaarspel van Daniel Kessler is aanvankelijk nog spannend, maar gaat na een kleine minuut fors op de zenuwen werken, terwijl Banks vol zelfvertrouwen “I have succeeded / I won’t compete for long” zingt. Dat monotone geluid is een fout die meerdere keren terugkeert op Interpol. Zowel “Memory Serves” als “All Of The Ways” zijn songs waar de band te veel probeert te experimenteren met overtollige gitaarriffs en elektronica, waardoor het de greep op de plaat loslaat.

”Summer Well”, “Lights” en “Barricade” – een zuivere hattrick! – zijn misschien wel de enige drie songs waar Interpol de klasse van “Evil” benadert. Eindelijk keert die smekende zang van Banks terug en stoeit Carlos Dengler’s diepe, verschroeiende bas met de kenmerkende gitaarriffs van Kessler. “Always Malaise (The Man I Am)” vangt daarna helaas aan met Banks’ meest slaapverwekkende zanglijn in tijden. Drie minuten lang is het wachten tot er eindelijk schot in de zaak komt en Sam Fogarino machinaal tromgeroffel inzet dat wordt beantwoord met een agressieve gitaar. Een klein dipje, want “Safe Without” en “Try It On” – inclusief aardig pianodeuntje – brengen snel de aanstekelijkheid die we van de band verwachten terug. Weliswaar geen Interpol-klassiekers, maar wel songs die het niveau van Interpol stabiel houden.

Toegegeven, er staan geen topsingles op Interpol, maar is de plaat daarom gedoemd om te mislukken? Is Interpol plots minder cool omdat ze het voorprogramma van U2 verzorgen? Hoewel Our Love To Admire ook geen topper was, zullen Banks en zijn metgezellen harten blijven veroveren met dit geluid dat ze tien jaar geleden al brouwden. Het is nu afwachten of Interpol zal blijven groeien, maar er is sowieso nog werk aan de winkel, wil Interpol ons opnieuw van de sokken blazen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − vijf =