Skream :: Outside The Box

Het gaat hard met dubstep. Onvoorstelbaar hoe snel het publiek gewend raakte aan de lage bastonen en de inventieve ritmepatronen van het genre. Kruisbestuivingen blijven niet uit en overal duiken er jonge producers op, bij het uitblijven van nieuw werk van de pioniers. Na vier jaar doorbreekt Skream die stilte met zijn tweede album Outside The Box.

Of het nu post-dubstep, wonky of aquacrunk heet, feit is dat dubstep leeft en almaar in beweging is. Voortdurend komen er twelve inches uit die het genre op sleeptouw nemen. Nu eens wordt daarop duister en schimmig tekeer gegaan, met toevoeging van akoestische elementen (Mount Kimbie), dan weer wordt het genre ondergedompeld in kosmische electrofunk (Joy Orbison, Guido, Joker). Ollie Jones, beter bekend als Skream en éééén van de peetvaders van het genre, stond vier jaar geleden met “"Midnight Request Line”" in voor het eerste dubstepanthem. Sindsdien bleef het relatief kalm rond Skream, tot eind vorig jaar het minimale, intrigerende “"Slumfunk”" opdook op een compilatie uitgegeven door het vooraanstaande Warp-label. De verwachtingen voor een nieuwe plaat waren meteen hooggespannen.

Outside The Box weet die hoge verwachtingen niet in te lossen. In plaats van verder op zoek te gaan naar nieuwe invalshoeken, wijkt Skream niet af van het bekende pad. Zo zijn “"CPU”" en “"Field Of Emotion”" doorsnee dubsteptracks, weinig geïïnsipreerd. Verderop gaat hij –— in plaats van naar de toekomst te kijken –— op zoek naar de wortels van het genre. Dat zou kunnen leiden tot interessante vondsten, maar resulteert helaas in makke doorslagjes van wat ooit al veel beter gedaan is. Zo is “"How Real”" een pure retrotrip richting UK-garage en dragen de modale junglebeats van “"Listenin’’ To The Records On My Wall”" een duidelijke ninetiesstempel. Alsof dat nog niet genoeg was, posteert Jones aan het begin en aan het einde van de plaat twee onbezielde ambienttracks (“"Perferated”" en “"A Song For Lenny”") waar zelfs Moby zijn slaap niet meer voor laat.

“"De radiovriendelijke popmuziek heeft dubstep nog niet omarmd”", schreven we enkele maanden terug in onze dubstepfeature. Daar zou Outside The Box wel eens verandering in kunnen brengen. Het album incorporeert opvallend veel vocalen, wat de hitgevoeligheid ten goede kan komen. Op “"8 Bit Baby”" komt de Amerikaanse rapper Murs voorbij en voor “"Finally”" wist Ollie Jones niemand minder dan La Roux te strikken. Niet zo vreemd, te weten dat Skream vorig jaar haar “"In For The Kill”" meesterlijk wist te herwerken.
Maar zo straf als die remix was, zo slap en zoutloos is deze samenwerking.

Zonde van het talent, denken wij dan. Vooral omdat je weet dat Skream tot meer in staat is. Slechts tweemaal valt hier een flikkering van ‘’s mans meesterschap te ontwaren. “"Wibbler”" laat de verschroeiende bassen als vanouds wobbelen en “"Metamorphosis”" rijdt het gat tussen minimal en dubstep –— beide genres vonden hun oorsprong bij de dub uit de jaren zeventig –— dicht. Helaas zijn het slechts twee lichtpunten in een glansloos geheel.

Skream moet de aansluiting met de voorhoede lossen. “"Stilstaan is achteruitgaan”", luidt een ongeschreven regel in de popmuziek, die vooral op het elektronische segment van toepassing is. Hopelijk houdt Ollie Jones het interessantere werk achter de hand voor zijn zijprojecten als het op de dansvloer gerichte Skreamizm, of voor Magnetic Man, het samenwerkingsverband met die andere icoon, Benga. Zoniet zal hij genadeloos overspoeld worden door de golf van aankomend dubsteptalent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 2 =