The Besnard Lakes :: Are The Roaring Night

Jagjaguwar 2010.

Hoewel het drie jaar oude ‘Are The Dark Horse’ vanuit verschillende
hoeken op goedkeurend gebrom kon rekenen, lijkt het haast of
niemand nog echt zat te wachten op nieuw materiaal van de
sympathieke Canadezen van The Besnard Lakes. Dat er nu toch een
nieuw album is gekomen, getuigt dus van een zeker
doorzettingsvermogen. ‘Are The Roaring Night’ klinkt alvast zoals
verwacht kon worden op basis van zijn voorganger, al zijn er ook
enkele opmerkelijke verschuivingen waar te nemen qua sound en
songstructuren.

Blijvende waarden zijn onder andere de stem van frontman Jace Lasek
– die nog steeds vooral aan die van Alan Sparhawk doet denken – en
de trage en wervelende gitaren die niet zelden uitwaaieren tot
brede klanktapijten. Ditmaal zijn echter invloeden van de klassieke
rockgoden en andere zielsverwanten op de voorgrond getreden. Na de
meeslepende grandeur van ‘Are The Dark Horse’, klinkt ‘Are The
Roaring Night’ verrassend rock-‘n-roll – minder Arcade Fire, meer
Led Zeppelin.
De grote hoeveelheid gitaarsolo’s kan echter het gebrek aan écht
goede songs op deze plaat nauwelijks verdoezelen.

‘Are The Roaring Night’ begint nochtans behoorlijk goed: het
tweeluik ‘Like The Ocean, Like The Innocent’ valt, ondanks zijn
lengte en een behoorlijk foute spanningsboog, best te pruimen. Al
mag de portie overdadig en het bord wat slordig gedresseerd zijn,
dit koppel smaakt alvast naar meer. Blijven we bij onze culinaire
metafoor, dan is de cuisson (u leest toch ook mee, Peter
Goossens?) van onze volgende gang, ‘Chicago Train’, echter totaal
verziekt. Een gebrek aan interessante ideeën wordt gemaskeerd door
een weinig voor de hand liggende ritmewisseling, die jammer genoeg
eerder geforceerd dan spannend of bijzonder overkomt.

Dan maar snel over naar single ‘Albatross’, waarbij voor het eerst
én voor het laatst op dit album het recept volledig lijkt te
kloppen. Beach Boysachtige backing vocals leiden een brommende en
sputterende basgitaar tot een briljante climax, om dan kalmpjes uit
te sterven. ‘Glass Printer’ is niet onaardig, maar weet je aandacht
niet vast te houden. ‘Land Of Living Skies’ is opnieuw een tweeluik
en is in hetzelfde bedje ziek als ‘Like The Ocean, Like The
Innocent’: enkele van de sterkere momenten van de plaat worden
helaas niet tot een waardig geheel gesmeed. We horen vooral de
geest van het machtige Pink Floyd, al zou
deze laatste wat ongemakkelijk heen en weer wiebelen in zijn graf
bij het horen van die vergelijking. Goede ingrediënten, maar een
bereiding zonder klasse.

‘And This Is What We Call Progress’ belooft stuivende hardrock met
zijn drumintro, maar helaas pindakaas: it doesn’t deliver.
Wat volgt is een saaie poging tot sfeerschepping en vooral platte
bombast, een beetje als The Who, maar dan zonder bezieling. ‘Light
Up The Night’ doet nog een laatste poging om de meubelen te redden.
Tevergeefs, gezien stinkende afsluiter ‘The Lonely Moan’ ons op
onze honger laat zitten.

“En die score van twee en een half”, hoor ik u vragen, “hoe zit dat
dan?” En die vraag is niet meer dan terecht. Want hoewel ‘Are The
Roaring Night’ zeker zijn fijne momenten heeft, lijkt het bij de
eerste luisterbeurten een weinig memorabel schijfje. En net daar
zit het hem: dat vond ik van voorganger ‘Are The Dark Horse’ ook
al, bij de eerste luisterbeurten. Na enkele weken ontpopte
dat album zich echter tot een meesterwerkje. En dus laat ik ook
‘The Roaring Night’ nog even het voordeel van de twijfel. Aan u om
te ontdekken of het plaatje u, na voldoende rijping, toch nog kan
bekoren. Zo niet, dan mag u gerust een Diggy aftrekken van de
huidige score. Klemt het zichzelf echter toch nog vast in uw buis
van Eustachius, dan telt u er maar eentje bij. Een
doe-het-zelvertje dus, deze keer.

http://www.thebesnardlakes.com/

www.myspace.com/thebesnardlakes

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 8 =