Knut :: Wonder

Conspiracy Records, 2010

De vorige albums van Knut, ‘Challenger’ en ‘Terraformer‘, draaiden
redelijk wat toertjes in mijn muziekinstallatie. Knut is dwars,
nors, een beetje onvoorspelbaar en heel erg “op z’n eigen” zoals ze
bij ons zeggen. Ze komen dan ook uit Zwitserland, een land waar de
andere Europeanen een gezonde achterdocht voor koesteren. Of dat
invloed had op die twee vorige platen is niet te zeggen, maar ik
dacht eerlijk gezegd dat de band nadien opgelost was in de
Alpenlucht. Plotseling was daar dan toch een nieuw album. Het
voordeel daarvan is dat ik nog wel een minimaal verwachtingspatroon
heb maar geen last van vooroordelen. Mijn gevoel was “Laat maar
komen, Knut” en dat is misschien ook wel de beste manier om
‘Wonder’ te benaderen. Het is namelijk niet zo’n eenvoudig
luistertripje.

De eerste vier nummers razen – en ik bedoel werkelijk overrómpelen
zonder genade of rustpunt – voorbij in nog geen tien minuten.
Opener ‘Leet’ heeft nog iets of wat van opbouw en dynamiek, maar de
volgende drie zijn opgetrokken uit enkele stalen riffs en brute
schreeuwpartijen. De muziek klinkt nogal technisch verfijnd, maar
tegelijkertijd ook redelijk vertrouwd, omdat er duidelijk naar
zowel Slayer als
degelijke old school hardcore werd geluisterd. Dat zijn al meteen
een paar tegenstrijdigheden, en dat wordt eigenlijk de rode draad
doorheen ‘Wonder’.

‘Ultralight Backpacking’, het vijfde nummer, is iets heel anders.
Het hulpeloze gevoel niet goed te weten waar aan toe te zijn ruimt
baan voor de reikende hand, we kunnen weer even volgen. Enfin,
volgen, dit is een trager nummer met meer herkenbare riffs en een
duidelijke spanningsboog, maar het blijft wel donker en hermetisch
klinken. Er zijn plotseling ook geen vocals meer. Meeslepend is het
wel, mede door het soms tegendraads drumwerk. Dit nummer sluit
feitelijk het eerste deel van het album af.

Na het drone intermezzo ‘Segue 1’ volgt er een triootje met nummers
die het album de moeite waard maken. Niet dat het ervoor of erna
slecht is, maar het onvoorspelbare sludgemonster ‘Fast
Forward Bastard’, de koppensnellende metalcore raptor ‘Lemmings’ en
de bijna psychedelische postcore van ‘If We Can’t Fly There, We’ll
Take the Boat’ tillen de nieuwste van Knut ver genoeg boven de
middelmaat uit om je aandacht en eventueel ook centen te
rechtvaardigen.

Na ‘Segue 2’ volgt dan het slot, ‘Wonder / Daily Grind’, nog een
slepend nummer van bijna acht en een halve minuut met slechts wat
spaarzame zang op de achtergrond. Het is zorgvuldig opgebouwd en
zeker boeiend genoeg om uit te zitten tot het einde, maar nu ook
niet van die aard dat het kan fungeren als nieuwe standaard voor
dit soort kunstjes. De meer prominent aanwezige syntheffecten maken
dat het toch wel anders klinkt dan ‘Ultralight…’ of ‘If We
Can’t…’. Ik heb ook steeds het gevoel dat er een diepzinnige
boodschap in zit die me maar blijft ontsnappen.

Het algemene geluid en sfeer op ‘Wonder’ bevallen me zeer. De
gitaren hebben een metalige klank en zijn zwaar zonder alles te
verstikken. De drums klinken nogal droog, maar niet als
waspoederdozen. Het geheel is ook niet overdreven gepolijst of
strak te noemen. Als ik hier naar luister krijg ik soms echt het
idee dat ik in het repetitiehok van de band sta. Of eerder nog, dat
ik een gluurder ben die staart op de bezwete ruggen van de
zwoegende muzikanten.

Het is me echt niet helemaal duidelijk waar ze naartoe willen, die
van Knut, maar ‘Wonder’ is zeker geen teleurstelling, met of zonder
het referentiekader van de vorige albums. Een nieuwigheid is het
ook al lang niet meer, maar dat gebrek aan eigenheid wordt deels
gecompenseerd door de stuurse vastberadenheid van de band.

Knut speelt met overtuiging en maakt degelijke nummers, je bent er
alleen niet rap klaar mee. Bevalt het je wat ik hier geschreven
heb, geef ‘Wonder’ dan toch zeker een paar luisterbeurten vooraleer
definitief je eigen oordeel te vellen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =