Prince of Persia :: The Sands of Time




Uit de Bruckheimer-stal – een allesvernietigende pletwals van
bombast en ontploffingen die met elke nieuwe lavaoprisping ook een
nieuwe franchise à la ‘Pirates of the Caribbean’ uitspuwt – kwam
onlangs nog het tamme ‘Prince of Persia: The Sands of Time’ gerold.
Of wat zeggen wij: geklauterd, geslingerd en gesprongen, om na een
koprol, een salto, een dubbele schroef en een tijgersprong in
grandioze spagaat in uw dichtstbijzijnde cinemacomplex te belanden.
Van al die acrobatie zal u echter vooral een stekende koppijn
overhouden: van een degelijk scenario, een steekhoudend verhaal of
een effectieve, laat staan eigenzinnige, regie is geen sprake. Wel
biedt ‘Prince of Persia’ een videogameadaptatie die in het genre
nog enigszins geslaagd kan worden genoemd, maar aangezien dat nu
eenmaal een compliment is van het genre ‘gefeliciteerd met het
winnen van die lelijke-mensen-wedstrijd!’, mag u vooral onthouden
dat de film er ook uitziet als een lelijke Xbox-game.

Na een onnozel tekstje over “destiny” – toen wij al een zuchtend
what-eveeer‘ door de cinema lieten schallen – gaan we
meteen over naar het mythische Perzië. Hier zien we hoe de koning
tijdens een uitstapje naar het marktplein getuige is van de moed
van de jonge wees Dastan. Zoals dat nu eenmaal gaat met
beroemdheden die geconfronteerd worden met schattige wezen,
adopteert hij de lenige knul. Vijftien jaar later is prins Dastan
(Jake Gyllenhaal) een impulsieve, maar nog steeds stoutmoedige en
uiterst plooibare jongeman. Tijdens de aanval op de heilige stad
Alamut zorgt hij eigenhandig voor de overwinning en te midden van
de schermutselingen komt hij in het bezit van een mysterieuze dolk.
Dan loopt een en ander grondig mis. De mantel die hij als geschenk
aan zijn vader geeft, blijkt vergiftigd te zijn en Dastan wordt
vogelvrij verklaard. Samen met de beeldschone prinses Tamina
(rising star Gemma Arterton) weet hij te ontsnappen en al
snel leert hij het geheim van zijn dolk. Die kan namelijk de
sands of time manipuleren, en aangezien het terugdraaien
van de tijd een gegeerd trucje is in het arsenaal van elke
superschurk, wordt hij al snel achternagezeten door een hele horde
booswichten. Al is vaak niet duidelijk wie of waarom. Maar
passons.

Er is gelukkig geen spoor van een religieuze context en we
krijgen hier dus het sprookjesachtige Iran dan wel Irak uit de
verhalen van duizend-en-één nacht en ‘The Thief of Baghdad’,
compleet met vrolijke stereotypes en bordkartonnen booswichten. De
camera haalt vaak even opzichtige toeren uit als menselijke
elastiek Dastan, met veel ronddraaiende shots op grote hoogte,
gevolgd door een flitsende jump – heel erg ‘Assassin’s
Creed’ allemaal. Die onnodig flashy, videogameachtige
stijl van filmen kan dan wel storen, maar dat neemt niet weg dat
‘Prince of Persia’ op haar best al eens doet denken aan ‘Indiana
Jones’ (de laatste wel, spijtig genoeg) of – iets bescheidener –
‘The Mummy’. Soms heeft deze avonturenfilm dus wel een zekere
beperkte charme. Komen roet in het eten strooien: de schreeuwerige
CGI, een debiele booswicht en een verhaal vol plotgaten dat naar
het einde toe dan ook nog eens volledig ontspoort.

Toch een kleine rechtzetting: Jake Gyllenhaal – bijna universeel
uitgelachen als machistische actieheld – doet dat lang niet slecht,
wat u ook gelezen heeft. Puppy eyes straalt een bepaalde
guitigheid, een charmant je-m’en-foutisme uit dat wat doet denken
aan Chris Pine in het onvolprezen ‘Star Trek’ en dat in een betere
film ongetwijfeld beter tot zijn recht was gekomen. Slechte
dialogen en een verwarrend narratief (Eh? Wáár is hij nu ineens?)
zetten echter meteen een domper op de vreugde en smoren de chemie
die er potentieel zou kunnen zijn tussen Gyllenhaal en de absurd
knappe, misschien niet ongetalenteerde, maar hier in een volslagen
kutrol vastzittende Gemma Arterton al op voorhand in de kiem.

Ben Kingsley en Alfred Molina staan – spoiler alert – dan weer
te schmieren dat het geen naam heeft; de eerste als stiekeme (prijs
voor minst onverwachte plottwist van het jaar) slechterik en de
tweede als ietwat dommige en hebzuchtige goedzak. Bij Molina werkt
dat wel – hij doet soms denken aan Jonathan Rhys-Davies uit de
originele ‘Indiana Jones’-trilogie – maar bij Kingsley zit de
tongue zo ver in cheek dat hij tegen het einde
van de prent bij wijze van spreken aan zijn eigen oorlel aan het
likken is. ‘t Is geen goeie film, Ben, we weten het, en we zien dat
jij het ook weet. Point taken. Hij brengt nog net niet
zijn vingertoppen bij elkaar om één wenkbrauw kwaadaardig op te
trekken en het op een onbedaarlijk (edoch sadistisch dan wel
dreigend) lachen te zetten. Max von Sydow zette in de vroege jaren
’80 een meer genuanceerde slechterik neer als Ming the Merciless in
‘Flash Gordon’.

Mike Newell regisseert ‘Prince of Persia’ op zijn eigen
kleurloze manier: producer-approved en zonder een greintje
lef. Het is echter het debiele scenario dat de film uiteindelijk de
meeste punten kost. Enkele charmante momentjes en een grotendeels
genietbare cast kunnen daar niets aan veranderen. In de tweede
helft van de film wordt alle subtiliteit het raam uitgekeild en
wordt de hele productie letterlijk en figuurlijk omver gewaaid door
de lelijke CGI-zandstormen van de Bruckheimer-fabriek. Enfin, het
had erger kunnen zijn, maar vooral ook veel beter. De bigger,
faster, louder
-sequel zal ons gelukkig waarschijnlijk gespaard
blijven, want de prent flopte aan de Amerikaanse kassa’s. Voor een
stevige portie zomergeweld staat ons geld nog steeds op ‘The
A-Team’ en ‘The Expendables’. Deze mag u gerust overslaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een − 1 =