La Teta Asustada




Soms zegt de titel van een film al alles dat je moet weten. Voor
de Engelse versie heeft men het tactisch op ‘The Milk of Sorrow’
gehouden, maar eigenlijk betekent ‘La Teta Asustada’ “de
geschrokken tepel”. Een prent met zo’n titel kan maar twee dingen
zijn: een vunzige, schaamteloze exploitation movie in de
stijl van de ‘Grindhouse’-films, of een bloedserieus voorbeeld van
arthouse-wereldcinema. Welk van de twee gokt u dat het
geworden is? Claudia Llosa kreeg in Berlijn een Gouden Beer en
elders in de wereld nog een schier oneindige reeks prijzen voor
haar poëtische benadering van de trauma’s die veel mensen
overhielden aan de politieke onlusten in Peru tijdens de jaren
tachtig. Het resultaat is een typische festivalfilm, intelligent
gemaakt en prachtig in beeld gebracht, die echter zo nadrukkelijk
symbolisch is, dat het vaak zoeken blijft naar de reële emoties
onder de metaforen.

Vanaf het begin van de eighties was in Peru de
maoïstische guerillabeweging Het Lichtend Pad actief, die met
geweld de regering wilde omver werpen en vanuit de Andes langzaam
maar zeker richting Lima trok. De boerenbevolking werd het
slachtoffer van uitspattingen van beide zijden – verkrachtingen,
plunderingen en willekeurig geweld waren de orde van de dag. Magaly
Solier (u misschien nog bekend van ‘Altiplano’) speelt Fausta, een
jong meisje wiens vader stierf toen haar moeder nog van haar in
verwachting was. Tijdens de openingsscène komen we te weten dat
haar ouweheer beestachtig werd afgemaakt en haar moeder werd
verkracht, waarna ze verplicht werd de penis van haar man op te
eten. Yummie.

Zo’n achttien jaar later sterft ook haar moeder en trekt Fausta
in bij het gezin van haar oom. Ze leidt een leven van eindeloze
angst voor (seksueel) geweld. Volgens het plaatselijke volksgeloof
een gevalletje van “de geschrokken tepel” – een trauma dat
letterlijk met de moedermelk wordt meegegeven. Ze durft nauwelijks
alleen de straat op en heeft – ik verzin niks – zelfs een aardappel
in haar vagina gestopt om verkrachters op andere gedachten te
brengen. In een scène die nu al een klassieker genoemd mag worden,
zien we haar met een schaartje tussen haar benen gaan. Vervolgens
zien we een scheut tussen haar voeten vallen. Nou. Om de begrafenis
van haar moeder te betalen, gaat Fausta werken voor Aida (Susi
Sánchez), een rijke muzikante, met wie ze na een tijdje haar eigen
Faust-overeenkomst sluit.

Een film over een meisje dat een aardappel in heur flamoes
propt, als dàt geen kunst zal zijn. Het voornaamste thema waarover
Llosa een ei te leggen heeft, is de manier waarop angst de
generaties overschrijdt en ook het psychische en sociale leven kan
platleggen van de kinderen van de slachtoffers. Het trauma van
Fausta’s moeder was blijkbaar zo groot, dat ze er alleen over kan
vertellen door te zingen – een gewoonte die Fausta overneemt:
telkens ze haar innerlijke angsten wil uitdrukken, maakt ze er een
liedje van, om het onuitspreekbare toch uit te spreken.

De regisseur is echter ook gefascineerd door de rituelen die het
leven in Peru bepalen – vooral de manier waarop huwelijken en
begrafenissen plaatsvinden, respectievelijk de rituelen die het
begin van een nieuw leven en het einde ervan markeren. De tante van
Fausta arrangeert huwelijken, waardoor we keer op keer getuige zijn
van de vrolijke kitscherigheid van een Zuid-Amerikaanse
trouwpartij, opgetrokken uit bladgoud en schreeuwerige kleuren waar
je maar kijkt. Zelfs begrafenissen blijven niet gespaard van dit
soort pronkzucht: wanneer Fausta op zoek gaat naar een kist voor
haar moeder, krijgt ze fel beschilderde modellen aangeboden, met
tekeningen van Jezus erop, logo’s van voetbalploegen, wuivende
palmbomen of zelfs meisjes in bikini. Het punt dat Llosa wil maken,
denk ik, is dat alles gebeurt via uitbundige rituelen – iedereen
mag het weten, hoe luider de muziek, hoe grotesker de versiering,
hoe ostentatiever de vreugde of het verdriet, hoe beter. En dat
terwijl Fausta en andere slachtoffers zoals zij zichzelf
noodgedwongen volledig in zichzelf gekeerd hebben, niet buiten
durven, nauwelijks praten. Op die manier staat ze buiten de
maatschappij.

En dan is er nog de relatie tussen haar en Aida. Aida zit zonder
inspiratie voor haar volgende optreden, wanneer ze de rouwliederen
hoort die Fausta zingt. Per lied belooft Aida haar een parel te
geven, waarmee Fausta hoopt de begrafenis van haar moeder te
financieren. Llosa refereert hier naar ‘De Kleine Zeemeermin’,
waarin Ariel haar stem (en bij uitbreiding haar ziel) verkoopt aan
Medusa in ruil voor een leven op het land. Op gelijkaardige wijze
verkoopt Fausta, tegen haar zin, haar liederen en de trauma’s die
daarin verwerkt zitten aan Aida (het eerste lied dat ze op die
manier verkoopt, gaat overigens uitgerekend over een zeemeermin).
En natuurlijk valt er op die manier ook weer een link te leggen
naar het ‘Faust’-verhaal, met een personage dat haar ziel afstaat
om er beter van te worden. Op een meer tastbaar vlak is deze
verhaallijn ook een afspiegeling van de relatie tussen arm en rijk
in Peru, waarin de rijken de armen onophoudelijk blijven uitzuigen,
tot zelfs aan hun geestesleven toe.

Veelgelaagd? You betcha. Llosa heeft thema’s,
verwijzingen naar andere verhalen en bovenal meer symbolen dan de
steen van Rosetta (de aardappel die binnenin Fausta aan het rotten
is, vertegenwoordigt de manier waarop angst een mens van binnenuit
verteert, snapt u ‘m?). Dat alles wordt ons geserveerd aan een
bewust traag tempo, met hypnotiserende camerabewegingen en subtiele
acteerprestaties. De artistieke snob diep binnenin ons zat dan ook
de hele film lang vrolijk te juichen en te jubelen.

Het enige probleem is dat ‘La Teta Asustada’ met dat alles nog
niet noodzakelijk een echt meeslepende film is. Tijdens het eerste
uur was ik nog mee met het gestage tempo waaraan alles zich
ontwikkelde, ik was nog gefascineerd door de (ontegensprekelijk
gewaagde) manier waarop Llosa haar uitdagende symbolen vastgreep en
consequent doorvoerde – zeg er maar van wat je wil, maar heel die
geschiedenis met de aardappel had gemakkelijk een bad
laugh
kunnen veroorzaken en dat doet het niét.

Maar dan is dat eerste uur afgelopen en begint de film langzaam
maar zeker z’n greep te verliezen. Thema’s en situaties herhalen
zich (nog eens een huwelijk, nog eens een bezoek aan de dokter die
haar vertelt dat ze er misschien eens over kan nadenken om die
patat te verwijderen) en het lijkt te lang te duren vooraleer Llosa
aan haar conclusie toekomt (en dat terwijl de prent toch maar 95
minuten duurt). De indruk waarmee ik achterbleef, was dan ook dat
‘La Teta Asustada’ misschien beter had gewerkt in de vorm van een
meer gebalde kortfilm van pakweg 50 à 60 minuten (hoewel dat
natuurlijk zowat de minst commerciële vorm is die je je maar kunt
indenken). Dit soort kabbelende, poëtische drama’s moeten het
sowieso niet van hun verhaal hebben, dus is het altijd een goede
raad om je punten duidelijk te maken en dan weg te wezen, vooraleer
je je publiek gaat vervelen. Mensen die ‘La Teta Asustada’ maar
langdradig en pretentieus vinden – en ik me heel goed voorstellen
dat er zo wel wat rondlopen – hebben dus minstens een beetje
gelijk, hoewel ze wat mij betreft dan wel voorbij gaan aan de
boeiende manier waarop de thema’s in elkaar vervlochten zitten.

Llosa scoort sowieso heel wat goede punten – ze heeft een
inzichtrijke film gemaakt die gezien mag worden. Nu nog leren dat
ze haar film moet eindigen zodra ze geen nieuwe ideeën meer kan
toevoegen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =