Born Ruffians :: ”Ik wil de wereld in brand steken, maar mijn plan staat nog niet op punt”

Twee jaar geleden bracht het Canadese Born Ruffians zijn rammelende, hoekige debuutalbum Red, Yellow and Blue uit op het Britse Warp-label. De creatie van opvolger Say it, die nu ongeveer in de winkel zou moeten liggen, had heel wat voeten in de aarde, maar dat was geen kwestie van het "moeilijke tweede plaat"-syndroom, zegt frontman Luke Lalonde.

Lalonde: "Over Red, Yellow and Blue hebben we ook bijna twee jaar gedaan. Say It werd met stukken en brokken geschreven tussen de zomer van 2007 en die van 2009, maar het tijdelijke vertrek van Steve (Hamelin, red.), onze drummer, zorgde voor de nodige vertraging. We waren de plaat met hem begonnen, we wilden ze ook met hem afmaken."

enola: Was er een reden voor zijn vertrek?
Lalonde: "In 2007 en 2008 hebben we gigantisch veel shows gespeeld. Net als zo veel andere bands werden we het slachtoffer van dat eindeloze touren: de goesting was volledig weg. Steve had er het meeste last van, hij wilde voor onbepaalde tijd thuis zijn en een normaal leven leiden."
"Mitch (Rosier, de bassist, red.) en ik zijn onmiddellijk op zoek gegaan naar een nieuwe drummer. We hebben acht maanden lang intensief gespeeld en getourd, waardoor de plaat even aan de kant geschoven werd. Samenwerken met een andere drummer deed ons op een heel andere manier naar de band kijken: we merkten dat we als band wel zonder Steve konden, maar dat de nummers zijn specifieke stijl echt nodig hadden. Het vertrek van die andere drummer — die ook met andere projecten bezig was — spoorde Steve aan terug te keren naar Born Ruffians. We zijn rond de tafel gaan zitten en hebben alles besproken wat er fout gelopen was. We beseften dat communicatie ons grootste probleem was, dat we alles te veel opkropten. "Say It" werd ons nieuwe motto en sindsdien gaat alles een pák vlotter."

enola: Het thema communicatie is ook heel sterk aanwezig op de plaat, maar tegelijk zing je in "Retard Canard" ook "honesty’s annoying most of the time".
Lalonde: "Er zitten altijd tegenstellingen in wat ik schrijf. Ik vind het erg moeilijk om een hele plaat op te hangen aan eenzelfde idee. Het is wel zo dat ’communicatie’ een terugkerend thema is. Ondanks ons nieuwe motto, word ik er nog steeds ongemakkelijk van wanneer iemand te eerlijk, te direct is. Terwijl je met iemand praat, zit je uiteindelijk nog steeds in je eigen hoofd: heb ik te veel gezegd? Of net niet genoeg? Begrijpen ze wel wat ik zeg, luisteren ze eigenlijk wel? Misschien gaat Say It daar nog wel het meest over."

enola: Say It lijkt muzikaal nog grotendeels op hetzelfde spoor te zitten als jullie debuutplaat, of zien we dat verkeerd?
Lalonde: "We hadden niet bepaald een drastische koerswijziging in gedachten voor dit album en het voelt voor mij dan ook als een logisch vervolg aan. Say It toont de voorzichtige vooruitgang die we maakten als band. Ik denk dat je veel platen als een duo moet zien — deze twee horen zeker en vast bij elkaar —, en ons derde album zal dan ook een stuk spannender worden: we willen onze grenzen ietwat verleggen en nieuwe methodes zoeken om songs te schrijven."

enola: Met het soulvolle "What To Say" wijken jullie toch ook al enigszins af van het hoekige, staccato geluid van Red, Yellow and Blue?
Lalonde: "Dat is zo, "What To Say" voelde wel aan als nieuw, onontgonnen terrein. Het nummer is gebaseerd op drie baslijnen die Mitch steevast speelde tijdens de soundcheck. We hebben er samen een nummer van gemaakt, waarbij we sterk beïnvloed werden door meer klassieke popsongs, die een duidelijk, prominent refrein hebben. Het nummer moest zo toegankelijk mogelijk worden, zonder volledig van het Born Ruffians-geluid af te wijken. Eigenlijk willen we gewoon big songs maken."

enola: Dat is ook te horen in "Retard Canard": in plaats van het vuur in iemands hart aan te wakkeren, wil je liever meteen de hele wereld in brand steken.
Lalonde: "Die zin heb ik gestolen van een Ink Spotsnummer, al zingen zij "I don’t want to set the world on fire, I just want to start a flame in your heart". Het leek me wel leuk om dat om te draaien, vooral omdat het veel beter uitdrukt hoe ik er over denk. Ik heb behoorlijk wat ambitie, en ik wil voor een steeds groter publiek spelen. En ik wil de wereld ooit wel eens in brand steken, maar mijn plan staat nog niet helemaal op punt."

enola: Jullie zijn ooit begonnen als een trombonetrio. Heeft dat Born Ruffians op een of andere manier beïnvloed?
Lalonde: "Ik leerde trombone spelen in de middelbare school, en heb sindsdien vaak geprobeerd om het instrument in onze nummers te verwerken. Ondertussen heb ik dat opgegeven, het klonk te geforceerd. Ik gebruik nu alleen nog extra instrumenten als het écht nodig is, we try and cut all the fat out of our songs. "

enola: Missen we iets, of is "Sole Brother" echt gewoon een ietwat onnozel nummer over de klusjes die jij voor je grootvader moest doen, terwijl je zus mocht zitten luieren?
Lalonde: "Mijn grootvader was wel degelijk een inspiratiebron voor dat nummer, ik hield er ook echt van hem in zijn tuin te helpen. Ik klom dolgraag op daken, dus de dakgoot voor hem schoonmaken, was daar het perfecte excuus voor. Vaak moest ik echter bladeren bijeenharken en dat deed ik absoluut niet graag, tot ik mijn eigen full body bladerverzameltechniek bedacht; ik strekte mijn armen wijd uit en duwde de bladeren met mijn hele lichaam op grote hopen."
"Dat stuk over mijn zus Jessica is wel grotendeels verzonnen. Ik heb die zinnen bedacht om mijn deel van de lyrics te laten aansluiten bij een melodie en refrein waarmee Steve al langer in zijn hoofd zat. Toen ik hem vroeg om het voor te zingen, en hij dat "Raekwon, I love you / I wish you were my soul brother / Ghost Face, I love you / I wish you were my soul brother" bovenhaalde, leek het me geen slecht idee om wat ik geschreven had meer in de richting te sturen van zijn vertederende wens om beste vrienden te worden met zijn favoriete rappers — vandaar het even kinderlijke idee om enig kind te willen zijn. Het was ook de eerste keer sinds onze tienerjaren dat we nog eens samen een tekst schreven.

enola: In de gelijknamige ballad vertel je over het vreemde personage Moose Bruce. Wie?
Lalonde: "De dingen die ik schrijf, zijn vaak niet echt bedoeld als een groots opgezette toespraak met een boodschap, maar meer als een soort advies; een herinnering voor mezelf. Moose Bruce is een superheld op leeftijd, die beseft dat zijn gloriedagen al lang achter hem liggen. Daardoor heeft hij altijd wel advies klaar voor wie naar hem wil luisteren. Ik weet dat ik zelf nog jong ben, je mag mijn adviezen dus gerust met een korrel zout nemen, en ik ga ook niet beginnen met afgezaagde clichés als "ik ben een oude ziel", maar ik denk dat ik me wel kan inbeelden hoe ik als tachtigjarige zou zijn. Dat komt misschien wel omdat ik zoveel tijd doorbracht met mijn grootvader: hij drukte me steevast op het hart dat er niets mooiers is dan jong zijn. Die woorden gingen deel uitmaken van wie ik ben, en nu, na bijna een kwarteeuw, begrijp ik pas echt wat ze betekenen. Dat is wat ik wil zeggen in "Moose Bruce": geniet van de kleine dingen, stop and smell the roses."

enola: Tot slot: jullie zijn een van de weinige rockbands op het Warp-label. Enig idee waarom ze jullie getekend hebben? Hebben jullie een band met de typische Warp-sound?
Lalonde: "Ik ben wel fan geworden van dance en elektronica, misschien is dat onbewust de invloed van Warp. Het heeft onze muziek nog niet echt veranderd, al zou dat in de toekomst wel kunnen, iemand als James Holden of Kieran Hebden zouden productiegewijs wel een interessante bijdrage kunnen leveren."
"Ik hou ook van de Warp-houding ten opzichte van muziek, ze zijn een behoorlijk cool label. Ik denk dat ze in 2006, toen ze ons tekenden, hun horizonten wilden verbreden, nieuwe richtingen wilden uitgaan. Wij maken daar maar al te graag deel van uit."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =