Born Ruffians :: 30 september 2013, Botanique

Bijna drie jaar geleden, toen Gent onder een halve sneeuwstorm bedolven werd, stond Born Ruffians in de Charlatan voor bijna niemand. “Deze jongens verdienen meer aandacht”, schreven we toen, en zie: het sneeuwt vandaag niet — dat zou al te gek zijn — en de Witloofbar loopt haast vol.

En dat mag ook wel: met Red, Yellow And Blue maakte de band een slordige en tegelijk geweldig sympathieke debuutplaat. Maar ook kleine jongetjes worden groot, en Born Ruffians deed dat (na moeilijke tweede Say It) met het voor hun doen verrassend volgroeide en coherente Birthmarks. Niet dat frontman Luke Lalonde plots de baard in de keel kreeg — hij is nog altijd de meester van de spastische, onbeheerst uitschietende vocals — maar de band manoeuvreerde wel weer een heel eind weg van het rommeltje dat die eersteling nog was: het nieuwe bandgeluid is cleaner, met meer gebruik van toetsen en samples, en minder weerbarstige songs met liefst van al ook hier en daar een weids refrein. Vanavond duiken gelukkig geregeld flarden van onschuldiger tijden op, maar toch overheerst het wat grootser geluid van de laatste plaat.

Nochtans wordt er aanvankelijk maar wat aangemodderd: opener “Kurt Vonnegut” probeert af te rekenen met de slechtste geluidsmix die de Witloofbar ooit meekreeg (en hoe fijn we de zaal ook vinden, het gaat daar op dat vlak wel vaker mis), en meteen daarna dreigt alles helemaal in de soep te draaien. Mitch Derosier breekt een snaar van zijn bas, en er staat helaas geen roadie klaar om hem een nieuw exemplaar aan te reiken, met veel gefoefel on stage en in de coulissen tot gevolg. Lalonde wacht wat af, maar het duurt hem toch allemaal wat te lang: ideaal moment dus om “Undone” van op zijn solo-album Rythymnals boven te halen. Het is een klein niemendalletje van een song (meest memorabele lyric: “You can call me honeybun”), net voldoende om de tijd te doden, maar ook niet meer dan dat.

Voor “6-5000” is de band weer voltallig, en maar goed ook, want voor de galmende sound die hier neergezet wordt, is meer dan één man nodig. “6-5000 / Call me there / Call me there” echoot Lalonde, terwijl rookwolken de zaal instromen en de synths van Andy Lloyd ongegeneerd mogen aanzwellen. Het is meer theater dan we van Born Ruffians gewend zijn, maar het staat hen wel, temeer omdat de (geveinsde) ernst niet tot het einde volgehouden wordt: een band die zinnen als “I’ll quote Shakespeare, I’ll quote Disney / In the show” in zijn songs smokkelt, beheerst de kunst van de silliness beter dan de ietwat saaie aanblik van de groepsleden doet vermoeden.

Het nieuwe, wat meer songgerichte materiaal botst wel nogal met de gekte van vroeger: de rechtlijnigheid van “With Her Shadow” (nog steeds niet beslist of “She always liked her shadow more than her reflection” nu een hele mooie zin is of net belachelijk puberaal) en de iets-te-dichte-“Sweet Jane”-buur “Too Soaked To Break” staan haaks op de heerlijke chaos van “Retard Canard” (al wordt daar ook gretig gepikt, bij “Blister In The Sun” dan wel) en de wild stuiterende “oh-oh-oh”‘s van “Hummingbird”, waarin ook de drummer middels een paar rake klappen mag tonen wat hij in zijn mars heeft.

Het is moeilijk uit te maken in welke van de twee disciplines Born Ruffians nu het sterkst is, maar eigenlijk doet dat niet zo veel ter zake: afsluiters “Needle” (van de nieuwe) en “Foxes Mate For Life” (van de eerste) verenigen tijdens dit concert alles wat zo fijn is aan deze band, of het nu op hun oude, naïeve wijze is of doordacht en volwassen (nu ja). De springerigheid — letterlijk, tijdens dat laatste nummer — de kreetjes — met Vampire Weekend-achtige Afrikaanse touch in “Needle”, onweerstaanbaar richtingloos in “Foxes Mate For Life” — maar vooral de manier waarop deze jongens het schrijven van catchy songs vlotjes in de vingers hebben, ze maken van Born Ruffians een band die een onmiskenbaar plezier is om live te zien. Nu we weten dat onze goede raad ter harte genomen wordt: volgende keer maar meteen een uitverkochte AB?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − zestien =