Prins Thomas :: Prins Thomas
Lindstrom & Christabelle :: Real Life Is No Cool

In iedere goede relatie moet je elkaar zo nu en dan tijd en ruimte voor jezelf gunnen. Lindstrøm en Prins Thomas, het ongekroonde koningsduo van de Noorse dancemuziek, vulden die tijd op met solowerk. Daarop moeten de heren bewijzen dat ze ook alleen hun mannetje kunnen staan.

Lindstrøm & Prins Thomas, de eerste samenwerkingsplaat tussen de Noren Hans-Peter Lindstrøm en Thomas Moen Hermansen uit 2005, liet een volstrekt uniek geluid horen. De plaat vond aansluiting bij de lieflijke electro van Röyksopps (ook al uit Noorwegen) debuut Melody A.M. en de digitale droompop van Air, maar groef tegelijk dieper in het verleden en legde daarbij evengoed invloeden bloot van de psychedelica van Pink Floyd, de krautrock van Can en de vrolijke melodieën van de Beach Boys. Het album vormde de perfecte soundtrack bij een Noorse afterparty, waar zelfs de meest heldhaftige viking een wufte danspas placeerde om niet veel later languit in de sofa te hangen en er de roze rendiermotieven langzaam aan zich te zien voorbijtrekken.

Met het vervolg, simpelweg Lindstrøm & Prins Thomas II gedoopt, kwam er al snel sleet op de formule. Het album was letterlijk maar helaas ook figuurlijk part two van het debuut en liet weinig nieuws horen. Officieel luidt het dat het nooit de bedoeling is geweest om als duo naar buiten te treden, dus komen beide heren nu haast tegelijkertijd aanzetten met solowerk. Deze twee soloplaten bieden een mooi zicht op de manier waarop de rollen binnen het duo verdeeld waren. Lindstrøm is duidelijk de man van de melodieën, terwijl het bij Prins Thomas eerder om de sfeer en de grooves gaat.

Hans-Peter Lindstrøm bewees in het verleden al dat hij ook zonder de hulp van Prins Thomas best tot fijne albums in staat is, getuige onder meer het geweldige Where You Go I Go Too van enkele jaren geleden. Stond die plaat nog vol met breed uitwaaierende nummers die flirtten met de tienminutengrens, dan kiest de Noorse producer nu voor korte, compacte tracks. Hij keert terug naar de jarenzeventigdisco van Giorgio Moroder. In de persoon van zangeres Christabelle heeft Lindstrøm zelfs zijn eigen Donna Summer gevonden. Helaas ligt de imitatiefactor vaak te hoog. Zo heeft “Let’s Practice” haast hetzelfde ritme en dezelfde opbouw als “I Feel Loved” van de tandem Summer-Moroder.

Real Life Is No Cool kent wel twee fantastische singles. Enerzijds het uitdagende, verslavende “Lovesick” en anderzijds het uiterst dansbare “Baby Can’t Stop”, dat de feelgood discofunk in de beste traditie van Prince en The Jackson 5 opnieuw tot leven brengt. De trompetjes, het aanstekelijke baslijntje en de vocoder van dat laatste nummer lijken allemaal hetzelfde te schreeuwen: “zomerhit!” Op de andere nummers mist Real Life Is No Cool — niet in het minst door de eerder kleurloze, fletse stem van Christabelle — toch duidelijk de kwaliteit van de vorige releases.

Voor Prins Thomas was het de eerste keer dat hij zonder zijn muzikale wederhelft de studio introk. In tegenstelling tot Real Life Is No Cool sluit zijn debuut nauwer aan bij het geluid van de samenwerkingsplaten met Lindstrøm. Thomas serveert zeven ruimtelijke, uitwaaierende en organische nummers die baden in een kosmische outer spacesfeer. Prins Thomas draagt een soort Scandinavische cool uit, maar jammer genoeg gebeurt er te weinig. Bij dit soort trage, meeslepende muziek die een bepaalde stemming creëert, is de precisie van primordiaal belang.

Daar loopt het wel eens fout, want vele nummers schieten te kort wat accuratesse en dynamiek betreft.

In “Wendy Not Walter” — waar niet toevallig Hans-Peter Lindstrøm de keyboards voor zijn rekening neemt — gaat het tempo gevoelig de hoogte in en komt de plaat even tot leven. Ook het aan Ennio Morricone refererende “Uggebugg”, waarbij je de tumbleweed langs je voorbij ziet waaien, weet meer dan acht minuten lang te boeien. Afsluiter “Åttiåtte” trekt met zijn verknipte stemsamples dan weer richting Matias Aguayo, maar tegen dan is de aandacht al lang zoek.

Hans-Peter Lindstrøm en Prins Thomas gooien met hun soloplaten geen drie ogen met twee dobbelstenen: ze bewijzen dat ze op hun eigen benen kunnen staan, maar daar blijft het dan ook bij. Real Life Is No Cool, Lindstrøms discopastiche, mist regelmaat en Prins Thomas is te vrijblijvend en ontbreekt het aan ideëen. Hopelijk zoekt het duo elkaar opnieuw op na deze periode van herbronning en vindt het dan de chemie van weleer terug, zoals dat gaat in een goede relatie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + elf =