Harry Brown




Ongeveer twee weken voor ‘Harry Brown’ in de Belgische zalen
verscheen, was er – niet voor het eerst en allicht ook niet voor
het laatst – heel wat te doen rond een juwelier die een overvaller
had neergeschoten. De gebruikelijke stemmen zeiden alweer de
gebruikelijke dingen via de linker- en rechterluidspreker van het
televisiescherm. Het is onverantwoord dat burgers het recht in
eigen handen nemen, klonk het hier. Een overvaller die
neergeschoten wordt, heeft het alleen aan zichzelf te danken,
zeiden ze daar. Veel nuancering kwam er niet bij kijken, en een dag
nadien was zowat iedereen klaar met zich er over op te winden omdat
er alweer andere zaken waren om hun mening over te ventileren.
Neemt niet weg dat het een fascinerende vraag blijft: instinctief
voelen we sympathie voor mensen die geweld gebruiken tegen anderen
die de wereld onleefbaar maken. Maar verzanden we op die manier
niet in een barbaarse “oog-om-oog”-mentaliteit, waar een beschaafde
samenleving boven verheven zou moeten staan?

We weten alvast waar we het antwoord op deze vraag niet moeten
gaan zoeken, en dat in de cinema. Vigilantefilms zijn sinds de
begindagen van het medium een onverwoestbaar subgenre geworden, dat
om de zoveel tijd nog eens de kop opsteekt, en meestal simpelweg op
een schaamteloze manier incasseert op onze eigen wraakinstincten.
Iedereen die ooit is overvallen, bestolen, gecarjackt of ga zo maar
door, zit onvermijdelijk zachtjes te juichen als hij Charles
Bronson ziet ‘Death Wish’-en of Clint Eastwood ziet ‘Dirty
Harry’-en, maar daarmee gaan die films wel vrolijk voorbij aan de
implicaties die dergelijk geweld zouden hebben in de echte wereld.
Voor ‘Harry Brown’, het regiedebuut van Daniel Barber, had ik op
voorhand nog enige hoop dat hij toch iets serieus zou zeggen over
het vigilante-thema (voornamelijk omdat Michael Caine er in
meedoet, een acteur die zelfs in ‘Jaws IV’ niet slecht kàn zijn).
Maar helaas, een mens kan zoveel hopen. ‘Harry Brown’ meet zich met
z’n lijzig tempo en zelfbewust artistiekerige ensceneringen het air
aan van een arthouse-film, maar is evenzeer een
fascistoïde ode aan de wraak als pakweg ‘Death Sentence’ een paar
jaar geleden.

Caine speelt titelpersonage Harry Brown, een gepensioneerde
militair die de mensen in zijn leven angstaanjagend snel ziet
wegvallen: zijn vrouw overlijdt na een slepende ziekte, en zijn
enige resterende vriend wordt vermoord door het jonge uitschot dat
in de buurt rondhangt. Harry’s buurt is inderdaad niet bepaald een
villawijk – hij woont in een luizig flatje in een vervallen
appartementsgebouw, en is continu omsingeld door een bende jongeren
die drugs nemen, dealen, stelen, de vandaal uithangen en in het
algemeen gewoon alles doen waar de Bond Zonder Naam op zou fronsen.
Wanneer blijkt dat de politie – vertegenwoordigd door de
goedbedoelende inspecteur Alice Frampton (Emily Mortimer) – niet
kan helpen, besluit Harry om zijn army skills nog eens
boven te halen.

Tijdens het eerste half uur krijg je nog de indruk dat Daniel
Barber net iets dieper wil snijden dan de doorsnee-wrekersfilm.
Harry wordt geïntroduceerd in lange, rustige scènes, die doen
denken aan de introductie van Morgan Freemans personage, William
Somerset, in ‘Seven’: een oudere man die met treurige ogen naar de
wereld om zich heen kijkt, en zich vasthoudt aan de rituelen die
zijn leven betekenis geven. Let op een scène aan het begin van de
film, waarin Harry vanuit zijn flatje toekijkt hoe de jongeren een
auto aan gort slaan. Wanneer de eigenaar naar buiten komt gelopen,
krijgt ook hij er van langs. Zijn vrouw roept om hulp, terwijl
Harry zijn gordijnen sluit. Dat is een herkenbare scène van
grootsteeds geweld – net zoals iedereen zou Harry wel willen
helpen, maar net zoals iedereen is hij te bang om iets te
ondernemen. Ik hoorde spontaan Freemans bariton die memorabele
tekst uit ‘Seven’ spreken: “Het eerste dat ze vrouwen leren in
lessen zelfverdediging, is dat je nooit “hulp” moet roepen als je
wordt overvallen. Op “hulp” reageert niemand. Je moet “brand”
roepen, en dan komen de mensen wel aangelopen.”

So far, so good, maar al die gelijkenissen eindigen op
het moment dat Harry de wapens opneemt en besluit dat hij wel eens
wat jonge hoodlums wil decimeren. Barber blijft alles in
beeld brengen met een zelfbewust rustige, zelfs trage
cameravoering, en hij blijft zijn scènes ook op een nadrukkelijke
manier lang uitrekken (Harry gaat een pistool kopen en zo zijn we
weer 10 minuten verder in de film), maar al die kunstgrepen, die
allicht ontworpen zijn om de sfeer van een arty project te
behouden, kunnen niet verbergen dat het scenario vanaf dat moment
gewoon een platte revenge fantasy is. Heel even wordt er
een minuscule poging ondernomen om de slechteriken te humaniseren,
door terloops te vermelden dat één van hen al vanaf zijn zesde in
pleeggezinnen zit, maar dat beperkt zich tot welgeteld één regel
dialoog. Voor de rest zijn ze doodgewoon eendimensionaal uitschoot,
karikaturale booswichten wiens vocabulaire zich beperkt door het
woord fuck, gebruikt als werkwoord, zelfstandig naamwoord,
adjectief en adverbum. Wanneer Harry hen neerkogelt, voelen zowel
het hoofdpersonage als het publiek daar absoluut niets bij. Noch
Barber, noch zijn scenarist Gary Young ondernemen de minste poging
om een context te creëren of enige nuance in de personages te
leggen. Harry heeft, volgens de visie van deze film, doodgewoon
gelijk om die kerels omver te knallen. Hey, als ze dood zijn,
kunnen ze ‘t sowieso niet opnieuw doen, right?

En Harry zelf? Die lijkt geen moment te twijfelen aan het feit
dat wat hij doet, perfect gerechtvaardigd is. Had hij nu in
tweestrijd gelegen met zichzelf, had hij zichzelf vragen gesteld,
dan had ‘Harry Brown’ nog kunnen werken, maar blijkbaar is
introspectie niet de grootste troef van het personage of de film.
Emily Mortimer krijgt een ondankbare clichérol als moedige
politieagente die altijd in alles gelijk heeft, maar (daar gaan we
dan, allemaal samen!) Nooit Geloofd wordt door Haar Oversten. Niet
dat Mortimer slecht is in haar rol, maar het is gewoon een rol waar
niet veel aan te spelen valt. Hetzelfde geldt overigens voor
Michael Caine. Is hij goed in deze film? Ja, d’uh, hij is Michael
Caine, ‘tuurlijk is hij goed. Maar hij kan ook niet veel spelen dat
niet in het scenario aanwezig is.

Ik blijf er bij dat er over het vigilante-gegeven een boeiende,
intelligente film gemaakt kan worden. Het is alleen een beetje
triest dat ‘The Dark Knight’ tot op heden de beste poging daartoe
genoemd moet worden. ‘Harry Brown’ is competent gemaakt, maar het
blijft een oppervlakkige, bloeddorstige wraakfantasie die
suggereert dat de oplossing voor alle grootsteedse
criminaliteitsproblemen simpelweg is dat de brave burgers óók met
pistolen gaan rondlopen, om iedereen die hen lastig valt af te
knallen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + 17 =