V. V. Brown :: Travelling Like The Light

Ha, maar kijk eens aan! Negen maanden na de UK, wordt het debuut van V.V. Brown toch ook hier officieel gereleast. Over het kanaal werd ze vorig jaar samen met onder andere Little Boots en Florence + The Machine als een van de beloftes voor 2009 aangekondigd, maar dat kon ze niet verzilveren. Niet dat het aan haar lag, noch aan haar uitstekend debuut.

Aan wat dan wel? Sla ons dood, noem ons Phil Kevin: geen zinnige reden valt er te bedenken waarom al die andere popmeisjes vorig jaar wel tot hier konden surfen op hoge hypegolven en Brown niet. Een van de vooruitgestuurde singles, “Leave”, werd ook hier aarzelend gespeeld, maar voor de rest is het samen met “Crying Blood” onbegrijpelijk genoeg de beste single die u vorig jaar niet gehoord hebt. Ook in de UK waren het niet de “hits” die het hadden moeten zijn. Altijd al iets ranzigs gevonden trouwens, dat woordje “hit”, om over de combinaties met prefixen als “mega” nog maar te zwijgen.

Helaas, schaars zijn de artiesten en de bands die geen “hit” moeten “scoren” om niet de mist in te gaan. Voor popmeisjes is het zelfs een conditio sine qua non. V.V. Brown is dan ook op zoek gegaan naar een (sterke) “hit” — getuige daarvan “Shark In The Water”, veruit het buitenbeentje op de plaat en het enige nummer waaraan Brown zelf niet heeft meegeschreven. Onbegrijpelijk dat die dot van een single (met een pakkende dijk van een refrein waar pakweg Duffy alleen maar zandzakjes tegenaan kan gooien) het tij ook niet kon doen keren. Hopelijk lukt die herkansing hier wel. Het zorgt allemaal wel voor een licht tragisch verhaal, dat Brown over enkele jaren ongetwijfeld aangedikt met een stevige portie cynisme en sigaret in de hand kan vertellen aan popmeisjes in spe die staan te trappelen om de muziekwereld binnen te stappen.

Maar bon. “Leave” en “Crying Blood” zijn fantastische energiebommetjes, met een flinke snuif peper in hun gat. Ze maakten van Brown een buitenbeentje: net als Adele en vooral Duffy, harkt Brown graag terug naar de jaren zestig — die typische sixties girl pop, weet u wel — maar dan zonder de weidse arrangementen. Bovendien zet zij een paar forse stappen verder terug in de tijd en grasduint met graagte en verve in de beginjaren van de rock-’n-roll en de rockabilly (“Love”). Brown onderscheidt zich ook met een klep waar wij geen ambras mee zouden willen maken — luister vooral zelf naar de gil waarmee ze na vijf seconden in “Quick Fix” de plaat op gang trapt.

“Quick Fix” belooft in navolging van de singles een energieke, vinnige, vermoeiende plaat, maar dat draait enigszins anders uit. Vooral op het tweede deel van Travelling Like The Light neemt Brown wat gas terug en dat is niet overbodig. Zo zal het uitstekend gearrangeerde “Back In Time” vorig jaar wel een hoge play count op de iPod van Duffy- en Kate Nash-producer Bernard Butler gehad hebben. Al durft het er soms iets te smooth aan toe te gaan: “Crazy Amazing” tovert haar microfoon te nadrukkelijk om in een suikerspin en de plaat had heus wel een betere afsluiter verdiend dan het mellow titelnummer dat geen enkele van Browns onderscheidende troeven uitspeelt.

Ook “I Love You” volgt iets te nadrukkelijk de bandensporen die Beyoncé achterlaat in de “hitparades” (zucht), maar die fout wordt voor de rest gelukkig niet gemaakt. Al was het wel een gemakkelijkheidsoplossing geweest: Brown heeft een uitstekende stem (gilt en zalft steeds ten dienste van de song), ziet er niet slecht uit en beschikt met haar kapsel ook nog eens over opvallende looks. Er zijn er al met/voor minder het podium opgekropen met Beyoncé als opgelegde fetisj. Nooit een goed idee, hopelijk went het leven in de anonimiteit snel terug. Het is een leven dat we Brown allesbehalve toewensen. Dat er voor haar maar gauw een herkansing volgt met een even sterke tweede plaat die net als deze niet de gemakkelijkste weg kiest. Of zorgt u al voor sneller eerherstel? Het zou niet meer dan terecht zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 8 =