Peter Gabriel :: Scratch My Back

Virgin, 2010

Sinds het einde van de jaren zestig is Peter Gabriel amper
weg te denken uit de popmuziek. Als frontman van Genesis was hij
één van die flamboyante figuren die de rockscene in de sixties en
vooral de seventies kleur gaf. Na zijn ontslag timmerde hij solo
verder aan de weg. ‘So’ uit 1986 werd daarbij misschien wel zijn
grootste succes, met singles als ‘Sledgehammer’ en ‘In Your Eyes’.
Daarnaast schreef hij ook een mooie verzameling soundtracks bij
elkaar. Recent ontving hij nog, samen met Thomas Newman, de Grammy
voor best song written for a motion picture, television or
other visual media
voor één van de tracks die ze voor Pixars
WALL-E‘ hadden
geschreven. Toch kan je de man amper beschuldigen van een hoog
werkritme. Zo is het alweer van 2002 geleden dat er nog eens een
regulier soloalbum verscheen. Hoewel regulier misschien niet meteen
een juiste woordkeuze is: ‘Scratch My Back’ is namelijk een
coverplaat. En niet zomaar een coverplaat, maar één met een
concept.

Verwacht u in de toekomst overigens al maar aan een opvolger voor
dit curiosum (zeer toepasselijk getiteld ‘And I’ll Scratch Yours’,
wij verzinnen dit echt niet zelf). De bedoeling is dat alle
artiesten die op dit album worden gecoverd, op hun beurt een nummer
van Gabriel onder handen zullen nemen. U bent nog niet helemaal mee
met de kinky kantjes van oom Peter? Dan is er nog een opmerkelijk
regeltje dat u wellicht wel zal weten overtuigen. Er zijn namelijk
drums noch gitaren te horen op ‘Scratch My Back’. Volgens de zanger
werk je als artiest nu eenmaal vaak beter als je jezelf enkele
beperkingen oplegt. Wel horen we piano, orkest en vooral de stem
van een oude rot in het vak. Let wel, een stem die na meer dan
veertig jaar zingen nog geen sikkepit aan kracht en intensiteit
heeft moeten inboeten. Ook horen we onverwachte songkeuzes en dito
interpretaties. Of had u er al aan gedacht het meest foute van
Neil Young,
het meest bekende van Radiohead, het meest zwarte van Arcade
Fire
en het meest pure van Bon
Iver
door elkaar te gooien, aan elkaar te lijmen en als één
natuurlijk geheel te doen klinken, zonder daarbij op uw bek te
gaan?

Over heel de lijn doet de plaat bovendien erg gepassioneerd aan.
Elke song lijkt gewikt en gewogen, tot er ook een eigen ziel kon
worden ingelegd. Zo is zijn versie van ‘Mirrorball’ – origineel van
Elbow – erg meeslepend en bombastisch, maar weet ze
toch geloofwaardig te blijven. De Radioheadklassieker ‘Street Spirit (Fade
Out)
‘ klinkt in zijn nieuwe jasje dan weer lekker mysterieus en
drijft vooral op piano. En om nu maar meteen ook even tegen heilige
huisjes te trappen: zijn ‘The Boy In The Bubble’ is gewoon beter
dan het origineel. Laat we dus met zijn allen ook Gabriels zonden
vergeven. Zo weet hij niet altijd de overrompelende grandeur te
doseren, wat wel vaker een gevaar is van dit soort grootse pracht.
Daardoor weten zijn covers van Lou Reed en Arcade Fire niet
helemaal te overtuigen. Een deel van de finesse van de
oorspronkelijke versies gaat verloren bij de vertaling van popgroep
naar full blown orchestra. Een kwade ziel kan zelfs
beweren dat de plaat een beetje weg heeft van de soundtrack van
Moulin Rouge‘. Als die evenwel geklonken had als
‘Scratch My Back’, dan had menig film- en muziekliefhebber nu een
veel minder grote hekel gehad aan Baz Luhrmann.

En dus komen we terug bij het begin van ons verhaal. Peter Gabriel
is een vreemde vogel, al willen we vreemd hier uitdrukkelijk
gebruiken in positieve zin. Dit album heeft zijn mankementen, maar
alle mensen van wie de tenen gaan krullen bij het horen van de naam
Genesis, doen er niettemin beter aan deze fobie even van zich af te
schuiven. Zij die de plaat dan nog steeds niet in huis willen of
durven halen hebben ongelijk.

www.petergabriel.com
www.myspace.com/petergabriel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + zeventien =