Lightspeed Champion :: Life is Sweet! Nice to Meet You

Domino Recordings, 2010.

Ten tijde van ‘From the Lavender Bridge’ koos Devonté Hynes voor
een hoes die zijn eerste plaat als Lightspeed Champion zo in het
rekje ‘van bedenkelijk en goedkoop allooi’ kon doen belanden. Het
leek ook wel een welgemeende grap: de Kele Okereke van het
dancepunktrio Test Icicles die opeens een brave débardeur aantrok,
een pluizig konijn onder de arm nam en krokante Americana ging
maken. Zelfs een handvol goede nummers en een flinke, romige scheut
Mike Mogis konden de indruk niet wegnemen dat Hynes vanuit zijn met
cello’s, violen en gitaren volgestouwde hoekje een beetje stond te
gniffelen om types als Oberst, die bulken
van de Weltschmerz.

Twee jaar later blijkt echter dat Hynes nog steeds doorspoort op de
weg die hij was ingeslagen na Test Iciciles. De steevaste bontmuts
heeft hij intussen ingeruild voor een zwarte hoed en zelf is hij
doorgegroeid naar een volwassen Steve Urkle, die ergens met een
verloren koffer in woestijn staat. In die koffer zitten nog eens
drie nummers extra, want hoe ouder je wordt, hoe meer bagage je
meesleept. Hynes sleept nu de bagage van gebroken liefdes (en hoe
die te overwinnen) met zich mee, en heeft daarmee een grote kapstok
gevonden om zijn nummers aan op te hangen. Een kapstok met vier
armen: ‘Departure’, ‘Reminisce’, ‘Oops’, ‘Douceur de Vivre!
Merci’.

In het eerste deel (‘Departure’) smeert hij kamerbreed alle leed en
de pijn uit om die verloren liefde, die al iemand anders in de arm
heeft gehaakt. ‘Dead Head Blues’ trekt de boel klagelijk zielig op
gang, maar Hynes laat halverwege de song alle instrumenten die los
en vast stonden aanrukken, om het nummer een bombastische finale te
laten ingaan. Vanaf daar klinken zelfs de grootste pijnen vrolijk
en kriebelt de nieuwe lente van overwinning al aan de neus.

Voor het verdere verloop van ‘Life Is Sweet! Nice to Meet You’ hopt
hij als een hyperkinetisch konijn tussen singer-songwriter,
country, 70’s invloeden en iets dat Lodewijk XIV wel had kunnen
appreciëren. Zijn eerste singeltje ‘Marlene’ doet zelfs een
westernviooltje funky as hell klinken, en dat kan alleen
maar te danken zijn aan Ben Allen (u weet wel, die man met een
hiphopverleden die ook Merriweather Post Pavilion onder z’n hoede
nam).

En vrouwennamen in de titels zijn op deze plaat meestal een
voorbode voor een goed nummer. ‘Madame Van Damme’ weet met de
wulpse heupen en kleine pasjes het gepeupel volledig mee te krijgen
om met een tamboerijn en de haren wild wat rond te springen. ‘Etude
Op.3 ‘Goodnight Michalek” verbergt Nicole Michalek in de titel, en
sopt zich helemaal in het neoclassicisme. Het nummer zal nooit
naast Hayden in de annalen van de geschiedenis belanden, maar het
is een leuke gimmick in ‘Douceur de Vivre! Merci’.

Drie nummers en er worden al drie stijlen aangeraakt. Het vergaat
de rest van het album niet anders. Er zitten zoveel invloeden in en
Hynes lijkt ze allemaal als een gek door elkaar te willen klutsen,
zodat je je als luisteraar na een tijdje als die koffer in de
woestijn voelt: compleet verloren. Hij heeft geprobeerd het
allemaal een beetje op te lossen door het geheel te verdelen in die
vier “kantjes” en die dan nog eens te scheiden met “intermissies”
van ongeveer een minuutje. Maar die interludes zaaien enkel nog
meer verwarring.

Contradictorisch genoeg zijn de beste nummers de nummers die zich
niet in een hoekje laten duwen, maar die ronddwalen tussen overal
en nergens. Op kop staat ‘The Big Guns of Highsmith’, dat begint
als een neoklassieke versie van Pipi Langkous, overgaat naar een
bombastisch, met paukslagen georkestreerd “I’ll just stop
complaining
” en er dan nog een scheet 70’s disco achteraan
blaast. Het is zo surrealistisch als Alice in Wonderland dat ook u
in een vingerknip als een gek staat mee te zingen.

‘I Don’t Want to Wake Up Alone’ haalt niet helemaal dat
ratatouillegevoel van ‘The Big Guns of Highsmith’, maar schuifelt
iets voorzichtiger van het ene uiteinde naar het andere. Hoewel het
toch Joe Dolan in een westernfilm van de jaren ’70, onwennig
zwaaiend met de colt in de hand, weet te plaatsen.

Hynes had na zijn Mogis-avontuur klaarblijkelijk nood aan een plaat
met een onstuitbare joie de vivre, die de aandacht een beetje kan
afleiden van zijn soms monotone stemgeluid. Hij heeft er alleen
niet bij stilgestaan dat het doorbijtende luisteraars moeten zijn
die deze ongedurige marathon kunnen uitrennen. Maar zoals bij elke
marathon is de beloning des te groter voor diegenen die helemaal
tot aan de finish zijn geraakt, want aan die finish staat er een
bonus-cd klaar waarop Hynes zijn voorliefde voor covers botviert.
De man waant zich namelijk met verve drie minuten lang de zwarte
Elvis, met zijn versie van ‘Devil in Disguise’. Yes, he is!

www.lightspeedchampion.com
www.myspace.com/lightspeedchampion

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =