The Wolfman




Het zag er al maanden lang op zijn zachtst gezegd niet goed uit
voor ‘The Wolfman’. Een regisseur werd ontslagen nog voor de
opnames goed en wel begonnen waren, de score van Danny Elfman was
zogezegd niet goed genoeg, de releasedatum weer keer na keer (na
keer) verschoven en aan het roer stond uiteindelijk de man die ons
ook ‘Honey, I Shrunk the Kids’ en ‘Jurassic Park III’ bracht. Om
nog maar te zwijgen over het feit dat de film – zoals álle
horrorfilms van de laatste twee jaar, eigenlijk – een remake is,
van een twijfelachtige Universal-klassieker uit 1941 nog wel, en
dat de trailer er ronduit verwarrend en onnozel uitzag. Neen, het
zat ‘The Wolfman’ even echt niet mee. Doch niet getreurd, lieve
mensen, want af en toe kan Hollywood ook – echt waar – een
aangename verrassing in uw schoot werpen: ondanks de vloek
van de production hell is deze weerwolvenprent immers een
verrassend sfeervol en sprookjesachtig staaltje gotische huiver
geworden, barstensvol verwijzingen naar romantische kunst en de
Hammer-horrorfilms van weleer.

Benicio del Toro is flink miscast als naar Amerika uitgeweken
Brit – hij ziet er ongeveer even Brits uit als Kim Jong-Il, en
waarom hebben ze Herbert Flack zo schandelijk over het hoofd
gezien? – maar hij staat zijn mannetje als de onfortuinlijke
Lawrence. Wanneer zijn broer vermist wordt, roept diens verloofde
Gwen Conliffe (Blunt) hem terug naar het ouderlijke huis in
Blackmoor, waar zijn afstandelijke vader (Hopkins) hem opwacht.
Wanneer Lawrence arriveert, is het lichaam echter al gevonden en
rest hem nog maar één ding: op zoek gaan naar de dader, of dat nu
een woest beest of een gevaarlijke gek is. Een en ander is echter
niet pluis en het dorp gonst van de geruchten. De dorpelingen zijn
bang van de zigeuners en hun bejaarde circusbeer, terwijl de
gypsies net vrezen voor een rondzwervend monster from
hell
en de pastoor in de slachtpartijen de wraak van God voor
onze zonden ziet. Wanneer Lawrence tijdens een brutale aanval
gebeten wordt, ontdekt hij al snel wat er net verantwoordelijk was
voor alle onheil: bij volle maan verandert ook hij opeens in een
woest beest dat wild uithaalt naar alles wat in zijn buurt komt.
Neen, niet Hans Otten tijdens de staking van AB InBev, maar een
échte weerwolf!

Het verhaal op zich is alvast niet veel soeps. Het vreemde
vertelritme springt voortdurend heen en weer tussen de gespannen
relatie tussen Lawrence en zijn vader, het niet zo latente racisme
bij de verschillende bevolkingsgroepen, de persoonlijkheidscrisis
van Lawrence zelf, het onderzoek van Jack the Ripper-inspecteur
Abberline (Weaving) en de grafisch uitgesponnen slachtpartijen (zie
die darmen vliegen!). Aangezien de prent zo lang op de planken
heeft gelegen is dat niet verwonderlijk: het was uiteindelijk aan
‘Apocalypse Now’- en ‘Godfather III’-monteur Walter Murch om het
boeltje in elkaar te knutselen. Het moet dan ook gezegd, de man
heeft er het beste van gemaakt: het tempo loopt soms wat
onregelmatig (sommige sequensen duren net iets te lang, terwijl
andere delen veel minder tijd krijgen om iets op te bouwen), maar
qua sfeer en toon blijft ‘The Wolfman’ steeds samenhangend.

Zonder twijfel het grote pluspunt van de film – en de reden dat
hij zich onderscheidt van zijn genregenoten – is de
magisch-realistische droomsfeer die het landschap rond Blackmoor
omringt. Wie een klein beetje kent van de achttiende-eeuwse
romantiek – u weet wel, de kunststroming, niet de onzin met de
kaarsjes en de hartjes – zal heel wat aangename
herkenningsmomentjes beleven. We zien knipoogjes naar schilderijen
van Turner (de overgroeide oude gebouwen en ruïnes) en Friedrich
(de sequens waarin Lawrence als lone wanderer over de
Engelse moors dwaalt), de Whitechapel-moorden (Abberline
loopt daar niet zomaar rond, hé: these are dark times!),
alsook het werk van Edgar Allen Poe (het lugubere kasteel aan de
rand van het dorp), en Mary Shelley (Frankenstein is nooit veraf).
Gecombineerd met elementen uit het Duitse expressionisme (de
duisternis en de dreigende schaduwen), de geweldige make-up van
Rick Baker (zie ook: ‘An American Werewolf In London’) en enkele
geslaagde transformatiescènes (A-listers in monsters zien
veranderen is altijd leuk), en je krijgt een waar visueel
festijn.

‘The Wolfman’ is zeker niet zonder fouten. Integendeel zelfs, de
tragische romance tussen del Toro en Emily Blunt heeft nul
emotionele impact, de finale is een tegenvaller, narratief gezien
schort er heel wat aan het scenario, Anthony Hopkins doet naar
goede gewoonte niets meer dan wat nodig is om zijn cheque te mogen
innen – (diepe adem) – én Geraldine Chaplin komt gewoon
niet over als zigeunerin – een beetje zoals Nicolas Cage
met, laat ons zeggen, een haarstukje: ha ha ha, het idee! Neen,
allemaal goed en wel, maar ‘The Wolfman’ doet ondertussen wel mooi
verlangen naar die heerlijk foute horrorklassiekers van Universal
en Hammer, en dat zónder te vervallen in flauwe navelstaarderij. De
gore zit bovendien helemaal goed (een shot waar een maag
droogweg uit een buik gerukt wordt, is onze persoonlijke
favoriet) en hoewel het nooit echt spannend wordt, gaat er van de
omgeving wel een voortdurende dreiging uit. Een mooi en luguber,
aan Tim Burton (‘Sleepy Hollow’) en Francis Ford Coppola (‘Bram
Stoker’s Dracula’) herinnerend, en lichtjes surrealistisch
horrorspektakel, bediend van een – laat die studio’s maar zagen –
geweldige score van Danny Elfman: meer moet dat niet zijn,
quoi. En zeggen dat wij ‘The Wolfman’ al van tevoren
hadden afgeschreven!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vijf =