The Magnetic Fields :: Realism

Nonesuch, 2010

The Magnetic Fields zijn de persoonlijke speeltuin van Stephen
Merrit, muzikaal manusje-van-alles. ‘s Mans visie correspondeert
dan wel niet altijd met de lopende trends in muziekwonderland, maar
op de één of andere manier weet hij toch altijd de vinger aan de
pols te houden van wat leeft in een bepaalde niche. Project na
project presenteert de Amerikaan iets dat warm wordt onthaald door
het publiek, vaak vanuit de meest onverwachte hoeken.

Al negen langspelers lang hangt hij aan elk nieuw album een geheel
eigen concept op. Het uit 2008 daterende ‘Distortion’ was een zeer
geslaagde ode aan de shoegaze van The Jesus & Mary Chains
‘Psychocandy’, en het album dat daar aan voorafging kreeg de
veelzeggende titel ‘i’ mee. Merrit droeg het op aan ‘de meest
zelfzuchtige letter van het alfabet’. Maar het was met ’69 Songs’
(1999) – het drie cd’s tellende magnum opus van de man – dat The
Magnetic Fields hun voornaamste voorzichtige stapjes richting
mainstream zetten.

Het principe om zijn laatste Magnetic Fields-albums rond een
vaststaand concept op te bouwen, zorgt er natuurlijk ook voor dat
elk album een complete ommezwaai inhoudt; niet alleen qua
muziekstijl, maar ook op het vlak van instrumentenarsenaal. Het
enige dat roestvast typerend blijft zijn de zwaarmoedige bariton
van Merrit, en de romantisch georiënteerde teksten.

‘Realism’ zit diep in een akoestische folkpoptraditie geworteld, en
de typische synthpop-toets wordt hier tot een absoluut minimum
beperkt. Opener ‘You Must Be Out Of Your Mind’ kon evenwel perfect
op ’69 Lovesongs’ gestaan hebben en lijkt dan ook verdacht veel op
‘I Don’t Want To Get Over You’: een song met een scherpe tekst,
waarover een zagerig (en we bedoelen dit in de meest positieve zin
van het woord) wiegedeuntje wordt gedrapeerd. Hetzelfde kan ook van
‘I Don’t Know What To Say’ gezegd worden.

Merrits poëtische pen doet nog steeds wat we ervan gewend zijn,
maar muzikaal komt het album vaak erg vlak en duf over. De deuntjes
zijn oprecht simpel en mooi in hun eenvoud, maar zowel ‘Interlude’
als ‘From A Sinking Boat’ klinken daardoor bijna als kinderlijke
slaapliedjes (en dit bedoelen we wél in de meest negatieve zin van
die uitdrukking). De accordeon wiegt net iets te slepend en Claudia
Gonsons stem klimt in eerstgenoemd nummer naar akelige, aan Enya
herinnerende registers.

Bij de meer uptempo nummers springen ‘We Are Having A Hootenanny’
en ‘The Dada Polka’ er op het eerste gehoor meteen uit. Deze
zwierige folknummers zouden met hun schijnbare nonsensicale
teksten, ondersteund door Schotse huppeldeuntjes, niet misstaan
hebben op het verjaardagsfeest van Bilbo Baggins. Ook hier krijgen
we een beetje het ‘been there, heard that‘-gevoel. The
Duckworth Lewis Method stouwden een volledig album vol met dit
soort folkpop, maar in tegenstelling tot The Magnetic Fields
voegden ze er net genoeg nieuwe input aan toe om te scoren.

Misschien heeft het album meer luisterbeurten nodig of misschien is
Stephen Merrits onuitputtelijke genialiteitsbron tijdelijk
uitgedroogd, want met ‘Realism’ overtuigt hij ons al vast niet. In
se is er niets mis met dit dertien songs tellende album, maar u
zult ons niet gauw de straat zien oprennen om vreemden aan te
klampen en hen te overhalen de plaat in huis te halen. De teksten
zijn iets minder inventief, de melodieën net te herkenbaar, en op
het openingsnummer na kwamen we geen enkele song tegen die we onder
een dwingende impuls meer dan eenmaal na elkaar door onze boxen
wilden laten schallen. Van de man die ons classics als ‘Absolutely
Cuckoo’ en ‘California Girls’ schonk verwachtten we dan ook net dat
beetje meer.

www.houseoftomorrow.com
www.myspace.com/themagneticfields

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 5 =