The Magnetic Fields :: Distortion

Meer als The Jesus and Mary Chain klinken dan The Jesus and Mary Chain zelf. Dat was het ambitieuze plan dat het New Yorkse indiepopcollectief The Magnetic Fields voor zijn achtste langspeler had opgevat. Missie geslaagd, en wel met vrucht. Maar levert dat ook een goeie plaat op?

Neen dus. Spilfiguur Stephin Merritt is nochtans een uitzonderlijk begaafde songschrijver. Bewijsstuk bij uitstek is driedubbelaar 69 Love Songs uit 1999, nog steeds een indrukwekkend huzarenstuk dat precies inhield wat zijn titel deed vermoeden. Ook deze keer windt Merritt er liever geen doekjes om. Distortion is een vlag die de lading netjes dekt, en dat zullen we geweten hebben. De eerste Magnetic Fieldsplaat in vier jaar blinkt uit in melodieuze stofzuigerpop gedrenkt in feedback, noise, echo’s en… distortion. Overal.

Zonder de overdaad aan feedback op gitaar, piano, cello én accordeon (enkel de drums werden gespaard) hadden de dertien songs op Distortion zo op eender welke andere MF-plaat gekund. Om de grote Regi van Milk Inc. eens te quoten (we moeten onze helden eren, nietwaar?): “De basis is altijd een popsong.” Speelse, naïeve deuntjes in dit geval, soms balancerend op de rand tussen sentimenteel en klef, en cynicus Merritt debiteert er zijn misantropische, vaak ironische teksten in pure Oscar Wildestijl overheen.

Helaas, door de bewust slechte productie (de plaat klinkt alsof ze is opgenomen in een gigantische koekjesdoos) zijn die teksten ditmaal amper verstaanbaar. Zonde want volgens het tekstboekje zijn ze weer behoorlijk witty. Zoals in “California Girls”, een schijnbaar van levenslust overkokende Beach Boyspastiche met moordzuchtige ondertoon: “I have planned my grand attacks/ I will stand behind their backs/ With my brand new battle-axe/ I’ll make them taste my wrath/ They will hear me say/ As the pavement whirls/ I hate California Girls.”

Gelukkig is Merritt zich bewust van zijn beperkingen als zanger en dus haalde hij er zangeres Shirley Simms bij, die eerder al mooi werk leverde op 69 Love Songs en ook deze keer de helft van de nummers mag inzingen. Met haar sixtiesvocals staat ze in voor de mooiste momenten op het album. In het melodieuze “Xavier Says” en het fel naar de Shangri-La’s riekende “Drive on, Driver” waart de geest van Phil Spector rond. Ook opener “Three-Way”, Dick Dale meets Psychocandy, en “I’ll Dream Alone” zijn knappe aanwinsten voor het repertoire van de groep.

Minder overtuigend zijn crooners ”Old Fools”, “Mr. Mistletoe” en “Too Drunk To Dream” die jammerlijk ten onder gaan aan een overdosis ruis en feedback. De wall of sound, alsof er de hele plaat lang een jumbojet gevaarlijk laag komt overgevlogen, doet evenmin deugd aan “Please Stop Dancing” en “The Nun’s Litany” (“I want to be a playboy’s bunny / I’d do whatever they asked me to”), die in een naakte versie (pun not intended) nochtans hoge toppen hadden kunnen scheren.

En dat is net het drama van de hele plaat. De kwaliteit voor een evenwaardige opvolger van 69 Love Songs en I is aanwezig maar deels door het te veel aanklampen aan een overbodige gimmick en deels door een blikken productie gaat het resultaat toch voor een groot stuk de mist in. Vreemde zet. Distortion bevestigt wat we al geruime tijd bevroedden: Stephin Merritt is nog steeds absolutely cuckoo.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − twaalf =