Digger & The Pussycats :: DIY

Vier jaar geleden wist het Australische Digger & The Pussycats met Watch Yr Back bescheiden verwachtingen in de richting van het garagepunkgenre te creëren. Met DIY is het combo na vier jaar rust eindelijk terug. De verhoopte garagegroep is Digger & The Pussycats intussen niet geworden, maar een bezielde punkrock-’n-roll-groep des te meer.

Toen wij vier jaar geleden Watch Yr Back op ons bord kregen, wisten wij niet goed wat van Digger & The Pussycats te denken. Enerzijds maakte Watch Yr Back duidelijk dat de groep talent had, maar anderzijds was het plaatje eveneens een allegaartje, waarmee het combo er maar niet in slaagde om een consistente indruk te maken. Dat tijdperk lijkt nu voorbij te zijn en dat heeft het combo vooral niet bereikt door het zichzelf nog wat ingewikkelder te maken, maar net door eenvoudiger te werk te gaan. Het resultaat is een plaatje dat dichter bij gedoodverfde punknamen als NOFX en Bad Religion aanleunt, maar wat telt is dat het plaatje klopt en dat is helemaal het geval.

Dat DIY een consistentere plaat is, wordt al van bij het prille begin duidelijk, want met "Never Looked The Same" krijgt het publiek meteen een ultralicht nummer met een leuk riffje in goede punktraditie door de strot geramd. Geen halfafgewerkt nummer zoals men er op Watch Yr Back nog wel eens een paar aantrof, maar een krachtig punknummer dat een festivalweide met de impact van een homing missile binnen een minimum van tijd in een moshpit doet veranderen. Met "Dirtbag" gaat het combo vervolgens minder krachtig te werk, maar blijft de groep niettemin consistent omdat het nummer een typisch puberaal punkliefdesnummer is. Echter niet te verwarren met afgezaagde boel als pakweg Wheatus’ "Teenage Dirtbag", maar echt geloofwaardige punk waarin je een hoop bezieling waarneemt.

Niet dat Digger & The Pussycats de meer volwassen genres volledig achter zich laat: een track als "Chinatown" begint bijvoorbeeld als klassieke garagerock, terwijl Sam Agostino’s vocalen bij momenten heel fel aan onze eigen Mauro Pawlowski doen denken, waardoor het nummer een funky touch krijgt. Een nummer als "A-Holic" eet vervolgens van beide walletjes: het openingsriffje heeft erg veel weg van een Elvis Presley die er heel enthousiast à la façon "Jailhouse Rock" of "One For The Money" in vliegt, terwijl de teksten — over alcohol- en internetsexverslaving — niet nóg meer punk kunnen zijn.

Dat het plaatje uitzonderingsgewijs enkele garagepunkuitstapjes bevat, bevestigt vooral de regel dat DIY punk-rock-’n-roll is. De ware hoogtepunten zitten namelijk in het echte punkmateriaal. Dat komt het meest tot uiting in nummers als "All My Friends Are Having Babies" en "Breadline", liedjes waarvan de teksten over de echte punkgedachte gaan, namelijk eeuwig bij je ouders blijven wonen en nooit iets speciaals uitrichten, tenzij wat punkmuziek voor dovemansoren in je kelder maken.

Dat "All My Friends Are Having Babies" niet alleen een uitstekende punkballad, maar eveneens een gedroomde afsluiter met extra betekenis is, maakt het plaatje helemaal af. In het liedje vraagt zanger Agostino het publiek namelijk heel eerlijk hoe het nu verder moet met Digger & The Pussycats. Ermee stoppen of net niet? Ons antwoord? Als Agostino er keer op keer in blijft slagen om met zoveel overgave eerlijke lyrics als "All my friends are having babies, fancy houses and Mercedes… Should I quit rock-’n-roll and settle down?" uit te brullen, mag hij dat van ons gerust eeuwig blijven doen en zullen wij altijd als eerste in de rij staan om Digger & The Pussycats te blijven volgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × een =