Olafur Arnalds :: Found songs/Dyad 1909

De creatieve stroom die Olafur Arnalds de jongste maanden op de mensheid loslaat, heeft een groter debiet dan het smeltwater van de gletsjers in zijn opwarmende IJsland. Toch is het muzikale bronwater van zowel Found Songs als Dyad 1909 van kristalheldere kwaliteit.

Fordlandia, het magnum opus van Johann Johannsson, was wat ons betreft van het mooiste dat het vorige decennium te bieden had. Maar Johann moet ondertussen een stevige concurrent naast zich dulden. Snotneus slash wonderkind Olafur Arnalds stak op zijn 21ste de meester meteen naar de kroon met het — let’s not mince words — fantastische Eulogy for Evolution. Als vingeroefening doet Olafur dit huzarenstukje nog vlug even over met een resem EP’s. Stuk voor stuk pareltjes, die met wat rijpen en hier en daar wat lichte cosmetische opsmuk een IJslandse ijstijd aankondigen waarvan u zult hopen dat hij nooit meer overgaat. En zeggen dat deze jongen tot enkele jaren terug drummer was in een blackmetalgroepje met onderkoelde puistenkoppen.

Dyad 1909 is een balletstuk geschreven door de hedendaagse choreograaf Wayne McGregor. Het is een ode aan de missie die Ernest Shackleton in 1909 naar de Zuidpool — en bijna naar de eeuwige sneeuwvelden — bracht. Wie beter dan le nouveau dauphin van de neoklassieke muziek om het stuk van de passende muzikale omkadering te voorzien? Opener "Fr´ Upphafi" kraakt dan ook als verse sneeuw. Niet het witte goedje dat momenteel van uw laarzen staat te smelten in de pas gedweilde gang. Neen, het is het oorverdovende gekraak van de Larsen B-ijsschots die zich van het continent afscheurt en in de polaire zee stort.

Nu moeten we zeggen dat Arnalds een heel milieubewuste jongen is. Van de zeven tracks op deze EP zijn er drie gerecycleerd. Twee vonden we al op EP Variations Of Static uit 2008, waarop u trouwens het prachtige "Fok" vindt. En "3326" komt gewoon uit zijn eerste plaat Eulogy for Evolution. Het spreekt echter voor Arnalds dat hij deze songs subtiel bijschaafde en het geheel een dynamiek geeft die — zelfs al ziet u de dansers niet — een filmisch, episch en choreografisch geheel vormt. Zo zorgt "Brotsjór" met zijn metalen drum voor een eerste industriële aberratie in een wonderschoon winterpaleis. De ijskoude cellostrepen die over deze Sturm und Drang worden getrokken, snoeren de keel nog net iets dichter toe. Tot de schelle viool van Magret Einarsdottir luidkeels om hulp komt schreeuwen boven al dit Teutoonse geweld.

Na een rustpunt komt "3326", een sardonische aanloop tot "Til Enda", dat niet zou misstaan tussen Vivaldi’s jaargetijden, als putje winter dan welteverstaan. "Til Enda" is een op breakbeats dansende geseling die de luisteraar, net als Shackleton en zijn mannen, van de ene kant van het Antarctische plateau naar de andere blaast. Gelukkig volgt met "_…og Lengra" de catharsis, als een flinke scheut Tyrconnell Port Cask, een berenvel en een brandend haardvuur om de innerlijke mens te verwarmen. U droomde altijd al van een cruise naar de Zuidpool? Dan is dit plaatje een betaalbaar alternatief.

Found Songs geeft een unieke inkijk in Arnalds’ creatief proces. Boy Wonder nam zich immers voor om elke dag een nummer te schrijven en het in zijn ruwe vorm online te zetten. Opener "Erla’s Waltz" is ogenschijnlijk een niemendalletje dat Olafur vlug op het klavier bij elkaar tokkelde. Maar wij durven de vergelijking te maken met — wait for it — de Moonlight Sonate van Beethoven of eender welke wals van Chopin. Het is het begin van een rustiger, ingetogener album, waarop de sneeuw veeleer lieflijk naar beneden dwarrelt en op je tong smelt. Deze keer geen Shackleton die als een bezetene de elementen dient te trotseren. Maar het resultaat is daarom niet minder mooi. Dieper, intenser, hartverwarmender en -verscheurender.

"Raein", dat wordt ingezet door een ijl koortje van strijkers op een bedje van lichte synths, gaat over in een romantisch spelletje tikkertje tussen violen en piano. We horen echo’s van dat andere onderkoelde genie, Jean Sibelius. "Lost Song" is het meest elektronische nummer van deze EP, maar de subtiliteit van de beats lijkt zo natuurlijk en toch zo afgewogen. Ljósið sluit af met een onaardse schoonheid die u allicht vrij normaal vindt nadat u met deze jongen heeft kennisgemaakt. Het is gevaarlijk om grote beloftes veel te vroeg tot genie uit te roepen, maar deze Arnalds mag u nu al tussen Arvo Pärt, Johann Johannsson of Philip Glass zetten.

Arnalds verstaat de kunst om met een minimale bezetting van enkele violen en een cello een waaier aan emoties te portretteren. Een goeie Olafur Arnalds is als een setje van Marlies Dekkers. Prachtig op zichzelf, maar nog veel mooier is wat er niet is. Wat is weggelaten. De suggestie van wat aan het oog onttrokken blijft en het sanctus sanctorum dat slechts wordt blootgegeven aan diegene die er de nodige moeite voor wil doen. Een gedachte die ons alvast warm houdt in deze barre wintertijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 5 =