Band Of Skulls :: Baby Darling Doll Face Honey

2010 is nog maar net begonnen en we krijgen al de eerste must-hear onder de neus geschoven. Deze keer Band Of Skulls: twee haantjes en een kippetje die een graantje willen meepikken van de nog steeds in zwang zijnde garagerockmanie.

Russell Marsden (gitaar/zang), Emma Richardson (bas/zang) en Matt Hayward (drums) hebben het mooi voor elkaar. Amper twee jaar geleden vormden ze Band Of Skulls en sindsdien zagen ze hun album al exclusief verschijnen op iTunes, scoorden ze daar de ’single van de week’ met "I Know What I Am" en verschenen ze op de soundtrack van New Moon, de bijbel van de hedendaagse hysterische tienermeisjes. Het gaat verdacht snel voor deze drie fotogenieke knapperds, maar dat is meteen al een pak minder verrassend als je merkt hoe goed de promomachine z’n werk doet. Twitter, Facebook, Youtube, Bebo, MySpace en een eigen website, allemaal worden ze gebruikt, goed gebruikt, om het geloof te verspreiden. De digitale revolutie staat voor niets.

Nu de plaat hier ook z’n tastbare distributie krijgt kunnen we meteen nagaan of er daadwerkelijk iets te beleven bij dit trio of dat het weer een over het paard getild marketingproduct is. De start die de band neemt spreekt alleszins in zijn voordeel. Het drieluik "Light Of The Morning", "Death By Diamonds And Pearls" en "I Know What I Am" bewandelt de grens tussen blues-, garage- en glamrock met schijnbaar gemak, een potige sound en verdomd catchy melodieën. "Niet te moeilijk doen", moet iemand gedacht hebben en de songs doen achtereenvolgens dan ook denken aan The Black Keys (meezingen met dat bluesy lijntje), The White Stripes (sober, log en stadionrijp) en The Kills (sexy, zo’n kontdraaiend duet).

Weinig opzienbarend, weinig origineel en vooral op maat van de rockliefhebber die het allemaal makkelijk verteerbaar verkiest. Anderzijds hoeft dat helemaal niet slecht te zijn: het is functionele, goed gebrachte rock-’n-roll met een beetje attitude en een beetje seks, vingerknip en heupgewieg zijn nooit veraf. Kregen we er zo tien in de maag gesplitst, dan zou u ons niet horen klagen. De band neemt echter geen genoegen met een potje voze rock en wil per se bewijzen iets meer dan dat in huis te hebben. Helaas leidt dat nu en dan tot songs die flirten met saaiheid ("Honest" heeft iets van Alela Diane op een mindere dag), te veel richtingen tegelijkertijd op willen ("Fires"), of resoluut voor 80s kitsch kiezen("Impossible").

Daarenboven sluit de band zijn plaat af met de twee langste songs, die dan ook nog eens afwijken van het energieke muilpeerpad dat aangekondigd werd. Ga buiten met een BANG en men zal zich je bezoek herinneren. Gelukkig passeren onderweg nog een paar fijne songs, zoals het bluesy "Blood", dat een paar moddervette riffs introduceert, het prima opstootje "Bomb", en de radiovriendelijke 90s rock van "Patterns". Opnieuw: fijne harmonieën, vette sound en simpele, stompende ritmes, maar we missen wel wat overgave en intensiteit. De beste rockmuziek is geen bezigheid maar een overtuiging. Daar is het hier duidelijk nog te vroeg voor.

We zijn dus niet bepaald overdonderd door dit bandje, al zegt iets ons dat ze het ver zouden kunnen schoppen. Als ze de lijn van Baby Darling Doll Face Honey (wie bedenkt zoiets?) verder zetten, dan kan het liedje snel uitgezongen zijn. Het heeft te weinig eenheid en sterke songs om de tand des tijds te doorstaan. Is dit echter maar een voorbode is, een schaduw van tot wat de band werkelijk in staat is, dan willen we er echter geen geld op verwedden wat de toekomst in pacht heeft. Als ze het live kunnen waarmaken gunnen we hen voorlopig het voordeel van de twijfel.

Donderdag 14 januari staat de band in de Witlofbar van de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =