Sonore :: Call Before You Dig

Een van de boeiende aspecten van de hedendaagse free jazz is het radicaal openbreken van wat een band hoort te spelen en met welke bezetting dat dient te gebeuren. Zo duiken de meest onverwachte combinaties op en wordt zelfs vaak datgene achterwege gelaten dat als essentieel beschouwd wordt: de ritmesectie. Sonore bewijst voor de derde keer op rij dat een blazerstrio een eindeloze vrijheid en diversiteit ter beschikking heeft.

Natuurlijk is het achterwege laten van dat ritmische anker in de jazz niet zo uniek. Bijna vijftig jaar geleden liet klarinettist Jimmy Giuffre al een drummer achterwege en vanaf de free jazz van de jaren zestig ging een grotere autonomie naar zowat elk solo-instrument. Eind jaren zeventig werden zelfs twee bands opgericht die het enkel met blazers deden: het World Saxophone Quartet en het Rova Saxophone Quartet. Niet alleen wisten beide groepen lof te oogsten met hun creatieve aanpak, beide bands zijn ook nog altijd actief; een bewijs dat een dergelijke bezetting niet snel moet gaat vervelen.

Sonore kan je beschouwen als een all star-band van de moderne avant-jazz: met Peter Brötzmann, Ken Vandermark en Mats Gustafsson in de rangen vertegenwoordigt Sonore het kruim van het hedendaagse jazzgeweld. Brötzmanns naam is onlosmakelijk verbonden aan de vroege Europese free jazz, Gustafsson kan je zien als diens troonopvolger, terwijl Vandermark het geloof verspreid aan de andere kant van de oceaan. Zet deze drie gedreven muzikanten samen in een studio of op een podium en het levert gegarandeerd vuurwerk op. Het zijn virtuozen die moeiteloos kunnen laveren tussen scheurende oerschreeuwen, ingenieuze geluidscollages, meeslepende plaagpartijen en kleine geluiden, terwijl ze daarbij geen uitdaging uit de weg gaan.

Je verwacht geweld en dat krijg je ook. De live-cd, opgenomen in Keulen, opent met de twee minuten durende oplawaai "The Cliff", een energiek staaltje van hysterisch geschetter, bluesy growls en in de clinch schietende salvo’s. Het is hectisch en rauw, lijkt chaotisch en voelt aan als uitzinnige krachtpatserij van notenmeppers die slechts een vooropgesteld doel lijken te hebben: de boel naar de kloten blazen. Maar er is natuurlijk meer aan de hand dan dat: wie eerder al een plaat van deze heren hoorde of, beter nog, wie hen aan het werk zag, weet dat de dingen zelden zijn wat ze lijken. Pure power: jawel, maar met de bedenking dat die zelden gratuit is. Een potje lawaai maken is zeker opwindend, maar het moet ergens heen gaan.

Als iets is bijgebleven van No One Ever Works Alone (2004) en Only The Devil Has No Dreams (2007), de vorige twee albums van het trio, dan is het wel de onmiskenbare muzikaliteit die te horen is bij deze kerels. Soloperformances stellen zowel de muzikant als de luisteraar voor enorme uitdagingen. Volk als Evan Parker, Anthony Braxton, Steve Lacy en John Zorn lieten op hun manier horen wat één man kan doen met één instrument: een schier eindeloze verkenning van geluiden, texturen, emoties, combinaties en tactieken om met ruimte om te gaan. Hier krijg je drie van die kerels die elk een parcours verkennen: soms loopt het parallel met dat van de collega’s, soms lijkt het er geen uitstaans mee te hebben, en dan bereiken ze plots hetzelfde kruispunt, wat tot verrassende harmonieën en combinaties leidt.

"Mountains Of Love", het achttien minuten durende tweede stuk van het optreden, is zo’n monumentale trip door de mogelijkheden van een blazerstrio. Gaat het er aanvankelijk introvert, haast elegisch aan toe, dan bloeit het langzaam open, via duo- en triopassages langs verscheidene stijlen en technieken. Het ene moment laat Brötzmann z’n klarinet Oosterse weemoed verkennen terwijl Vandermark een circulair motief aanhoudt op z’n basklarinet, het andere laat horen hoe er langzaam kraken en barsten in de schoonheid komen en dissonante elementen in de muziek kruipen die van binnenuit de boel op stelten zetten. Een robuust om zich heen slaande tenor, een kwetterende klarinet, een ronkende baritonsax. Een geluidensoep, maar gebracht met zo’n onwaarschijnlijke concentratie en reactiesnelheid dat je onmogelijk niet onder de indruk kan zijn.

Je moet al een kenner zijn om ten allen tijde het spelletje wie is wie? aan te kunnen, al is de verscheidenheid aan gebruikte instrumenten breed genoeg om een aantal hints te krijgen of dingen uit te sluiten: naast bijna het hele saxgamma komen ook klarinet, basklarinet (de Amerikaan), tarogato (de Duitser) en flutophone (de Zweed) aan bod. De eerste cd bevat zeven tracks, waarvan er vier rond het kwartier hangen en daardoor ook een pak ontoegankelijker zijn. Wie moeite heeft om de aandacht erbij te houden krijgt er daarom een album met studio-opnames bij, met zeventien tracks tussen de twee en de vijf minuten. Zeventien tracks tussen opmerkelijke subtiliteit ("Human Fact"), elegantie ("A Letter From The Past"), kolossale weerbarstigheid ("Hellpig", "Waiting For The Dancing Bear"), verrassende toegankelijkheid ("Dark Cloud Blues") en miniatuurtjes waarmee je je huisgenoten op stang jaagt ("Ratbag", "The Bitter The Better").

Geen aanrader voor wie z’n jazz graag bijtgaar en swingend heeft dus, maar wie bereid is om drie meesters van de moeilijke muziek tegemoet te treden en moeite wil doen om te horen wat een verscheidenheid en immense dynamiek in deze twee schijfjes verscholen zit, die doet er goed aan om Call Before You Dig in huis te halen. Al hebben we nog een laatste advies: ga live kijken zodra je de kans krijgt, want ook al klinken deze opnames uitstekend, dergelijke dingen kan je het beste aan den lijve ondervinden. Of ondergaan.

Peter Brötzmann speelt op 25 maart met het monsterkwartet Hairy Bones in de Gentse Vooruit. Aan z’n zijde: Toshinori Kondo (trompet), Massimo Pupillo (bas) en Paal Nilssen-Love (drums).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 2 =