Altiplano




Eens in de zoveel tijd word je omvergeblazen door een film waar
je niks van had verwacht. Eerlijk is eerlijk, ik had niks verwacht
van ‘Altiplano’. De vorige prent van Peter Brosens en Jessica Hope
Woodworth, het poëtische ‘Khadak’, was me namelijk niet zo goed
bekomen. Om het eenvoudig te stellen: ik begreep er geen snars van,
iets wat me wel vaker overkomt bij poëtische cinema. Vergeef me dus
dat ik niet geheel overliep van enthousiasme toen ik vernam dat het
echtpaar een nieuwe film had ingeblikt, in dezelfde lijn van hun
debuut. Zonder gewonnen cinematickets zou ik ‘Altiplano’ vast nooit
hebben bekeken, laat staan gerecenseerd. Zo zie je maar: een
vijfsterrenbespreking zit soms in een klein hoekje.

Net als voor ‘Khadak’ hebben Brosens en Woodworth de nodige
field research verricht vooraleer ze met hun opnames zijn
begonnen. Ze hebben Spaans geleerd, zijn naar Peru afgereisd en
hebben er zich een jaar lang ondergedompeld in de lokale
indianencultuur. Het is het soort aanpak dat je eerder zou
verwachten van een antropoloog dan van een filmregisseur, maar de
cinema van Brosens en Woodworth bewijst dat beide domeinen elkaar
perfect kunnen aanvullen: kunst en wetenschap, fictie en
documentaire. Daarom is het ook zo moeilijk om ‘Altiplano’ vast te
pinnen op een specifiek genre. Het is het soort film dat de grenzen
doorbreekt en elke categorisering ontstijgt.

De titel ‘Altiplano’ verwijst naar de hoogvlakten van het
Andesgebergte, waar de film op zo’n vier- à vijfduizend meter hoog
werd opgenomen. Daar, in het afgelegen bergdorpje Turubamba, zijn
we getuige van een processie ter ere van de Heilige Maria, wanneer
plots een van de dragers van het Mariabeeld uit zijn evenwicht
wordt gebracht door enkele overenthousiaste kinderen. Gevolg: het
beeld glijdt van zijn sokkel en valt aan diggelen, tot grote
ontsteltenis van de omstaanders. Dit ongeluk – een ware catastrofe
voor de gelovige bevolking – vormt slechts de proloog voor het
verdere onheil dat de dorpsbewoners zal achtervolgen. Vooral de
jonge Saturnina (Magaly Solier) wordt daarbij niet gespaard. Haar
moeder dreigt het zicht te verliezen en haar aanstaande echtgenoot
wordt levenloos aangetroffen, telkens zonder verklaring. Enkele
oogartsen uit een naburig dorp denken dat het gebied ernstig
vervuild is geraakt en willen de problemen ter plekke gaan
onderzoeken. Maar bij het zien van de buitenlandse
pistachos worden de indianen spontaan herinnerd aan de
littekens van de kolonisatie. Ze grijpen het eerste het beste wapen
dat ze kunnen vinden en reageren hun woede af op de indringers. In
het escalerende conflict komt de Belg Max (Olivier Gourmet) om het
leven.

Terwijl ‘Khadak’ naar mijn gevoel wat bleef steken in
onsamenhangende abstracties, vertellen Brosens en Woodworth hier in
essentie een duidelijk en realistisch verhaal, waarvan sommige
gedeeltes daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Zo zijn de
gebeurtenissen in Turubamba opvallend gelijkaardig aan wat er zich
rond de eeuwwisseling in het Peruviaanse Choropampa heeft
afgespeeld, toen het dorp getroffen werd door een massale
kwikvergiftiging. Ook toen braken er felle onrusten uit onder de
indianenbevolking, die zich door haar overheid in de steek gelaten
voelde, maar evenzeer door de afwezige media. Want, zoals Saturnina
terecht beweert, zonder beeld is er nu eenmaal geen verhaal.

Tezelfdertijd is ‘Altiplano’, net als zijn voorganger, gevuld
met ronduit fascinerende symbolen en metaforen, waarvan sommige
werden ontleend aan de plaatselijke cultuur. Hebt u, bijvoorbeeld,
al eens engelen en duivels tegen elkaar zien dobbelen om te
beslissen wie er naar de hemel gaat? Nee, toch? Op dergelijke
momenten besef je dat je naar een uniek stuk cinema zit te kijken,
cinema die het verdient om in filmhistorische boeken te worden
opgenomen. Maar ook de andere beelden zijn beladen met betekenis,
zonder dat ik direct kan zeggen om welke betekenis het precies
gaat. De opnames in en rond de abdijruïnes, de ingekaderde foto’s
die door het water worden meegevoerd, of het moment waarop
(letterlijk!) alle muren rondom Saturnina wegvallen – het is
moeilijk om specifieke hoogtepunten op te sommen, het zijn er
gewoonweg te veel.

Wanneer Brosens en Woodworth zich uiteindelijk concentreren op
het rouwgedrag van Max’ weduwe Grace (Jasmin Tabatabai), lijkt het
alsnog verkeerd te lopen met ‘Altiplano’. Even krijg je de indruk
dat de regisseurs hun film nodeloos willen rekken, met een net iets
te lange, tranerige epiloog. Maar het tegendeel is waar, ze
gebruiken diezelfde epiloog net om hun allerlaatste en misschien
wel meest indrukwekkende troefkaart uit te spelen: een sequens die
wordt gedragen door de derde symfonie van Henryk Górecki. Ik heb
gelezen dat de crew alle moeite van de wereld heeft gehad om de
rechten op het muziekstuk te verkrijgen, maar als je het
eindresultaat bekijkt, weet je meteen dat het iedere eurocent waard
is geweest. De kunst is vooral dat Brosens en Woodworth geen van de
pot gerukte plotwending nodig hebben om dat ‘wauw’-effect te kunnen
bereiken. Ze doen het louter met een wonderbaarlijke combinatie van
geluid en beeld: cinema op zijn puurst.

En toch, net zoals mensen enthousiast kunnen worden van ‘Couples
Retreat’, zijn er evengoed bij wie ‘Altiplano’ enkel op de zenuwen
zal werken. Cameraman Francisco Gózon maakt er namelijk een
gewoonte van om zijn beelden te vatten in trage horizontale
pans en lange takes, op het ritme van een
kabbelend Peruviaans bergriviertje: een ritme dat voor sommigen net
iets te sloom zal zijn. Maar wie voorbij die instapdrempel geraakt,
vindt waarschijnlijk een van de meest fascinerende films van 2009:
een visueel overweldigende ervaring die je de komende maanden,
misschien zelfs jaren, niet meer zal vergeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 7 =