Mon Fils à Moi




Die Fransen en hun moeders, het is toch een geval apart. Enkele
jaren geleden kregen we nog Isabelle Huppert die haar zoon Louis
Garrel besteeg in ‘Ma Mère’, nu is het de
beurt aan Nathalie Baye om de scheefgetrokken mama te spelen in
‘Mon Fils à Moi’. Regisseur Martial Fougeron heeft hier een
benauwend, claustrofobisch thriller-drama gemaakt over een
moeder-zoon relatie die zodanig verziekt is dat zelfs Freud eens
aan z’n sigaar zou trekken en concluderen: “Zoek het zelf maar uit,
ik ben hier weg.”

Julien (een indrukwekkende Victor Sévaux) is een jongen van een
jaar of dertien, veertien die op het eerste zicht alles heeft om
gelukkig te zijn: hij woont met zijn familie in een kast van een
huis, hij heeft een goede relatie met zijn oudere zus (Marie
Kremer), zijn vader is een minzame professor (Olivier Gourmet) en
zijn moeder (Baye) is duidelijk dol op hem. Iets té dol, zo blijkt.
We krijgen de eerste ernstige tekenen dat er iets verkeerd zit
tussen de twee wanneer Julien uit de douche stapt en zijn moeder de
kamer binnenwandelt. Julien wil zich bedekken, en de moeder
reageert: “Je hoeft je niet te schamen hoor, ik heb ‘m al eerder
gezien.” Een normale reactie, maar dàn houdt ze dus niet op totdat
Julien ten langen leste toegeeft en z’n piemel aan haar toont.
Yup, er is duidelijk iets mis.

Vanaf dat moment gaat het van kwaad naar erger. Systematisch
begint de moeder alles uit het leven van Julien te bannen dat
tussen haar en haar zoon in kan staan: ze is ziedend wanneer blijkt
dat hij een vriendinnetje heeft, zijn voetbalploeg moet hij opgeven
en zelfs de pianolessen bij oma moeten eraan geloven. Meer en meer
reduceert ze Juliens leven tot school en thuis, en dan vindt ze ‘t
eigenlijk nog een beetje jammer dat ze niet anders kan dan hem naar
school sturen. Wat begint als overbezorgdheid, resulteert in
mentale marteling en uiteindelijk zelfs fysieke mishandeling. Zus
Suzanne heeft in de gaten wat er gebeurt, maar lijkt niet in staat
om te helpen. En de vader ziet helemaal niks; hij slaapwandelt door
het huis, zich schijnbaar absoluut onbewust van wat er onder zijn
eigen dak plaatsvindt – zó passief hij, dat je in de éne scène
waarin hij wél tussenbeide komt, spontaan zin krijgt om te
applaudisseren.

Het is knap hoe subtiel Martial Fougeron die situatie laat
escaleren. Er zit geen enkele scène in ‘Mon Fils à Moi’ die niet
plausibel is of niet verantwoord kan worden vanuit het leven en de
mentaliteit van de personages. Was dit een Amerikaanse film
geweest, dan had de lichtjes psychotische mama lang voor einde
waarschijnlijk met een hakmes door de gangen van haar luxueuze huis
gelopen, maar niet hier. Fougeron creëert hier personages die
zichzelf altijd volkomen redelijk vinden. De moeder vindt niét van
zichzelf dat ze verkeerd bezig is, de vader heeft absoluut niet de
indruk dat er ernstige problemen zijn in zijn gezin, buiten
misschien zijn zoon die aan het puberen is. Fougeron suggereert
daarmee dat achter de gesloten deuren van een gezin het begrip
“normaliteit” zijn eigen invulling krijgt. Er zijn niet veel mensen
die van zichzelf zullen zeggen dat ze abnormaal leven. Maar de
dingen stapelen zichzelf gewoon op – eerst is er het voorval met
Julien die uit de douche komt. Daarna krijgt de jongen een
liefdesbrief van z’n vriendinnetje aan, en die moet uiteraard
verscheurd worden. Dàn is er de prangende keuze tussen gaan zwemmen
met moeder of voetbal spelen, en dat kan toch nooit een serieuze
keuze zijn? En zo voort, en zo verder… Van binnenuit bekeken
lijkt het lange tijd allemaal normaal, tot het ondraaglijk
wordt.

Fougeron overdrijft nooit, hij houdt zijn scenario altijd binnen
de grenzen van het mogelijke, en doet dat in een film die een
toonbeeld van spaarzaamheid is. ‘Mon Fils à Moi’ duurt ocharme 79
minuten en toont enkel wat we absoluut moéten weten. De film is
bijna een collage aan scènes waarin de mentale ondergang van een
kind wordt getoond, zonder enige franje. Scènes die zich buiten het
ouderlijke huis afspelen, zijn zeldzaam en kort. Bepaalde cruciale
gebeurtenissen (waaronder de dood van een nevenpersonage) worden
niet getoond, maar enkel achteraf meegedeeld. Op die manier heeft
de regisseur hier een film in elkaar gestoken die nergens zijn
spankracht kan verliezen: de hele film lang heb je het gevoel dat
je op het randje van een verschrikkelijke uitbarsting staat, dat de
situatie op de één of andere manier zal ontploffen, maar je weet
niet hoe of wanneer. De film put z’n suspense uit dat gevoel, en
juist het feit dat de regisseur zo spaarzaam is met àlles
(dramatische gebeurtenissen, locaties, personages, plot) zorgt
ervoor dat ‘Mon Fils à Moi’ een verstikkende, claustrofobische
sfeer krijgt. Hij geeft je net genoeg om je eigen fantasie aan het
werk te zetten, om je bij het verhaal te betrekken, en daarna laat
hij je zelf verder het werk doen.

Dat gevoel wordt ook visueel tot leven gewekt: Fougeron beweegt
z’n camera zelden, en wanneer hij het doet, houdt hij het simpel.
Hij herhaalt ook heel vaak camerastandpunten binnen het huis, zodat
je op den duur het idee krijgt dat je die woning stilaan van buiten
kent: het is het beklemmende gevoel van altijd tegen dezelfde muren
op te botsen en dezelfde spulletjes op dezelfde plaats te zien
staan. Zelfs de kostuums worden zeer effectief aangewend: moeder
verplicht de kinderen (ook oudere zus, schijnbaar) om steeds
gelijkaardige, grijze en banale kleren aan te trekken. Uiteindelijk
weet Suzanne het zover te krijgen dat ze op kot mag gaan, en let op
haar verschijning wanneer ze terug naar huis komt voor haar
verjaardag: haar haar ligt anders, ze heeft leukere kleren aan, ze
is een ander mens, omdat ze uit dat huis is weggeraakt.

Een erg doordacht en sluw klein filmpje, deze ‘Mon Fils à Moi’.
Het enige dat er echt tegen valt in te brengen, is het feit dat er
maar weinig aandacht wordt besteed aan een psychologische context
voor het personage van die moeder. Waarom doet ze wat ze doet? We
krijgen vage aanleidingen, wanneer haar eigen moeder zegt: “Je bent
altijd al vreemd geweest”, maar veel verder gaat het niet.
Enerzijds valt dat wel te verantwoorden door de structuur van de
film, die resoluut het standpunt van Julien volgt, maar anderzijds
laat dat ons wel achter met een leegte in haar personage. ‘Mon Fils
à Moi’ is er de film niet naar om alles uit te leggen, maar hij had
ons wel wat verder op weg kunnen zetten.

Maar bon, dit is in ieder een knap in elkaar gezet, intrigerend
klein filmpje dat heel stilletjes onder je huid kruipt en je
achterlaat met de altijd verstandige boodschap: koop nooit pralines
voor een vrouw, dat loopt altijd verkeerd af.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − vijf =