Avatar




Toen James Cameron 12 jaar geleden meer dan een miljard dollar
en elf Oscars scoorde met ‘Titanic’, stelde iedereen zich – al dan
niet stilletjes – de voor de hand liggende vraag: “wat gaat hij
doen om dit te overtreffen”? Het antwoord: niet veel, blijkbaar.
Cameron bleef bezeten door de Titanic en maakte er de
3D-documentaire ‘Ghosts of the Abyss’ over, hij scheidde van zijn
vroegere leading lady Linda Hamilton (en zodoende ook van
een groot deel van zijn ‘Titanic’-winst) en hield zich voor de rest
vooral bezig met het ontwikkelen van special effects-technologie.
Een nieuwe fictiefilm bleef echter uit. En dat zullen we hem nooit
vergeven, want in zijn afwezigheid werd het actiegenre waarin hij
zo uitblonk overgenomen door figuren als Michael Bay en McG. Types
die duidelijk Camerons voorbeeld wilden volgen, maar die euhm…
nuja, die geen talent hadden. Nu is onze favoriete megalomane
filmmaker echter terug met ‘Avatar’, een bijna drie uur durend, ook
weer in 3D gedraaid SFX-extraganza, waarmee hij duidelijk
een boodschap wil sturen naar alle concurrenten die hij in de
tussentijd heeft verzameld: het kan me niet schelen hoe groots
jullie films zijn, de mijne is altijd ééntje groter. Waarvan
akte.

Het jaar 2154. Een gewetenloze Amerikaanse firma heeft zich
gevestigd op de planeet Pandora, om er een immens kostbaar mineraal
te ontginnen. Enig probleem: de oorspronkelijke bewoners van de
planeet, de Na’vi (blauw, zo’n 2,5 meter groot, voorzien van een
staart, je kunt niet missen), zijn niet van plan om zichzelf zonder
slag of stoot te laten evacueren. Om een diplomatieke oplossing te
vinden heeft wetenschapster Grace (Sigourney Weaver) het
Avatar-programma op poten gezet: biologische Na’vi lichamen die
vanop afstand gecontroleerd worden door mensen. Op die manier
kunnen mensen en Na’vi rechtstreeks met elkaar in contact komen. De
verlamde ex-marinier Jake Sully (Sam Worthington) maakt deel uit
van dat programma. Met meer geluk dan verstand weet hij het
vertrouwen van de Na’vi te winnen en het vreedzame
Avatar-initiatief lijkt vruchten af te werpen. Totdat duidelijk
wordt dat kolonel Miles Quaritch (Stephen Lang) meer gelooft in
zijn raketten dan in diplomatie. Sully moet beslissen aan wiens
kant hij staat.

In welke mate hij succesvol is, valt te betwisten, maar je kunt
niet ontkennen dat Cameron op zijn minst probeert om zijn verhaal
te voorzien van weerhaakjes. De schaamteloze exploitatie van
Pandora, ten koste van de bevolking, refereert rechtstreeks aan het
lot van indianenstammen in het regenwoud. Bovendien knipoogt de
regisseur nadrukkelijk naar de shock and awe-tactieken van
het Bush-tijdperk: een cultuur wordt aangevallen door een andere,
die technologisch veel geavanceerder is en voor de rest totaal
onverschillig blijft onder het leed dat het veroorzaakt. Het kan de
mensen niet schelen wie de Na’vi zijn of hoe ze leven – ze zitten
in de weg, dat is alles.

Yup, Cameron heeft een boodschapje mee te delen, maar
met al dat heeft de tijd niet zo heel veel veranderd aan zijn
filmstijl. Hij is nog steeds een uitzonderlijk regisseur, maar een
middelmatig scenarist. Wie daar zin in heeft, kan dan ook heel wat
aanmerken op het script van ‘Avatar’: het verhaal maakt nergens een
bocht die we niet op voorhand zien aankomen, de personages blinken
bepaald niet uit door nuancering (ze zijn ofwel vileine rotzakken,
ofwel stoere helden), sommige dialogen lopen scheef (“mijn hart
voelt zo zwaar, het lijkt wel een steen!”) en heel af en toe
krijgen we zelfs een scène die neigt naar silliness. Een
ritueel rond een heilige boom, waarin men probeert om de ziel van
een personage naar een ander lichaam te transporteren, doet
gevaarlijk sterk denken aan een Kumbaya-moment rond een
kampvuur.

Maar let’s face it, het is bij Cameron dan ook nooit
anders geweest. De regisseur is geweldig goed in actie en avontuur,
maar wie op zoek is naar genuanceerde emoties, verfijnde dialogen
of twintig verschillende betekenislagen, is altijd al aan het
verkeerde adres geweest bij hem. Het punt is dat Cameron de dingen
hij goed kan, zó duizelingwekkend goed kan, dat hij je blind weet
te maken voor zijn zwaktes. En godzijdank is ook daar alles bij het
oude gebleven. Michael Bay, ga kijken en buig vervolgens nederig
het hoofd, want dit is dus hoe men een avonturenfilm maakt.

Om te beginnen slaat de regisseur je al niet op voorhand murw
met een overdosis actie. Cameron weet wat set-up is en is niet bang
om – tijdens het middenstuk van de film – meer dan een uur te
wachten vooraleer hij nog eens uitpakt met een set piece.
Het gevolg is dat de finale (die nochtans meer dan een half uur
duurt) geen uitputtingsslag wordt voor de kijker. We zijn op dat
moment nog fris genoeg om dat te kunnen hebben. Bovendien is er
(buiten misschien Steven Spielberg en Peter Jackson) niemand beter
in het ensceneren van actiescènes: hoe omvangrijk de actie tegen
het einde ook wordt, we lopen nooit verloren in de chaos. We weten
altijd wie zich waar bevindt en waarom. Het is niet evident om dat
overzicht te bewaren, om de kijker georiënteerd te houden in een
complexe choreografie, maar wat dat betreft is Cameron z’n
touch nog lang niet kwijt. Het tempo zit trouwens over het
algemeen erg goed: ‘Avatar’ duurt maar liefst 166 minuten
(bondigheid is nooit Camerons grote troef geweest), maar blijft,
ook wanneer er even niets ontploft, zijn drive behouden.
Er zit relatief weinig vet aan de film – ik kan me zo meteen geen
scènes voor de geest halen die echt overbodig leken.

En dan zijn er natuurlijk de special effects, waar het
productieteam vier jaar aan gesleuteld heeft. Cameron zit hier in
essentie met een mix aan live action en animatie (de Na’vi
werden gecreëerd via performance capture, dezelfde
techniek waar Robert Zemeckis het voorbije decennium zo verliefd op
is geworden). Een moeilijke combinatie: performance
capture
kan immers nog zo goed gedaan worden, het zal er
altijd gestileerd uitzien. En dus bestond er het risico dat de
interactie tussen de echte acteurs en de digitale Na’vi
fake zou lijken – twee werelden die niet bij elkaar
passen. Om die moeilijkheid te omzeilen, zorgde Cameron ervoor dat
ook de normale omgeving waarin de mensen zich voortbewegen, een
digitale poetsbeurt kreeg. Pandora ziet er in feite even gestileerd
uit als de Na’vi, waardoor we een volledig samenhangende,
overtuigende wereld te zien krijgen, met de mensen als indringers,
die er “anders” uitzien. Dat werkt in de context van het verhaal,
en het levert fantastische plaatjes op. Zoals dat de laatste tijd
de gewoonte is geworden, wordt ‘Avatar’ zowel in 2- als in 3D
uitgebracht. Die derde dimensie levert je in dit geval een paar
keer een aanval van hoogtevrees op, maar ik blijf wat dat betreft
een non-believer: ‘Avatar’ is een stevige avonturenfilm,
en dat blijft hij ongetwijfeld in 2D ook.

Zoals met elke film, zal je reactie op ‘Avatar’ grotendeels
afhangen van je verwachtingen. Wie zich heeft laten opfokken door
Camerons reputatie en hier plotseling de film van de eeuw verwacht,
kan beter thuisblijven. Wie een vlot vertelde, spectaculaire en
meeslepende actiefilm wil zien, zal niet teleurgesteld zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 7 =